Wat hebben wij verkeerd gedaan?

In de grijze verte doemen de eerste demonstranten op, in het zwart gekleed. De ochtendmist hangt nog over Memorial Bridge, de brug die van Washington naar de militaire kerkhoven van Arlington leidt. Uit busjes worden kartonnen dozen gesleept. Even later staan honderden grafkisten met zwart laken overtrokken rondom een vijver. Op elke grafkist een rode roos.

Het is een protestbijeenkomst van MFSO, Military Families Speak Out, een actiegroep van familieleden van militairen die tegen de oorlog in Irak zijn. Veel moeders, een enkele vader, zusters, broers, echtgenoten en verwanten. Dertig leden hebben loved ones verloren in Irak of Afghanistan. De actie was gepland voor vandaag in de verwachting dat het ronde getal van 1.000 Amerikaanse doden bereikt zou zijn. Het officiële getal op deze zaterdag, 2 oktober: 1.163.

In de afgelopen twee dagen volgde ik de MFSO-groep met de camera in Washington toen ze vergeefs probeerden hun senatoren te spreken te krijgen. Ze kregen slechts stafmedewerkers te zien die of boos werden, of moesten huilen. MFSO is een van de vele splintergroepen die actie voeren tegen de oorlog. Maar in korte tijd hebben zich meer dan 1.600 families aangesloten.

Tijdens deze driedaagse bijeenkomst in Washington waren er huishoudelijke vergaderingen, keken we naar het presidentiële debat en discussierden we over wat te doen. Op de eerste avond stond ik op het podium de achterhoofden van mijn medeleden te filmen, toen zij de 28ste jaarlijkse Letelier-Moffit Memorial-onderscheiding van het Institute for Policy Studies in ontvangst namen. De onderscheiding vermeldde hun moed om het gangbare stilzwijgen onder militaire families te verbreken.

Afgescheiden van de MFSO-bijeenkomst door een politiekordon staat een groep tegendemonstranten zich op te winden. Hun spandoeken eisen ontruiming van de geheiligde gronden en beschuldigen de MFSO-leden te heulen met de vijand. ,,You people are traitors!'', brult een man vanachter een groot plakkaat met de foto van een dode militair. Het is voor ons allemaal moeilijk te verwerken, reageert Lila Lipscomb, een MFSO-moeder die haar zoon verloor en sinds haar optreden in Michael Moore's Fahrenheit 9-11 in het hele land spreekt. ,,We shouldn't have to bury our children.'' Maar het is voor de meesten nog moeilijker om tot het besef te komen dat onze kinderen hun leven hebben gegeven voor de verkeerde oorlog.

Military Families Speak Out werd twee jaar geleden opgericht door Nancy Lessin en Charley Richardson toen hun zoon Joe naar Irak werd gestuurd. Zij zijn ervaren actievoerders, gepokt en gemazeld in de vakbeweging, in tegenstelling tot de meesten van ons, die zich schoorvoetend en met argwaan tegen al te openlijke vormen van protest aansloten. Anders ook dan de meeste MFSO-leden, waren Nancy en Charley van meet af aan radicaal tegen de oorlog in Irak en Afghanistan.

Ik vraag Nancy en Charley naar hun zoon Joe. Nancy zucht. Joe is meteen voor een Amerikaans bedrijf met een defensieopdracht in Afganistan gaan werken, nadat hij zijn contract met de Marines had voltooid. Gisteren vloog zijn verblijfplaats de lucht in. Joe overleefde het, maar Nancy krijgt het weer benauwd bij de gedachte. Charley legt zijn arm om haar heen. Samen brachten ze vier kinderen uit eerdere huwelijken groot. Joe is Charleys zoon en een-eiige tweeling.

Hoe kan zo'n links vakbondsgezin met een duidelijke mening een beroepssoldaat voortbrengen? Wat hebben wij, als ouders, verkeerd gedaan?

Charley: ,,Joe verdient nu als private contractor 120 duizend per jaar. Hij gaat voor zekerheid. Dat is de aantrekkingskracht van het leger voor duizenden jongeren. De arbeidsmarkt heeft op het ogenblik weinig te bieden. De militaire ronselaars bieden de jongens studiemogelijkheden, contante bonussen, een toekomst, een carrière.''

Maar jullie zoon had toch wel andere mogelijkheden om vooruit te komen? Twee goed verdienende ouders met een academische opleiding...

Nancy: ,,Ik heb veel over tweelingen gelezen. Joe is een paar minuten later geboren dan Nick. Zijn leven lang lag hij een slag achter bij zijn broer – op school, met de meisjes.''

Ik herinner me de peptalk van de officiële US Marine website: een Marine (altijd met hoofdletter) ziet in de spiegel een man in perfect evenwicht, met een absoluut zelfvertrouwen. Those who belong have the respect of the nation. Krachtige slogans als je die loslaat op 17-, 18-jarigen die de schoolbanken beu zijn, misschien puisten hebben en weinig romantiek of avontuur in hun bestaan vinden.

De US Marines hebben een eigen identiteit. Rekruten worden geselecteerd op fysiek en mentaal uithoudingsvermogen. Getrainde frontvechters die haast een clan vormen en er een heroïsche folklore op na houden. Een handgranaat wordt in de tent gegooid wat doet een Marine? Hij gaat er op liggen om zijn maten te beschermen.

Charley: ,,Good soldiers are angry soldiers.''

Ze leren er ook wel iets goeds, zeg ik aarzelend.

Charley: ,,Kom nou, wat dan?''

Loyaliteit, voor elkaar opkomen. Mijn zoon zegt altijd: de politiek kan me niets schelen. So what, if it is all about oil? Ik doe het voor mijn maten.

Cody, een getatoeëerde Irak-veteraan verblijft in hetzelfde hotel. Hij is na afzwaaien meteen met zijn moeder MFSO-lid geworden.

,,De leiding hield ons voor dat we er zijn om de vrijheid van de Irakezen te waarborgen. Maar we waren alleen maar bezig onze eigen veiligheid te waarborgen. Blanke Saddams, noemen ze ons. Je gooit wat candy uit de auto naar de kinderen, omdat je je zo slecht gaat voelen.''

Ik vraag Cody en een andere veteraan naar de veiligheid van de militaire wegtransporten. Mijn zoon is als vrachtwagenchauffeur gelegerd bij het vliegveld Al Asad. Oh, rijdt hij die nieuwe zeventons trucks? Ze zijn wel snel, maar ook lichter gebouwd. Landmijnen gaan er doorheen als door papier.

Ik weet het – ook al wou Thomas me oorspronkelijk anders doen geloven. Zondag, twee weken geleden. De telefoon gaat en iemand begint zich zeer formeel te introduceren als gunnery sergeant zo en zo. Hij vraagt of ik de vader ben. De tijd staat stil, het hart slaat een slag over en je vraagt of het leven of dood is. De sergeant heeft weinig informatie. Maar ik maak eruit op dat Thomas niet zwaar gewond is. Ik steek onder het gesprek mijn duim op tegen mijn vrouw die wit weg getrokken bij me staat.

Later krijg ik het verhaal van mijn zoon zelf te horen. Hij was op weg naar Falluja met een vrachtwagen vol manschappen en materieel. De bom ging af, op afstand tot ontploffing gebracht, recht onder de truck. De bestuurder Thomas was op het laatste moment van plaats verwisseld met zijn maat bloedde snel dood, in de nek geraakt door scherven. Enkele soldaten in de achterbak raakten zwaar gewond. Thomas greep het stuur en kon voorkomen dat de vrachtwagen van de weg afdook. Hij zei niet te weten of hij gewond was of niet – alleen dat hij niets kon horen. Hij begon met een paar overlevenden, geweer in de aanslag naar een Iraakse man te rennen, die met zijn armen omhoog stond. Op het laatste moment realiseerden ze zich dat de man niets met de aanslag van doen had. Een helikopter kwam ze later ophalen en bracht iedereen naar een militair ziekenhuis. De New York Times nam het officiële militaire communiqué over: een dode; voertuig slechts licht beschadigd.

Ik zie mijn zoon op die Irakees afrennen. Dwars door een stoffig waas van scherven en zand. Nauwelijks in staat te zien wie daar met zijn armen omhoog staat te zwaaien. Wat als hij, trillend van de adrenaline, het zekere voor het onzekere had genomen?

Donderdagavond werd naast MFSO ook de journalist Seymour Hersh door het Institute for Policy Studies onderscheiden voor zijn onthullende reportages over de Amerikaanse martelpraktijken in Iraakse gevangenissen. Hersh blijft in zijn speech steken, overmand door emotie, als hij vertelt over een jonge luitenant die op bevel van zijn commandant vorige week een bijeenkomst van 40 Irakezen had laten bombarderen. Later bleek geen van hen tot de opstandelingen te behoren – de tip was fout geweest.

De luitenant had Hersh om advies gevraagd en de vermaarde onderzoeksjournalist had hem gezegd: hou je mond hierover. Wacht tot je uit de militaire dienst bent voordat je hier bekendheid aan geeft. Watch your back. Hersh heeft in zijn lange carrière eerder meegemaakt hoe de gelederen zich sluiten als er fouten worden gemaakt. Hij kreeg in 1969 een Pulitzer-prijs voor zijn onderzoek naar de Amerikaanse moordpartij in My Lai tijdens de Vietnam-oorlog, waarbij hij tegel voor tegel lichtte. Zo velen van mijn Vietnam-generatie hebben het nooit van zich af kunnen zetten – hun leven lang achtervolgd door de fouten en wreedheden begaan in oorlogstijd. De MFSO-protestbijeenkomst begeeft zich van het militaire kerkhof op weg naar het Witte Huis. De kartonnen grafkisten worden op de schouders meegedragen. De processie is aangegroeid tot een kleine duizend. Voorbijgangers blijven staan kijken. Een groepje Mexicanen wil niets van de camera weten, maar maakt duidelijk het protest onterecht te vinden. Porque? Schouderophalend: America has to defend itself.

Een nette mevrouw – aangesproken in het vermoeden dat ze een Republikeinse havik is – zegt dat haar neefje binnenkort naar Irak moet. Vreselijk, hij is pas negentien. Zo zinloos. En ze begint te huilen.

Het verrast me. Zou dit het begin zijn van een ommezwaai zoals tijdens de Vietnam-oorlog? Er was een moment dat iedere Amerikaan wel een soldaat kende. Toen die kritische massa was bereikt, ging de publieke opinie eindelijk overstag. Maar: Vietnam kostte 58.000 Amerikanen het leven. In sommige weken sneuvelden er meer dan duizend.

Ik loop op met een jonge vrouw die helpt een kist te dragen. Nooshin komt uit San Francisco, tweede generatie Iranees-Amerikaanse. Nooshins broer werd op 28 augustus in Irak gedood.

Wou hij, zoon van islamitische immigranten, misschien bewijzen een loyale Amerikaan te zijn?

,,Ik kan het hem niet meer vragen. Hij leek altijd erg zeker van zichzelf geen jongen die iets te compenseren heeft. Hij was een idealist, wou levens redden. De aanslagen op 11 september 2001 waren voor hem de directe aanleiding in dienst te gaan.''

Net als voor Thomas.

Heeft het verlies van haar broer haar houding tegenover Amerika veranderd?

,,We have a deep love for this country. Mijn vader was een vluchteling we zijn dus dankbaar.''

Maar Nooshin vreest dat een zendelingendrift zich heeft meester gemaakt van deze regering en veel Amerikanen. De global war against terrorism wordt in toenemende mate een religieuze oorlog. Amerikanen begrijpen het Midden-Oosten niet ze weten niet dat Irak een seculiere staat was, en Saddam Hussein de religieuze tegenstellingen tussen de verschillende islamitische stromingen met harde repressie in bedwang wist te houden. Amerikanen begrijpen ook niet dat Irakezen de komende verkiezingen als doorgestoken kaart zien en geen van de politici als hun eigen vertegenwoordiger erkennen.

Charley en Nancy en een aantal andere leden van MFSO hadden donderdag samen naar het Irak-debat tussen John Kerry en Bush gekeken. Ook Kerry heeft geen oplossing voor het Irak-dilemma: blijven, en de prijs betalen van een toenemend aantal slachtoffers aan beide kanten versus een haastig terugtrekken dat door de internationale gemeenschap als onverantwoordelijk zal worden bestempeld zeker als anarchie en burgeroorlog zouden volgen. Verschillende MFSO-leden twijfelen aan Nancy en Charley's eis, bring the troops home now. Charley geeft geen krimp: America is the problem, not the solution. Onze aanwezigheid werkt als een magneet voor geweld. Waar is de Kerry die ooit als Vietnam-veteraan de bevlogen woorden sprak: how do you ask a man to be the last one to die for a mistake?

De zaterdagprocessie bereikt het gazon achter het Witte Huis. De meegedragen grafkisten worden in lange rijen opgesteld. Een veld vol grafkisten. Een aantal moeders worden overmand door verdriet bij de aanblik. De perscamera's beginnen razendsnel te klikken. Ik film mee en probeer me te concentreren: het Witte Huis moet in de achtergrond blijven. Nancy slaat een arm om me heen. We got to stop this war.