`Waarom zou ik op mezelf gaan wonen?'

Studenten lenen steeds meer geld om rond te komen, zo werd onlangs bekend. Ook hebben ze meer moeite om die schuld af te lossen na hun studie. Hoe ziet het financiële leven van studenten er anno 2004 uit? Deel 7 in een serie: de thuiswonende student.

De laatste keer dat hij ruzie had met zijn ouders, kan Rogier Drenth (20) zich niet meer herinneren. Hij is vierdejaars student en woont nog in zijn ouderlijk huis in Teteringen. ,,Mijn moeder moppert wel eens als ik bijvoorbeeld mijn spullen in de badkamer laat liggen, maar mijn ouders vinden het vooral gezellig als ik thuis ben'', zegt Rogier, die twee oudere zussen heeft die wel het ouderlijk huis hebben verlaten.

Afspraken heeft hij niet gemaakt met zijn ouders. Rogier hoeft alleen zijn eigen kamer op orde te houden. Zijn moeder kookt en doet de was. ,,Ik heb het prima thuis. Mijn ouders zijn heel vrij. Ze weten meestal wel waar ik naartoe ga, maar ze hoeven niet meer te weten hoe laat ik thuis ben.'' Ook al hoeft hij thuis weinig te doen in het huishouden, het lijkt hem niet moeilijk om zelfstandig te wonen. ,,Het zal dan soms een rommel zijn, maar het koken zal geen problemen opleveren. Ik kook namelijk af en toe bij mijn vriendin, die op kamers in Breda woont. En toen we deze zomer samen gingen kamperen in Frankrijk, ging alles goed, ook het eten maken.''

Rogier studeert aan de Hogere Laboratorium School in Breda. Als hij zijn stage aan het Universitair Medisch Centrum in Rotterdam heeft beëindigd, moet hij nog een laatste stage lopen van zeven maanden. Daarna is hij klaar. Hij heeft inmiddels wel ontdekt dat hij nog een studie wil gaan doen. ,,Heel gedetailleerd onderzoek doen, waar ik nu mee bezig ben, bevalt me niet zo. Ik heb een ruime, globale interesse. In het laboratorium is iedereen voor zichzelf bezig. Ik hou meer van interactie tussen mensen.''

Rogier gaat zich daarom waarschijnlijk inschrijven voor de studie Geneeskunde. Als hij wordt uitgeloot, wil hij aan de Universiteit Utrecht de masteropleiding Science Teacher Education volgen. Hiermee kan hij eerstegraads docent worden in een van de natuurwetenschappen. ,,Ik zou dan ook bij mijn ouders kunnen blijven wonen.''

Want de drang om zelfstandig te willen wonen, heeft hij niet. ,,Ik heb eigenlijk helemaal geen plannen om binnenkort uit huis te gaan. Mijn twee beste vrienden wonen ook nog thuis. Het wordt in mijn omgeving dus niet raar gevonden dat ik bij mijn ouders woon. Ik denk dat de volgende stap samenwonen is, over een paar jaar of zo.'' Rogier ,,ziet gewoon geen reden'' om op zichzelf te gaan wonen. ,,Toen ik begon met mijn studie, en mijn school nog in Etten-Leur was, moest ik slechts een half uurtje reizen. Bovendien zag ik de hoge huur niet zitten. Ik hoor dat kamers in Breda rond de 300 euro kosten. De uitwonende beurs is 228 euro, dus dat zou betekenen dat ik daarop zou moeten bijleggen. Dat vind ik het niet waard.''

De meeste jongeren tot 29 jaar wonen net als Rogier Drenth volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek nog thuis. Slechts 41 procent woont zelfstandig. De gemiddelde leeftijd waarop zij uit huis gaan, is 20 jaar. De voornaamste reden waarom jongeren uiteindelijk op zichzelf gaan wonen, is trouwen of samenwonen. Op de vraag waarom zij bij hun ouders blijven wonen, wordt het vaakst geantwoord met: `er wordt thuis goed voor me gezorgd'. Bijna 70 procent verwacht daarom ook over een jaar nog thuis te zullen wonen.

Rogier ontvangt nu de thuiswonende beurs, die 74 euro per maand bedraagt. Verder krijgt hij een kleine stagevergoeding en verdient hij wat bij met zijn baantje als chauffeur. Hij rijdt mensen naar een locatie of haalt hen op in hun eigen auto. Dat werk doet hij nu minder vaak dan voorheen, omdat hij stage loopt. Van zijn ouders krijgt hij elke maand nog 10 euro zakgeld. Lachend: ,,Dat is eigenlijk nooit afgeschaft.'' In totaal heeft hij zo'n 200 euro per maand te besteden.

Aan zijn opleiding is Rogier geen geld kwijt. Zijn ouders betalen het collegegeld en zijn boeken. Ook zijn ziektekostenverzekering hoeft Rogier niet zelf te betalen. Zijn enige vaste uitgavenpost is de telefoonrekening van zijn mobieltje, die zo'n 20 euro per maand bedraagt. Voor de rest is hij geld kwijt aan kleding, zo'n 50 euro per maand, en besteedt hij regelmatig geld aan zijn computer. Aan avondjes uit is hij het meeste kwijt, want ,,in het weekend ga ik stappen en dat kost mij al snel 25 euro''.

Elke maand speelt hij quitte. ,,Ik kan nu goed rondkomen, want ik heb weinig vaste lasten. Ik kan altijd nog korten op het uitgaan en in een enkel geval gebruik ik geld dat ik van mijn opa heb geërfd, zo'n 5.000 euro in totaal.'' Om zichzelf niet in de verleiding te brengen, heeft hij met de bank geregeld dat hij niet rood kan staan op zijn rekening.

Volgende week het laatste deel in de serie `student en geldzaken': de student met kinderen.