Vriendelijke groeten

Nog altijd zijn er mensen die brieven schrijven, gewone brieven, met de hand of op een mechanische schrijfmachine getikt. In de envelop gedaan, adres geschreven, postzegel erop en in de brievenbus. De volgende dag komt de postbode deze brief bij de geadresseerde in de bus doen. Door de eeuwen heen is dit proces ongelofelijk betrouwbaar geworden en daarbij onwaarschijnlijk goedkoop gebleven. Als je tegen betaling van een paar centen veel mensen hard voor je wilt laten werken, schrijf dan een brief.

Toen kwam de fax. Ik weet niet hoeveel jaar geleden, maar nog in de vorige eeuw. Als je het in deze tijd over de jaren negentig of tachtig hebt, moet je erbij zeggen dat je een tijdvak van de vorige eeuw bedoelt. De fax van de vorige eeuw was een wonder, waardoor de postbode van de vorige eeuw van zijn sleutelfunctie werd ontheven. Je legde je brief in het apparaat, prikte een nummer en het papier werd langzaam verslonden. Nog altijd in de vorige eeuw kwam dan je tekst op de fax van de geadresseerde er weer uit. Wie een fax had en geschreven contact wilde hebben met mensen die ook met een fax werkten, had de postbode niet meer nodig. Mensen met een eigen fax hoorden tot de voorhoede. De enige overeenkomst tussen wat we in de de vorige eeuw de post noemden en de fax is dat je een stuk papier moet beschrijven.

In het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw, werd in Amerika de `electronic highway' ontdekt. Weer een nieuwe toekomst werd met getetter aangekondigd. Wanneer is trouwens het getetter uitgevonden? Waarschijnlijk al vóór Christus; misschien nadat de eerste taal tot een zekere ontwikkeling was gekomen, op het ogenblik dat iemand merkte dat hij niet het bewijs hoefde te leveren voor zijn gebruik van de vergrotende en overtreffende trap om te worden geloofd. Daaraan hebben we nu de oorlog in Irak te danken.

De uitdrukking electronic highway wordt niet meer gebruikt, maar iedereen weet wat met internet en e-mail wordt bedoeld. De informatierevolutie gaat verder. Wat ik hier op mijn machientje van anderhalve kilo schrijf, gaat via mijn mobieltje door de lucht naar de redactie en wordt dan, als de terroristen zich koest houden, morgen door de bezorger met de hand, of `handmatig', bij u in de bus gedaan. Denk er verder niet over na, want het is, alweer, ongelofelijk. Terwijl u de krant leest, denkt u misschien iets wat u de schrijver van het bewuste stuk wilt laten weten. U schrijft een e-mail.

Als de lectuur meer dan uw goedkeuring wekt en u bent ouder dan zestig en wat behoudend aangelegd, dan begint u met Geachte of Zeer geachte en u eindigt met Hoogachtend. Daar denkt u verder niet over na, dat hoort zo. Dan heb je de categorie van tussen de zestig en de veertig, de flexibele generatie die met haar tijd mee is gegaan maar ook nog ouderwets kan doen. En bij de mensen van onder de veertig is het hoogachtend verdwenen. Daar staat, als het om een normale, niet vijandige communicatie gaat: met vriendelijke groeten.

Van alle communicatiewijzen heeft de e-mail zich het snelst verspreid; ik denk sneller dan het praten via het mobieltje. Iedere dag worden in Nederland gemiddeld een miljoen vriendelijke groeten uitgewisseld. Voor een natie waarin het uitschelden, beledigen, middelvinger opsteken, in elkaar slaan het nieuws van iedere dag is, mag dat als een hoopgevend verschijnsel worden beschouwd. Er is bij ons een zwijgende meerderheid van de vriendelijke groeten.

Wat moeten we ons bij de vriendelijke groeten voorstellen? Je komt op straat je buren tegen, aardige mensen met wie je een neutraal-welwillende verhouding bewaart, en zij met jou. Op je werk zie je dagelijks collega's met wie je over niets anders dan koetjes en kalfjes praat en dat doen zij met jou. Op reis kom je een paar medepassagiers tegen die een beperkt neutraal praatje met je maken en niet meer dan dat. Aan de ontmoeting met al die mensen komt snel weer een eind, en dan doe je ze `de vriendelijke groeten'. Desnoods lach je er vriendelijk bij, en dat is dat. Dit alles speelt zich af in het grensgebied tussen de eerste intimiteit en de laatste onverschilligheid. Je stelt er prijs op dat het daarbij blijft en dat doen zij ook. Hier zijn we in het wederzijds gerespecteerd gebied van de vriendelijke groeten.

Met de aanhef van een mail die met de vr. gr. eindigt, zijn we, voorzover ik het kan beoordelen, nog in een onoverzichtelijke fase. Het `Beste' is definitief op zijn retour, behalve in de vorm van Beste Karel van Ooiblang, of Beste meneer Van Ooiblang, als je die man niet kent. Geachte zonder mevrouw of heer, met of zonder voornaam, komt ook voor. `Lieve' voor mensen van het andere geslacht is nog steeds in opmars. Ha, hallo, hoi, dag, het mag allemaal. De toon van de mail zegt dan wat ermee wordt bedoeld. Begint een mail met Mijnheer, of Meneer, verwacht dan geen lof of bijval. Dat was in de tijd van de postbode ook al zo.

Als ik mijn mobieltje aanzet, verschijnt in het schermpje eerst HOI KANJER. Dat vind ik te ver gaan.