`Voor Vanuatu is de staat niet zo heel belangrijk'

In Vanuatu dienen zelfs ministers zich te richten naar de dorpshoofden. Politiek raakt de ni-Vanuatu amper. De hoofdstad Port Vila is slechts een politieke enclave.

Het Gerechtshof van Vanuatu is een statig, houten gebouw in koloniale stijl, omringd door casuarinebomen. Het staat in de groene bovenstad van Port Vila, waar de tropenhitte wordt getemperd door een bries uit zee. Het bordes biedt uitzicht op het diepe blauw van de Stille Oceaan. De serene sfeer is bedrieglijk, want hier wordt vandaag beslist over het politieke lot van Rialuth Serge Vohor, de eerste minister van Vanuatu.

Tegen negenen arriveert de premier bij het gerechtsgebouw. Hij schudt de handen van het toegestroomde volk en keuvelt op de galerij ontspannen met zijn advocaten. Dan gaat de bel. Rechter Hamilson Bulu – met pruik – betreedt de zaal en Vohor neemt plaats in het beklaagdenbankje. De publieke tribune is afgeladen. Dagvaarding van een premier gebeurt niet elke dag en de bevolking van Port Vila is tuk op een verzetje.

Op 11 september diende de procureur-generaal een aanklacht in tegen Vohor wegens ,,belediging van de rechtbank''. In het parlement was de premier uitgevaren tegen een opperrechter, die een oude corruptiezaak had heropend tegen de minister van Buitenlandse Zaken. Vohor zag hierin een `politieke samenzwering' en maakte de rechter uit voor een pikinini blong waet man, Bislama - de lingua franca van Vanuatu - voor ,,een kind van de blanke man''.

Dat was een sneer naar grote buur Australië, de belangrijkste donor van het armlastige archipelstaatje. Vanuatu kent geen inkomstenbelasting en daarom hebben zo'n 4.000 bedrijven een postbus in Port Vila. Menige Australiër wast zijn zwarte geld wit in Vanuatu. In het kader van de bilaterale hulp zijn bij Justitie Australische ambtenaren gedetacheerd.

De procureur-generaal gaf de politie opdracht premier Vohor bij terugkeer van een buitenlandse reis te arresteren. Het kabinet voerde koortsachtig overleg met het OM en het arrestatiebevel werd omgezet in een dagvaarding. Eenmaal terug van overzee schorste Vohor de politiechef omdat die zou hebben ,,samengespannen met het OM''. De commissaris, die de dagvaarding had bezorgd, tekende beroep aan. De machtsstrijd bezorgt de rechters overuren.

Zo turbulent als nu is de politiek niet altijd geweest. Vanuatu werd in 1980 onafhankelijk en in de eerste tien jaar van zijn bestaan kende het een tamelijk stabiel tweepartijensysteem. Die politieke tweedeling was het gevolg van een unieke koloniale geschiedenis.

In 1774 doopte de Britse zeevaarder James Cook deze Y-vormige archipel van 83 eilandjes `De Nieuwe Hebriden'. Ze deden hem denken aan de eilandengroep voor de westkust van Schotland. Rond 1900 waren er enkele duizenden Britse en Franse planters neergestreken. Zij zaten elkaar niet in de weg en toen het keizerlijke Duitsland oprukte in de zuidelijke Stille Oceaan, werden de Nieuwe Hebriden uitgeroepen tot een Brits-Frans condominium. Dat was in 1906. De kolonie had twee rechtssystemen, twee politiemachten, twee soorten scholen, en, sinds de jaren zeventig, twee politieke partijen: de Engelstalige Vanua'aku Party (VP) en de Franstalige Union des Parties Modérées (UPM). De officiële talen van onafhankelijk Vanuatu zijn Bislama, Engels en Frans.

In het culturele palet van Port Vila domineert Melanesië: donkere vrouwen met afrokapsels, in felgekleurde katoenen jurken; stringbands met een bijna Hawaiiaans geluid en eenvoudige lokalen waar men kava schenkt, een licht bedwelmend drankje, dat wordt getrokken van de gelijknamige wortel. Verder zijn er anglicaanse kerken en een kathedraal die Sacré Coeur heet, Britse koloniale gebouwen en bakkerijen die geuren naar verse baguette. In cafe's en eethuizen overheerst de Franse keuken, maar de pool-tables zijn Angelsaksisch. De vele hotels betrekken hun gasten vooral bij de buren: te zware Australische toeristen en aanzienlijk elegantere colons uit Frans Nieuw-Caledonië.

Port Vila is een eiland in een eilandenstaat. Hier zit het geld, hier wonen de ondernemende expats en hier zetelt het landsbestuur. Dat laatste is, anders dan de zakenwereld, een aangelegenheid van ni-Vanuatu, (mensen) `van Vanuatu', voor 94 procent Melanesiërs. Zij spelen het machtsspel met verve en voeren een hard gevecht om de schaarse publieke middelen. De laatste tien jaar nam de politiek van Vanuatu macchiavellistische vormen aan. Het regende beschuldigingen van nepotisme, rivalen werden bondgenoten en andersom, facties splitsten zich af en spleten zelf, en partijleiders werden met groot gemak aan de kant gezet. Serge Vohor, een Franstalige politicus van het noordelijke eiland Espiritu Santo, is de vijfde premier die Vanuatu sinds 1998 heeft gehad.

De machtsstrijd in de hoofdstad lijkt de 200.000 ni-Vanuatu nauwelijks te raken. Tachtig procent leeft in de drieduizend dorpen, verspreid over de 69 bewoonde eilanden, en leidt een traditioneel bestaan van tuinbouw, visvangst, handwerk en ceremonies. Het land telt maar twee steden: Port Vila op Éfaté en Luganville op Espiritu Santo. Die plaatsen trekken, want daar kan men het geld verdienen om geïmporteerde produkten te kopen. Toch keren velen na een tijdje terug naar hun dorp, want het leven in de stad is duur, de voorouderlijke, vulkanische gronden zijn vruchtbaar en de zee wemelt van de vis.

Ambong Thompson, ex-verslaggever van Radio Vanuatu, is verbonden aan het Cultural Centre in Port Vila. Hij vertelt: ,,Voor de meeste ni-Vanuatu is de staat niet zo relevant. In de dorpen is de kastom [Bislama voor traditie] nog springlevend. Die varieert van eiland tot eiland en van district tot district. Verwantengroepen hebben hun eigen grond. Die kan niet overgaan op iemand buiten de clan, tenzij door een huwelijk. Dorpen zijn autonoom en het woord van de hoofden is wet. Zij spreken recht, bemiddelen in conflicten en vertegenwoordigen het dorp naar buiten. Zelfs ministers moeten zich, als zij hun dorp bezoeken, richten naar het dorpshoofd. Een Nationale Raad van Hoofden, de Malfatu Mauri, ziet er op toe dat de staat de kastom eerbiedigt.''

In de politieke arena, een enclave in een land waar de traditie regeert, zijn de magistraten de arbiters. In de rechtszaal van Port Vila schrijft rechter Bulu zich lam. De openbare aanklager en de verdediger pleiten op dicteersnelheid om de edelachtbare in staat te stellen aantekeningen te maken. Ik vraag een dame die notities maakt of er geen rechtbankstenograaf is. Ze lacht: ,, We hadden opname-apparatuur, maar die is kapot.''

Wat alle schijn had van een heuse constitutionele crisis loopt met een sisser af. De staat Vanuatu is gemodelleerd naar het Britse model en ministers zijn leden van het parlement. De advocaten van premier Vohor beroepen zich dan ook op artikel 27 van de grondwet dat luidt: ,,Geen lid van het parlement kan worden aangehouden, vervolgd en berecht voor meningen die hij heeft uitgesproken of stemmen die hij heeft uitgebracht bij de uitoefening van zijn ambt.'' De officier acht dit artikel irrelevant, maar de rechter stelt hem in het ongelijk. De premier gaat - deze keer - vrijuit. Het publiek verlaat de rechtszaal en bespreekt de wedstrijd van die dag boven een kalebasje kava.