Vals en huichelachtig

Ouders, leerlingen en leraren, ik heb verheugend nieuws voor u! De Onderwijsraad is tot het inzicht gekomen dat kleine scholen voordelen hebben ten opzichte van grote. En weet u waarop die raad deze opzienbarende ontdekking baseert? Ik citeer uit het persbericht dat zij op 28 september heeft doen uitgaan: `Er is op kleine scholen meer sociale controle en er is meer betrokkenheid van leraren en ouders. Ook is het werkklimaat er aantrekkelijker.' Zo ziet u maar weer eens het nut van zo'n adviesorgaan. Dat ontdekt, nadat twintig jaar lang fusiestormen ons onderwijs hebben geteisterd, dat kleine scholen voordelen hebben ten opzichte van grote. Tot voor kort werden scholen met forse geldsommen ertoe verleid om toch maar vooral te fuseren, maar Wallage, Netelenbos en Ritzen wisten indertijd niet beter, want hun adviesorgaan, de Onderwijsraad, moest dat toen allemaal nog ontdekken. In hetzelfde persbericht geeft de raad er blijk van op nog een ander terrein mijlen ver achter de feiten aan te sukkelen. Namelijk daar waar het gaat over de mavo.

Kenmerkend voor de mavo was, dat dit schooltype leerlingen de mogelijkheid bood van uitstel van keuze. In de Mammoetwet was het namelijk zo geregeld dat leerlingen na het eindexamen mavo, afhankelijk van interesse en geschiktheid, door konden stromen naar òf het middelbaar beroepsonderwijs òf naar de havo. Toen enkele jaren geleden werd besloten tot verzwaring en reorganisatie van de havo, werd de kloof tussen mavo en havo daarmee zozeer verbreed dat de doorstroming van mavo naar havo problematisch werd. Reden voor de politiek om te besluiten dat het dan ook maar beter was als na het eindexamen alle leerlingen, of ze nu wilden of niet, naar het middelbaar beroepsonderwijs zouden gaan. Net als de leerlingen uit het voorbereidend beroepsonderwijs. En dus werden ze met hen op één hoop gegooid, in één grote school. Die ene grote school werd vmbo gedoopt: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Die naam maakte onomwonden duidelijk wat de bedoeling was, namelijk dat dit schooltype voorbereidde op één leerweg, namelijk die van het beroepsonderwijs.

Dit besluit nu ging in tegen de wensen van veel ouders die de poort naar de havo wilden openhouden. Daar komt bij dat de meeste ouders ook niet gecharmeerd zijn van zo'n massale school. Zij zijn namelijk al veel eerder dan de Onderwijsraad tot het inzicht gekomen dat kleine scholen voordelen hebben ten opzichte van grote.

Met als gevolg dat veel ouders, net als vroeger, ook nu nog steeds de voorkeur geven aan kleinschalige, zelfstandige mavo's. Of aan een mavo opgehangen aan een havo/vwo-school. Die mavo heet dan inmiddels wel vmbo-t (de t van theorie), maar verder maakt het niet uit. Alhoewel de aansluiting met de havo is wel een stuk moeizamer geworden, maar met enige goede wil slagen scholen en leerlingen er steeds meer in daar een mouw aan te passen. De les die we hieruit kunnen leren is dat ouders zich niet laten dwingen door de politiek.

Maar wat doet nu de Onderwijsraad? Die komt in al haar dociliteit de politiek een handje helpen in haar streven de mavo alsnog de nek om te draaien en wel door te bepleiten om op het vmbo-t meer aandacht te besteden aan `beroeps- en praktijkoriëntatie, waardoor leerlingen bewuster kunnen kiezen voor een bepaalde sector'. Met dit advies om meer aandacht te geven aan beroepsgerichte vakken, wordt de overstap naar de havo alsnog onmogelijk gemaakt. Met het valse en huichelachtige argument van `bewuster kunnen kiezen', terwijl er daardoor juist niks meer te kiezen valt. Onderwijsraad, beleidsmakers, politici: wat ouders willen, dat interesseert ze geen fluit.

lgm.prick@worldonline.nl