Sparen om uit te rusten

Een sabbatical, wie heeft er niet ooit over gefantaseerd? Maar hoe bekostig je een loopbaanonderbreking? En op welke regelingen kunnen werknemers aanspraak maken? ,,Mensen wíllen er wel tussenuit, maar weten niet wat de mogelijkheden zijn.''

Maud van Gent (43) had een droom: een ruitervakantiebedrijf opstarten op de Peloponnesos in Griekenland. In 2001 nam ze een jaar vrij om haar droom te verwezenlijken. Na twaalf jaar als communicatieadviseur gewerkt te hebben, had Van Gent behoefte aan vernieuwing. ,,Steeds vaker bekroop mij het gevoel dat ik in herhaling verviel.'' Ter voorbereiding werkte ze voor bedrijven in Frankrijk en Portugal die trektochten per paard organiseren. Daar kwam ze tot de ontdekking dat ze zich had vergist. ,,Wie met paarden werkt, moet álles zelf doen. Je bent hoefsmid én dierenarts. Dat was wat veel van het goede.''

Tijdens het ,,bezinningsjaar'' kwam Van Gent er wel achter dat ze liever in een dorp woont dan in een stad, dat ze graag voor zichzelf werkt en het liefst dingen doet die haar aan het hart gaan. Ze richtte Slowlife op, een stichting die mensen adviseert die een tijdje willen stoppen met werken. ,,Mensen willen er tussenuit, maar weten vaak niet wat de mogelijkheden zijn'', legt Van Gent uit. Zelf had ze voor haar reis nog nooit gehoord van verlofspaarregelingen. Ook kwam ze er later pas achter dat haar jaar vrijaf ook wel een sabbatical wordt genoemd.

Van Gent is niet de enige die niet op de hoogte is van het verschijnsel `spaarregeling'. Uit het onderzoek Werkt verlof? (2004) van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat ruim een kwart van de Nederlanders die behoefte hebben aan verlofsparen, niet weet dat er spaarregelingen voor bestaan. Van Gent vroeg ontslag aan en nam in één keer haar spaargeld (circa 18.000 gulden) op. Samen met de inkomsten van de verhuur van haar woning was dat voldoende om het een jaar uit te zingen. ,,Ik had per maand ruim 2.000 gulden te besteden. Dat bleek toereikend.''

Om de loopbaanonderbreking te realiseren en te bekostigen, kan vaak gebruik worden gemaakt van verlofspaarregelingen. Welke zijn er? Sinds 2001 mag een werknemer zijn vakantiedagen opsparen tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de afpraak is gemaakt. Daarnaast is er bij de meeste bedrijven de mogelijkheid tot verlofsparen. Uit onderzoek van de Arbeidsinspectie (2003) blijkt dat 61 procent van de CAO's afspraken bevat over het sparen van verlof, het kopen van vrije dagen of loopbaanonderbreking.

Aigis, een adviesbureau in arbeidsvoorwaarden, adviseert werkgevers bij vormen van verlofspaarregelingen. ,,De meeste werkgevers bieden regelingen aan omdat het vanuit de CAO verplicht is'', zegt Marcel Losekoot, Research & Development-directeur. Bij Aigis zelf hoeven werknemers niet te sparen voor verlof. ,,Elk jaar krijgen zij automatisch twee weken gratis verlof. Velen komen fris en vol nieuwe ideeën terug van hun verlofperiode.''

Leon Simons van adviesbureau Bureau Verlofsparen merkt dat werkgevers het verlofsparen vaak invoeren omdat het voor hen fiscaal ongunstig is om niet opgenomen verlofuren los uit te betalen. ,,Deze uren vallen in een hogere belastingschijf dan wanneer de uren worden uitbetaald via een verlofspaarregeling.''

Sparen voor verlof middels een spaarregeling kan op twee manieren: tijd sparen en verlofsparen uit het brutoloon. Bij de eerste variant mag de werknemer per jaar maximaal 10 procent belastingvrij van het aantal werkuren sparen. Daarbij kunnen vakantiedagen gespaard worden, maar ook overwerk- en ATV-uren. Tijdens het verlof ontvangt de werknemer zijn normale salaris. Hieraan kleeft wel een nadeel: bij een faillissement ben je de gespaarde dagen waarschijnlijk kwijt.

Lucratiever is het sparen uit het brutoloon, vindt Gabriëlla Bettonville van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD). Over dit bedrag betaal je pas belasting als je het spaartegoed opneemt. De werkgever zet een bepaald bedrag van je loon op een speciale spaarrekening, tot een maximum van 10 procent van je jaarsalaris. De premies voor de sociale verzekeringen worden direct van het bruto spaarbedrag afgetrokken. ,,Bij deze spaarvorm zijn er geen nadelen. Je kan het gespaarde geld meenemen naar een andere werkgever, mits deze een spaarregeling heeft, en je bent je geld niet kwijt bij een faillissement.''

Er bestaat geen wettelijk recht op verlofspaarregelingen. Dat zal waarschijnlijk veranderen met de invoering van de levensloopregeling op 1 januari 2006. Het wetsvoorstel voor de levensloopregeling, dat in september door staatssecretaris Wijn (Financiën) en minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) naar de Tweede Kamer is gestuurd, is de opvolger van de huidige verlofspaarregeling. In dit wetsvoorstel worden de spaarnormen ruimer gedefinieerd. Zo kan niet 10 procent, maar 12 procent van het jaarinkomen belastingvrij worden gespaard.

Een van de belangrijkste doelstellingen bij de invoering van de levensloopregeling is dat zorg en arbeid beter gecombineerd kunnen worden, hoewel deze financieringsregeling voor alle vormen van verlof kan worden benut. Toch blijkt uit recent onderzoek van het SCP dat de levensloopregeling niet zal leiden tot een betere verdeling van arbeid en zorg, omdat de financiële voordelen niet heel groot zijn.

De financiering voor een tijdje vrijaf komt vaak uiteindelijk uit eigen zak. De enige wettelijke regeling die nu nog bestaat om tegemoetkoming te krijgen bij langdurig verlof, maar die bij de invoering van de levensloopregeling wordt afgeschaft, is de Wet financiering loopbaanonderbreking. De werknemer kan per maand maximaal 490 euro bruto krijgen, mits hij aan een aantal voorwaarden voldoet. Deze regeling mag alleen gebruikt worden als het om zorgtaken of scholing gaat. Verder moet de werknemer ten minste één jaar in dienst zijn, minimaal twee maanden met verlof gaan en worden vervangen door iemand met een uitkering, een herintreder of een arbeidsgehandicapte.

Door al deze voorwaarden wordt er weinig gebruikgemaakt van de Wet financiering loopbaanonderbreking, zegt Heleen van Luijn, een van de auteurs van het SCP-rapport Werkt verlof? Van de ruim 3.000 mensen die zij en haar collega's spraken voor het onderzoek, was er welgeteld één die gebruik had gemaakt van de regeling. Behalve de stringente voorwaarden verklaart ook de onbekendheid met de wet volgens haar waarom jaarlijks slechts 100 tot 150 mensen er gebruik van maken.

Uit de impopulariteit van de wet zou je kunnen concluderen dat werknemers geen behoefte hebben aan verlof. Dat is niet het geval. Uit het onderzoek van het SCP blijkt dat 14 procent van alle ondervraagden hun loopbaan zou willen onderbreken. De meesten willen er even tussenuit om te reizen. De zorg voor kinderen is ook een belangrijke reden. Voor ouders in spe zijn er een paar verlofregelingen die het inkomen (even) garanderen. Bettonville van het NIBUD: ,,Als je kinderen krijgt, heb je als vrouw recht op zestien weken betaald zwangerschapsverlof. De partner heeft twee dagen recht op kraamverlof en kan daarbij twee dagen vrij krijgen via het calamiteitenverlof. Beide ouders kunnen later ook ouderschapsverlof opnemen. De mate waarin je doorbetaald krijgt bij ouderschapsverlof, hangt af van de CAO of afspraak met de werkgever.''

Dat de partner ook een beroep kan doen op het calamiteitenverlof, weten maar weinig mensen, zegt Bettonville. De mogelijkheden bij verwachte en onverwachte verlofperiodes, zijn lang niet altijd bekend. ,,Als je CV in de winter kapotgaat – een noodgeval – valt dat onder het calamiteitenverlof, dat wettelijk is geregeld. Veel werknemers nemen daarvoor een vrije dag op, of melden zich ziek. Ook weet lang niet iedereen dat je behalve je vakantiedagen, ook je ATV-dagen kan opsparen. En als je er een tijdje tussenuit wil om bijvoorbeeld te studeren, hoef je niet altijd ontslag te nemen. Wat je beter kan doen, is onbetaald verlof vragen en dan gaan studeren. Wellicht kun je ook nog aanspraak maken op de Wet financiering loopbaanonderbreking.''

Toch kaart niet iedereen zijn of haar wens voor een loopbaanonderbreking aan, zegt Gert van Brussel, directeur van Van Brussel Consultants en voorzitter van de NOLOC, een vereniging voor loopbaanadviseurs. ,,Door de slechte economie stellen werknemers de keuze om er even mee te stoppen uit. Ze zijn bang voor de reactie van het management. Of erger: baanverlies.''

Dat geldt niet voor Andrea van Hemert (23), die als kapster werkt in Den Bosch. Voor haar wereldreis van een half jaar heeft ze onbetaald verlof opgenomen. Op 19 oktober vertrekt ze naar Bangkok. ,,Ik wilde in eerste instantie met een vriendin een paar weken met vakantie. Maar omdat we graag Australië én Oost-Azië wilden zien, zij geen werk heeft en ik vrij gemakkelijk onbetaald verlof kon krijgen, besloten we om langer te gaan. In mei kom ik weer in dienst.'' Net als Van Gent gebruikt Van Hemert haar zelf gespaarde geld voor de reis. Omdat ze nog bij haar ouders woont, kon ze makkelijk geld opzij leggen. ,,Met ruim 10.000 euro moet ik dat halfjaar wel kunnen doorkomen.''

Meer informatie: www.verlofwijzer.nl. Het boek `Geld voor verandering' kost 12,75 euro en is te bestellen bij het NIBUD.