Securitate achtervolgt de Roemenen

Heeft Corneliu Vadim Tudor, leider van de ultra-nationalistische, xenofobe Groot-Roemenië Partij PRM, kampioen hate speech en kandidaat bij de presidentsverkiezingen van volgende maand, voor de Securitate van Nicolae Ceausescu gewerkt? De vraag heeft in Roemenië tot een forse polemiek geleid, en tot het aftreden van twee leden van de Nationale Raad voor de Studie van Securitate-Archieven.

De twee zijn niet de minsten: Mircea Dinescu, oud-dissident en een van Roemenië's meest prominente dichters, en Andrei Plesu, oud-dissident, filosoof, schrijver en oud-minister van Buitenlandse Zaken, stapten uit de negen leden tellende Raad omdat ze niet alle dossiers van de Securitatie over Tudor hadden mogen inzien.

De Raad moest Tudor groen licht geven voor deelname aan de presidentsverkiezingen. Vier leden weigerden de extremist dat groene licht: Dinescu, Plesu, de schrijver Horia Patapievici en de journalist Claudiu Secasiu, allen oud-slachtoffers van de Securitate. Vier andere leden stemden voor, waarna de voorzitter van de raad met zijn ja-stem de knoop doorhakte en het pad van Tudor naar de kandidatuur bij de presidentsverkiezingen effende. ,,Er is geen enkel document dat Tudor dermate duidelijk belast dat het als bewijs stand zou houden, mocht Tudor naar de rechter stappen'', aldus de voorzitter, de historicus Gheorghe Onisoru.

Het was voor Plesu en Dinescu reden om de Raad de Raad te laten. Tudor heeft, zo legden ze samen met Patapievici later uit, in de jaren tachtig ,,uit vrije wil'' voor de Securitate gewerkt en schrijvers verraden. ,,Tudor was een pijler, een ideoloog van het communistische regime en een verdediger van de middelen die de Securitate toepaste'', aldus Patapievici.

Corneliu Vadim Tudor stond vóór de val van Ceausescu in december 1989 voornamelijk bekend als een van de hofbarden van de dictator: hij placht hem huizenhoog op te hemelen, en liet journalisten ontslaan die dat niet deden. Zelfs na 1989 bleef hij Ceau¸­sescu en de Securitate prijzen, dat waren voortreffelijke patriotten.

Tudor zei naar de rechter te stappen met een klacht tegen Ple¸­su en Dinescu wegens laster. Hij had nooit voor de Securitate gewerkt – integendeel: ,,Ik was degene die in Roemenië het meest in de gaten werd gehouden.''

Volgens de wet moeten in Roemenië kandidaten voor openbare ambten verklaren of ze ooit met de Securitate hebben samengewerkt. Die verklaring moet door de Raad worden getoetst aan de hand van de Securitate-dossiers die nog voorhanden zijn, 120 miljoen in getal, veertig kilometer lang. Wie blijkt te hebben gelogen kan worden beboet. Wie bekent als informant of agent te hebben gewerkt, hoeft geen enkele juridische consequentie te vrezen – hooguit wat negatieve publiciteit. Maar die heeft Tudor sowieso. Die negatieve publiciteit voorkwam niet dat hij vier jaar geleden met 33 procent van de stemmen op de tweede plaats eindigde bij de presidentsverkiezingen en dat hij volgens de peilingen in november al in de eerste ronde 23 procent van de stemmen kan krijgen.