Reorganisatie opent nieuwe perspectieven

Sportkoepel NOC*NSF wil dat Nederland sportief structureel bij de tien beste landen ter wereld hoort. Een interne reorganisatie opent volgens directeur Theo Fledderus nieuwe perspectieven.

Algemeen directeur Theo Fledderus meent dat de pijn van de reorganisatie bij sportkoepel NOC*NSF draaglijk is gebleven. Het ontslag van dertien vaste medewerkers en het schrappen van 35 arbeidsplaatsen op het bureau op nationaal sportcentrum Papendal was weliswaar wrang, maar leidt volgens hem per 1 januari 2005 tot een kwalitatief goede, transparante en vooral efficiënte organisatie.

De vernieuwing betekent volgens Fledderus tevens dat de werkrelatie met de zeventig sportbonden wordt verbeterd. NOC*NSF is gestopt met `oneigenlijke werkzaamheden', en richt zich volledig op zijn dienende taak als koepelorganisatie. Er is lering getrokken uit het protest van de bonden, drie jaar geleden, tegen de megalomane trekken van NOC*NSF.

Wat was de reden voor de reorganisatie?

,,Sinds de fusie tussen het Nederlands Olympisch Comité (NOC) en de Nederlandse Sport Federatie (NSF), tien jaar geleden, waren er binnen onze organisatie twee eigenstandige sectoren ontstaan: top- en breedtesport. Die twee hebben we nu met elkaar verbonden.''

Was er dan nooit sprake van kruisbestuiving?

,,Er was een eilandenrijk ontstaan. De laatste jaren is toegewerkt naar meer eenheid, waarvoor nu het laatste zetje wordt gegeven. Het proces van reorganisatie is versneld door de overheidsbezuinigingen op sport. Onze begroting is van 37 miljoen euro in 2004 teruggebracht naar 34 miljoen voor komend jaar. Als koepel ontvangen we 2,3 miljoen minder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en hebben we uit loyaliteit met de bonden op eigen initiatief besloten onze uitkering uit de Lottopot met 700.000 euro te verlagen.''

Kunt u de nieuwe organisatie in grove lijnen schetsen?

,,Onder een tweehoofdige directie, met een algemeen directeur (Fledderus, red.) en een directeur sport (Marcel Sturkenboom, red.) vallen zes afdelingen: topsportontwikkeling, breedtesportontwikkeling, kennismanagement, strategie/beleid, accountmanagement en dienstverlening. Daarnaast zijn er een facilitaire dienst en vier stafafdelingen: communicatie/marketing, financiën, directie- en bestuursondersteuning en personeel & organisatie.''

Hoeveel arbeidsplaatsen gaan er verloren?

,,Ruwweg 35, waarvan we dertien personeelsleden hebben moeten ontslaan. In de andere gevallen zijn tijdelijke dienstverbanden niet verlengd of vacatures niet vervuld. De organisatie is van zo'n 160 medewerkers, twee jaar geleden, teruggebracht tot 126 formatieplaatsen.''

Waar zijn de grootste klappen gevallen?

,,Bij de facilitaire dienst, maar vooral `breedtesport'. Daar zaten veel mensen die zich bezighielden met tijdelijke projecten van VWS. Daar zijn we grotendeels mee gestopt. NOC*NSF is een koepelorganisatie die de sportbonden diensten verleent. We doen nu geen projecten meer, omdat we daar subsidie voor krijgen; dat kunnen de bonden heel goed zelf.''

Komt er een betere relatie met de bonden?

,,Ja. Gedwongen door de bezuinigingen hebben we met elkaar de agenda voor de komende jaren bepaald. Daar kwamen drie doelstellingen uit voort: streven naar een positie in de toptien van sportlanden, het marktaandeel van de georganiseerde sport vasthouden en intensiveren van samenwerking tussen bonden onderling, waarvan gezamenlijke huisvesting een voorbeeld is. Als het om topsport gaat, krijgen de bonden bijvoorbeeld alleen middelen van NOC*NSF als er een goed plan is. Van onze kant zullen we ons minder met de details bemoeien. Als je globaliseert, kun je minder sturen. We hebben met de bonden afgesproken dat we een analyse maken van hun marktpositie. Wat is de kerntaak? Waar zitten de sterke en zwakke plekken? Wat zijn doelstellingen op lange termijn? Op basis van de uitkomsten willen we de financiële ondersteuning bepalen.''

Wat is de nieuwe filosofie?

,,We willen de sportbranche sterker maken en inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Dat kan alleen als de bonden zelfs krachtiger worden en meer gaan samenwerken.''

Waarom is een positie in de toptien van sportlanden belangrijk?

,,Dat geeft de sport een enorme uitstraling en verlaagt de drempel om aan sport te doen. Bovendien is het gewoon leuk; het maakt mensen vrolijk en blij. En het zorgt voor een sterk gevoel van eigenwaarde. Maar het is ook belangrijk voor onze marktpositie. Goede prestaties in het buitenland, maakt de sport interessant voor het bedrijfsleven. Die zeggen eerder: daar willen we bijhoren, daar willen we in investeren. Als onze ambitie tot de toptwintig beperkt zou blijven, denk ik dat een aantal bedrijven zich zou afvragen waarom ze dan sponsor van NOC*NSF moet worden. De voordelen zijn evident: je kunt beter zaken doen, het is goed voor de uitstraling en het versterkt het bewustzijn van onze medewerkers.''

Bij de Spelen in Athene werd Nederland zeventiende. Moet nu de structuur voor topsport verbeterd worden?

,,Daar zijn we hard mee bezig. Ons uitgangspunt is dat we alleen zaken kunnen doen met sporters die bij de topzestien van de wereld zitten. Daaronder praten we over talentontwikkelingen; de weg naar de top voor andere categorieën is veel te lang en het draagt niet direct bij tot een positie in de toptien. Maar we zeggen heel consequent: het begint bij de ambitie van bonden. Als die goede plannen hebben, gaan wij helpen. Als een bond zegt: we hoeven niet in die toptien, gaan wij er niet aan sleuren. Dat gebeurt misschien in China, maar niet in Nederland.''

Moet de overheid een rol spelen?

,,Ja, dat vind ik zeker. We laten in Nederland te veel over aan de sport zelf. Zo van: doe je best en we klappen voor de achtste plek die Nederland bereikte bij de Spelen van Sydney. Ik zou willen dat de overheid zegt: wij vinden die toptien ook belangrijk en dat ze daarin investeren. Veel andere landen doen dat wel. En wij horen bij de vijftien rijkste landen ter wereld. Het land krijgt er veel voor terug als de sporters goed presteren.''