Proces `held' Srebrenica

Naser Oric leidde de moslims in Srebrenica. Negen jaar na de massamoord op de moslims staat hij in Den Haag terecht.

Voor veel Bosnische moslims is de verdachte in de rechtszaak IT-03-68, Naser Oric, nog steeds een held. Het proces tegen hem voor het Joegoslavië-tribunaal begon deze week en de video die werd gemaakt van de eerste procesdag was meteen de best bekeken video in het archief dat op internet wordt bijgehouden van alle rechtszaken in Den Haag. De `kijkcijfers' van Oric, de vroegere bevelhebber van de moslim-eenheden in de enclave Srebrenica, zijn zelfs hoger dan die van de rechtszaak tegen Slobodan Miloševic. ,,Op neutraal terrein in Den Haag kan Oric het van zijn oude baas winnen'', zegt een medewerker van het VN-hof, verwijzend naar het feit dat Oric tot 1990 als lijfwacht voor Miloševic werkte.

Nu staan ze allebei terecht voor het tribunaal – maar de aanklachten lijken niet op elkaar. Oric wordt niet verdacht van genocide en die misdaad (gepleegd in juli 1995 op zevenduizend moslims na de val van de enclave Srebrenica) staat wel in de aanklacht van Miloševic. Hoofdaanklager Carla Del Ponte beschuldigt de 37-jarige Oric van moord, mishandeling (bij de Serviër Nedeljko Radic werden tanden en kiezen ,,geweldadig getrokken met roestige tangen'') en het punderen en platbranden van vijftien dorpen in de omgeving van Srebrenica.

Berucht is de aanval op het dorp Kravica en twee gehuchten in de buurt, tijdens het Servisch-orthodoxe kerstfeest van 7 en 8 januari 1993. Oric was de strateeg van de overval en deed er actief aan mee. Bij terugkeer in Srebrenica vertelde hij dat ,,ruim honderd Serviërs naar de maan zijn geholpen''.

Overlevenden – mannen, vrouwen en kinderen – werden meegenomen naar het politiebureau van Srebrenica, waar moslimagenten gevangenen martelden en vermoordden, aldus VN-aanklager Jan Wubben deze week. De Nederlandse aanklager beschreef in de rechtszaal gedetailleerd de getuigenis van een 12-jarig Bosnisch-Servisch meisje dat moest aanhoren hoe haar grootvader in een cel naast haar werd gemarteld. Oric deed volgens Wubben, ,,met plezier'' mee aan deze praktijken.

Ongeïnteresseerd hoorde Oric het betoog van Wubben aan. Hij zat tussen twee lijfwachten in lichtblauwe VN-shirts en duwde af en toe een vuist in de palm van zijn hand. Oric – gebruind, gladgeschoren en strak gekapt – oogt in zijn donderblauwe maatpak eerder als filmster dan als een oorlogsmisdadiger.

Oric werd geboren in Potocari vlakbij Srebrenica waar de Nederlandse VN-eenheid Dutchbat later het hoofdkwartier zou vestigen. Na de vervulling van zijn dienstplicht ging hij naar de politieschool in Zemun, een voorstad van Belgrado, en trad daarna toe tot de anti-terreureenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zo werd hij lijfwacht van Miloševic. Toen er in Belgrado een arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd – volgens sommigen wegens diefstal, volgens anderen wegens moord – keerde hij terug naar Bosnië. Begin 1992 werd hij weer in Srebrenica gesignaleerd, op het moment dat de spanningen in Bosnië opliepen.

Hij werd politie-agent en met geld van de moslimpartij SDA, de Partij voor Democratische Actie, werden wapens gekocht. Met zeventien vrienden bereidde Oric zich voor op de gevechten met de Serviërs. Door een combinatie van dapperheid en wreedheid ontwikkelde hij zich snel tot een charismatische oorlogsheld. Voor zijn militaire successen kreeg de worstelkampioen Oric een `Gouden Lelie', de hoogste onderscheiding van het Bosnische leger. De Nederlandse VN-soldaten vonden hem een gangster, en wanneer Oric op een schimmel door Srebrenica reed, smaalden ze dat de `dictator te paard weer in town was'. Toen de Serviërs Srebrenica in juli 1995 aanvielen, was Oric daar echter al sinds april niet meer. Het leidde later tot speculaties. Had de Bosnische president Alija Izetbogovic Srebrenica `verkocht' om Sarajevo te redden? Op 14 juni 1995 schrijft het blad Liljan al over dit gerucht en het verhaal blijft sinds die tijd circuleren. Oric zweeg er tot nu toe over, ook in gesprekken met NIOD-medewerkers. Brengt rechtszaak IT-03-68 uitkomst? ,,Waarheidsvinding is een belangrijk element in deze rechtszaken'', zei voorzittend rechter Carmel Agius eerder deze week.

Op het strakke gezicht van Oric tekende zich deze week een glimlach af als in de rechtszaal de termen `krijgsheer' (aanklager Jan Wubben) en `voortreffelijk strijder' (Oric' advocaat John Jones) vielen. Oric had er volgens Jones voor gekozen zich niet ,,af te laten slachten als een lam, maar te vechten als een leeuw''. Bewondering en dankbaarheid bij de moslimbevolking waren volgens Jones zijn deel. Jones verzet zich tegen pogingen om de misdaden van de Serviërs en moslims in Srebrenica moreel op hetzelfde niveau te zetten. Hij vroeg zich af waarom het VN-tribunaal Oric eigenlijk heeft aangeklaagd. Zouden de VN zoeken naar een rechtvaardiging voor het feit ,,dat zij hun eigen veilige zone niet hebben verdedigd?''