Met dyslexie mag je langer studeren

Eén op de tien studenten in Nederland ondervindt door een handicap belemmeringen bij het volgen van hoger onderwijs. De faciliteiten zijn er echter wel.

Het is verboden mensen te discrimineren omdat ze een handicap of chronische ziekte hebben. Dat is kort samengevat de inhoud van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, die op 1 december 2003 in werking is getreden. Door deze wet zijn universiteiten en hogescholen verplicht doeltreffende aanpassingen te realiseren voor studenten met een functiebeperking.

Uit een onderzoek van het Verwey-Jonker instituut uit 2001 blijkt dat naar schatting rond de 45.000 studenten, 8 tot 10 procent van de totale studentenpopulatie, belemmeringen ondervinden als gevolg van een handicap. Het gaat in dit geval om studenten met lichamelijke beperkingen, maar ook met psychische klachten en dyslexie. Ongeveer de helft van deze studenten heeft meer dan één type beperking.

Het onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap brengt in kaart welke belemmeringen deze studenten ondervinden in het hoger onderwijs. Het blijkt dat het hun meer tijd, energie en moeite kost om tentamens te maken, boeken te bestuderen en hoorcolleges te volgen dan studenten zonder handicap. Het percentage dat uitvalt in de eerste twee jaar van de studie is 2, 3 keer zo hoog als dat van studenten zonder handicap.

Een conclusie is ook dat de informatievoorziening tekortschiet. Van de studenten met beperkingen is 70 tot 80 procent niet op de hoogte van speciale faciliteiten, voorzieningen en regelingen. Zo weet maar 5 procent van de regeling voor een extra jaar studiefinanciering, waarvan studenten die vertraging hebben opgelopen gebruik kunnen maken.

Uit de onlangs verschenen gebruikerstoets 'Studeren met een handicap 2004', uitgevoerd door het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (Choice), blijkt dat studenten met een beperking kritisch oordelen over de opvang, begeleiding en aanpassingen die hun opleiding biedt. Het gemiddelde rapportcijfer is niet hoger dan een 6,3.

Gehandicapte studenten gaven hun mening over het intakegesprek, de gebouwen, hulpmiddelen, aanpassingen en voorlichting. Over de voorzieningen aan gebouwen zijn relatief weinig klachten. Over het geven van 'voorlichting' scoren de instellingen het laagst, een 5,7.

In het onderzoek scoren universiteiten beter dan hogescholen. Van de hogescholen oogsten Windesheim in Zwolle en Saxion in Enschede en Deventer de meeste waardering. Bij de universiteiten doen vooral Wageningen, Nijmegen en Maastricht het relatief goed.

Studenten met een handicap doen vooral praktische en/of creatieve studies bij opleidingen met relatief kleinschalig onderwijs. Op het hbo blijken technische natuurkunde, creatieve therapie en de kunstacademie populair te zijn. Op universiteiten studeren veel studenten met een handicap tandheelkunde, bouwkunde en industrieel ontwerpen. Bijna de helft van de studenten met een beperking krijgt speciale begeleiding, ondersteuning of assistentie van decanen, adviseurs, docenten en medestudenten.

Een belangrijke steun is de Wajong-uitkering. De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorzieningen jonggehandicapten voorziet in een uitkering op minimumniveau en valt tot je dertigste aan te vragen bij een voltijdstudie. Studenten komen voor de uitkering in aanmerking als ze op hun zeventiende arbeidsongeschikt zijn of het gedurende hun studie raken. Doordat de uitkering als extra inkomen wordt gezien, moeten studenten oppassen dat ze niet te veel bijverdienen in een kalenderjaar.

Zo'n uitkering kan goed van pas komen, want studenten met een functiebeperking krijgen vaak te maken met extra kosten. Zo moeten studenten met dyslexie een speciale dyslexietest afleggen van 670 euro. Zonder deze test krijgen zij niet de verklaring waarmee ze aanspraak kunnen maken op allerlei regelingen, zoals verlenging van tentamenduur. Als de ziektekostenverzekeraar deze test niet vergoedt, valt via Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie (ANGO) een vergoeding aan te vragen.

Studenten die als gevolg van een handicap, chronische ziekte of dyslexie studievertraging oplopen kunnen ook een extra jaar studiefinanciering aanvragen. De studentendecaan vult dan een verklaring in, die samen met een medische verklaring beoordeeld wordt door de Informatie Beheer Groep. Ook kan via de studentendecaan een 'afstudeersteun' worden aangevraagd.

Daarnaast kan de Wet REA (Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten) van pas komen. Die biedt de mogelijkheid van een alternatieve vervoersvoorziening, zoals bijvoorbeeld een bruikleenauto, scootmobiel en een kilometervergoeding. Via diezelfde wet kunnen ook hulpmiddelen worden vergoed die bij het onderwijs of thuis nodig zijn.

In de begroting 2004 van het ministerie van OCW staat een bedrag van 3 miljoen euro voor het vergroten van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor studenten met een handicap of chronische ziekte. Nu de faciliteiten er zijn om 'aangepast' te studeren, is het aan de studenten om die weg ook in te slaan.

Voor meer informatie: www.handicap-studie.nl