Maathai streed tegen regenwoud als steekpenning

Nobelprijswinnares Wangeri Maathai heeft jarenlang een moeizame strijd gevoerd tegen corrupte politici die natuurgebieden verkwanselden.

Bij haar strijd voor de bescherming van het Keniase milieu is Nobelprijs winnaar Wangari Maathai altijd gedwarsboomd door gretige landdieven, afkomstig uit de politiek, de zakenwereld en de kerk. Volgens een deze week uitgelekt rapport van een regeringscommissie over illegale landtransacties hebben hoge politici systematisch grote stukken land gestolen. Dit ging ten koste van het milieu en kleine boeren.

In 1999 leidde Maathai `de veldslag van Karura', een regenwoud vlak bij de Keniase hoofdstad, ook wel `de long van Nairobi' genoemd. De milieuactivisten reageerden op ondernemingen die waren gaan bouwen in het woud. Onderzoek door Maathai wees uit dat het fictieve bedrijven betrof: de werkelijke eigenaren van het platgebrande land bleken medewerkers van president Moi, zij waren voor hun aanhankelijkheid beloond met grond. Regenwouden vallen onder de gebieden waar niemand mag bouwen en wonen, gebieden die de staat beschermen moet.

De veldslag van Karura kwam symbool te staan voor de algehele strijd in Kenia voor bescherming van bossen tegen scrupuleuze zakenlui en politici. En voor het verzet tegen een politiek patronage systeem met land als smeermiddel voor het establishment. Deze praktijk bestaat sinds de onafhankelijkheid, met het verschil dat er nu door de bevolkingsdruk vrijwel geen grond meer te vergeven valt. Kenia's laatste oorspronkelijke regenwouden bestaan binnenkort niet meer.

Maathai's strijd tegen corrupte landeigenaren en politici in de jaren tachtig en negentig werd door president Moi gezien als subversief. De milieuactiviste belandde regelmatig in het gevang, of ordetroepen sloegen haar het ziekenhuis in. In de autoritaire eenpartijstaat van die dagen durfden weinigen in de wandelgangen van de macht het voor haar op te nemen. Inmiddels geldt in Kenia het politieke pluralisme en is de oppositie aan de macht en Maathai onderminister van Milieu. Het deze week uitgelekte rapport over landzaken stelt haar in het gelijk.

Volgens dit rapport van advocaat Paul Ndung'u kregen sinds de onafhankelijkheid in 1964 onder president Jomo Kenyatta en later onder Moi aanhangers van het regime honderden, soms duizenden hectares land cadeau. Er vallen namen van ministers in vorige regimes maar ook van nu in de regering van president Mwai Kibaki. Ook zouden katholieken, anglicanen en leden van andere kerkgenootschappen betrokken zijn bij landzwendel. Het rapport geeft een slechte naam aan velen in de politieke klasse, een reden voor de regering om het nog niet openbaar te maken.

Illegale landtoewijzingen onder president Moi vonden vooral plaats in de maanden vlak vóór verkiezingen. De invloedrijke politicus Njenga Karume, nu minister van staat, kreeg ruim zesduizend hectare land voor vijftig euro per hectare. Minister George Saitoti ontving land voor een corporatie van kleine arme boertjes. Zoveel land werd er gedistribueerd in dit politieke patronage systeem, dat er nauwelijks meer iets te vergeven valt. In de laatste dagen van zijn regime gaf Moi zelfs begraafplaatsen weg en land met openbare toiletten.

Vechten voor het milieu bleek onder dit soort omstandigheden moeilijk voor Wangari Maathai. In het Ndung'u rapport staat hoe delen van wildparken en regenwouden werden gebruikt als steekpenningen voor politici. In 1997 nam Moi een deel van het Olenguruone woud, een belangrijk waterwingebied, en vestigde er één van zijn theeplantages. Moi en medewerkers, evenals de familie van president Kenyatta, behoren nu tot de twee grootste landbezitters in Kenia. De onderzoekscommissie van advocaat Paul Ndung'u beveelt de regering aan om al het geroofde land terug te vorderen.