Liever handrem dan botte bijl

Hij is ,,de coach die Athene niet haalde, en dat neem ik toch mee''. André Cats (36), bondscoach van de Nederlandse zwemploeg, over twee bewogen jaren. ,,Natuurlijk ben ik beschadigd.''

Een venijnige klap met de vuist op tafel? Hem niet gezien. ,,Te lief? Wat is te lief? Intern maak ik van mijn hart geen moordkuil. Maar ik ben geen type dat in de pers gaat lopen schreeuwen als het hem niet zint. Dat `het spel' wel zo gespeeld wordt, is de afgelopen twee jaar duidelijk geworden. Maar ik weiger daaraan mee te doen. Ik hanteer liever de handrem. Dat is misschien naïef, maar de botte bijl zit niet in mijn aard. Daar is het zwemmen ook niet bij gebaat.''

Hij is de man van de ratio, de man die zijn boodschap bij voorkeur `tussen de regels door' verkondigt. Verwacht van André Cats (36) dan ook geen tirade over het fnuikende gebrek aan daadkracht en ambities in het Nederlandse topzwemmen. Zijn woorden kiest hij met zorg, altijd en overal. ,,Al ontkom ik natuurlijk ook niet aan de conclusie dat de afgelopen vier jaar niet hebben gebracht waarop we hadden gehoopt én op hadden ingezet. `Athene' was met zeven medailles weliswaar goed, maar niet goed genoeg. Afgezien van onze twee sterren (Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn, red.) heeft niemand een individuele finaleplaats weten af te dwingen. Dat is teleurstellend.''

Terwijl in Indianapolis de wereldkampioenschappen kortebaan (25 meter) aan de gang zijn, zit de Fries in Nederland. Op het bondsbureau in Nieuwegein. Als een soort statenloos burger. Want wat is zijn functie nog, nadat hij in het zicht van de Olympische Spelen plotseling afhaakte als bondscoach, mede op aandringen van (een deel van) de zwemmers? Hij zegt het zelf ook niet te weten. Glimlachend: ,,Maar geloof me als ik zeg dat ik nog altijd omkom in het werk. Ik hield tien borden draaiende, sinds ik me terugtrok nog negen. Maar ook daar heb ik sindsdien mijn handen meer dan vol aan.''

Het was uitgerekend zijn ,,niet heldere taakomschrijving'' die hem, de voormalig juniorenbondscoach uit Drachten die al twaalf jaar werkzaam is als professioneel zwemcoach, naar eigen zeggen uiteindelijk opbrak vlak voor `Athene'. ,,Al sinds het vertrek van [zijn voorganger] Stefaan Obreno was de vraag: is een bondscoach nodig? En zo ja, wat zijn dan zijn taken? In plaats van heldere afspraken te maken en die ook op papier te zetten, hebben we het op z'n beloop gelaten. Ook ik, ja. Ik dacht: komt wel goed, hard werken en niet lullen. Maar zo werkt het dus niet. Zeker op kritieke momenten moet je kunnen terugvallen op harde afspraken, en dat kon dus niet. Gevolg was discussie en onduidelijkheid. Dan kom je in een lastig parket terecht. In een spagaat waar je niet meer uitkomt. In dat opzicht heb ik onvoldoende oog gehad voor wat essentiële basisvoorwaarden zijn om topsport te bedrijven.''

Het onheil riep hij ook deels over zichzelf af, want: ,,Ik heb gewoon te veel hooi op mijn vork genomen. Was op te veel borden tegelijk aan het schaken. Ook dat werkt dus niet. Ten tijde van de NK (medio april, red.) stak ik niet goed in mijn vel, ik was doodop. Dat is geen excuus, maar een constatering. In overleg heb ik toen besloten niet mee te gaan naar het trainingskamp in Ierland. Na een week had ik het gevoel dat de batterij weer was opgeladen. Dat bleek bij nader inzien een misvatting.''

Een maand later in Madrid, op de slotdag van de Europese kampioenschappen, escaleerde het sluimerende conflict. Een nachtelijke escapade van een aantal zwemmers én een lid van de begeleidingsstaf, trainer-coach Mandy van Rooden, wekte de woede van Cats. Hij trok, zeker voor zijn doen, fel van leer. ,,Ik heb iedereen bijeen geroepen en duidelijk gemaakt dat ik zulke uitstapjes niet tolereer, punt uit. Daar is vervolgens een brief overheen gekomen. Daarin stond onder meer dat Mandy niet mee zou gaan naar het eerstvolgende trainingskamp.'' Lachend: ,,Al met al heeft die zaak mijn populariteit weinig goed gedaan.''

Met de boodschapper van het slechte nieuws, trainer-coach Jacco Verhaeren, heeft hij zich verzoend. ,,Jacco en ik hebben twee keer een hele middag lang zitten praten. We hebben alles nog eens de revue laten passeren, en beiden geconstateerd dat de zaken scheefgegroeid zijn. Om verschillende redenen. Van belang is dat termen als vertrouwen en integriteit van tafel zijn. Men mag alles van me zeggen, maar niet dat ik `niet integer' zou zijn. Dan gaan alle alarmbellen af, dat pik ik niet. Persoonlijk kunnen Jacco en ik uitstekend met elkaar door de bocht, we zijn het roerend eens hoe de toekomst in te kleuren. Alleen: hij was van mening, en daarin was hij niet de enige, dat ik `een risicofactor' was. En als Jacco iets niet wilde, dan was het wel een potentiële tijdbom meenemen naar Athene.''

Hij oogt monter en strijdbaar, maar ongeschonden is Cats niet uit de strijd gekomen, erkent hij. ,,Natuurlijk ben ik beschadigd, maar Jacco heeft mij geen mes in de rug geduwd. Hij heeft zijn verantwoordelijkheid genomen en mij gewezen op de verwijdering die sluipenderwijs was ontstaan. Natuurlijk is dat niet prettig om te horen. Zoals jij het ook niet leuk zal vinden als jouw hoofdredacteur zegt: je stukjes deugen niet, ga het fotoarchief maar bijhouden. Dan zit je professioneel in zak en as. Maar na één nacht slapen kwam ik tot exact dezelfde conclusie als Jacco: de chemie tussen de ploeg en mij was weg. Dan kan ik op mijn strepen gaan staan en zeggen: ik ga hoe dan ook mee. Maar hoe verstandig was dat geweest? Het gaat niet om de bondscoach, het gaat om de zwemmers. Als ik als `een blok aan het been' wordt ervaren, dat rest mij geen andere keuze dan af te haken.''

De bondscoach als het weliswaar logische, maar lijdzame slachtoffer? Van de nukken en grillen van (top)sporters, die de kunst van de zelfkritiek amper verstaan? Cats, sussend: ,,Zo zwart-wit zou ik het niet willen stellen. Al zou het sommigen niet misstaan eens wat vaker in de spiegel te kijken, dat is waar. Maar goed, als sporters een bepaald gevoel hebben en meer was het ook niet kan ik daar weinig aan doen. Het gevoel is voor velen het kompas waarop ze varen. Dat geldt vaak ook voor mij, hoe rationeel ik van nature ook ben ingesteld. Ze hadden een punt: een paar voorvallen en daar zijn we elkaar langzaam maar zeker kwijtgeraakt. Ik was gewoon niet fit en dus niet scherp. Dan kan ik boos worden, maar het was zo. Wat vervelender is, is dat ik voor de buitenwacht de bondscoach-die-niet-meeging ben. Dat zal ik met me mee moeten dragen.''

Of is hij vooral het slachtoffer van het gebrek aan daadkracht van en bij zijn werkgever, de ooit als slagvaardig bedoelde topsportdivisie van de zwembond: de Stichting Topzwemmen Nederland (STN). ,,Ik wil de zaken niet fraaier voorstellen dan ze zijn. In alle eerlijkheid: ik vind niet dat STN-bestuur heeft uitgeblonken in daadkracht, en dan zeg ik het voorzichtig. Maar of je nu wilt of niet, ik ben toch het gezicht van STN. Veel daalt en daalde dus op mij neer. Dat wist ik toen ik begon, maar dat afbreukrisico heb ik onderschat. Met heel hard werken en proberen alle balletjes in de lucht te houden, red je het uiteindelijk niet. Dan maar wat minder dingen goed doen. Maar zorg er dan tenminste voor dat de mensen om je heen hun verantwoordelijkheden nemen.''

Cats' demasqué tekende zich vorig jaar al af, in de nasleep van de deels mislukte wereldkampioenschappen in Barcelona, toen zijn gezag openlijk ter discussie werd gesteld. Van enkele zwemmers kreeg de bondscoach te verstaan dat hij zijn oren (te veel) liet hangen naar het Van den Hoogenband-kamp, en dat de teamgeest ernstig te wensen overliet. Voorafgaand aan het toernooi was daar al het conflict met De Bruijn, die volgens Cats en enkele collega-coaches op basis van een gebrek aan trainingsijver en (dus) inhoud beter thuis kon blijven. Die motie van wantrouwen zette de toch al wispelturige zwemdiva in vuur en vlam. ,,De bondscoach communiceert alleen maar per sms'', bitste De Bruijn, die het `negatieve reisadvies' naast zich neerlegde en vervolgens haar gram haalde door twee gouden medailles (50 vrij en vlinder) te winnen.

Het `probleem-Cats' zou, zo verklaarden de betrokkenen in koor, tot na de Olympische Spelen worden `geparkeerd'. Bijna anderhalve maand na `Athene' is de impasse nog altijd niet doorbroken. Cats, relativerend: ,,STN heeft nu de absolute opdracht en intentie om met één goed plan te komen. Daar zijn ze al een tijdje mee bezig, akkoord. Maar op bestuurlijk niveau is inmiddels ook een duidelijke mening gevormd. De coaches zijn het al geruime tijd verbazingwekkend eens met elkaar. Het wachten is nu op het moment dat al die mensen als één blok achter één en hetzelfde plan gaan staan. Mijn inbreng is heel simpel: het neerleggen van een sporttechnisch plan dat staat als een huis. Dat is mijn drijfveer. Mijn gevoel zegt: het is nog niet af, ik kan een bijdrage leveren.''

Maar hoeveel `verhelderende gesprekken' en `doorwrochte evaluaties' heeft het Nederlandse topzwemmen nog nodig om alle fraaie voornemens in daden om te zetten? Cats behoort niet tot het leger der zwartkijkers. Hij begrijpt de scepsis, maar al te goed zelfs. ,,Maar ik zie nog altijd mogelijkheden, ondanks de teruglopende financiën en ondanks het feit dat het inmiddels niet vijf vóór maar tien over twaalf is. Maar dat wil niet zeggen dat je moet gaan slapen. We kennen de pijnpunten, en als je die weet en durft te benoemen, zijn de oplossingen nabij.''

Een van de knelpunten is het gebrek aan uitstraling en (dus) aan sponsors. Zwemmen weet, alle successen ten spijt, geen geld uit de markt te halen. ,,Waarbij we de afgelopen twee jaar ook niet bepaald reclame voor onszelf hebben gemaakt met al dat openlijke gebekvecht. Dat is ook een van de lessen van de voorbije twee jaar: ophouden het openlijk bestoken van elkaar. Mede daardoor is de ploeg geen stabiele eenheid, en zo komt ze ook niet over.''

Een ander heikel punt is de aanwas van jeugdig talent. ,,Onze jeugdzwemmers zijn één voor één beloftevol, zoals zo vaak, maar mentaal en fysiek zijn ze er nog niet. In aantallen doen we het goed, maar het is ons niet gelukt, of in elk geval onvoldoende, die jeugdzwemmers de laatste, o zo belangrijke stap te laten maken. De weg naar de absolute top is niet alleen langer, maar vooral ook veel lastiger geworden. We ontkomen er niet aan om programma's te ontwikkelen om het pad naar die top te effenen. Laat je ze drijven, dan wordt het dat wat Jacco met enige regelmaat `het toevalmodel' noemt. Ik heb het vaker gezegd: in ons huis ontbreekt een etage. Het is een gammel bouwwerk.''

Ook over zijn eigen toekomst tast hij in het duister. ,,Ik heb een contract voor onbepaalde tijd, maar op 1 januari wil ik vooruit kunnen kijken en uitzicht hebben op een uitdagende en geloofwaardige functie. Ik blijf geloven in een sturende rol, in iemand die de grote lijnen uitzet en de visie bewaakt. Of ik dat nu ben of iemand anders, doet niet terzake. Welke naam je daar vervolgens opplakt bondscoach, technisch directeur of manager is eveneens van secundair belang.''