Hoeveel geld geeft de overheid?

Basis en aanvullend

Alle studenten ontvangen een basisbeurs van 74 euro (voor thuiswonenden) of 228 euro (voor wie op kamers woont). Of iemand daarnaast een aanvullende beurs kan krijgen, hangt af van

– het inkomen van de ouders;

– het aantal broers en zussen dat voortgezet of hoger onderwijs volgt;

– de woonsituatie: thuis of op kamers;

– het soort ziektekostenverzekering: particulier of ziekenfonds.

De hoogte van de aanvullende beurs wordt aan de hand van deze voorwaarden bepaald. Het maximale bedrag van een aanvullende beurs is 219 euro per maand voor thuiswonende studenten en 237 euro per maand voor studenten die op kamers wonen.

Als de ouders samen meer dan 37.500 euro per jaar verdienen, vervalt de mogelijkheid om een aanvullende beurs te ontvangen, tenzij de student nog een of meer broers en zussen heeft die onderwijs volgen. De overheid gaat ervan uit dat ouders met hoge inkomens zelf voor de studie en het levensonderhoud van hun kinderen kunnen betalen. Weigeren ouders te betalen, dan kunnen studenten onder bepaalde voorwaarden toch een aanvullende beurs krijgen.

Gratis reizen

In juli van dit jaar was er in Den Raag even wat discussie over, maar onderdruk van D66 heeft het kabinet besloten dat de OV-studentenkaart voorlopig nog blijft bestaan. Heb je recht op studiefinanciering, dan heb je automatisch ook recht op de OV-kaart. Zelfs wie na vier jaar studeren geen recht meer heeft op een basisbeurs of een aanvullende beurs, kan nog altijd wel een OV-studentenkaart krijgen.

Er zijn twee soorten kaarten: de weekkaart en de weekendkaart. De keuze hangt af van de woonsituatie. Voor wie nog thuis woont, ligt een weekkaart voor de hand. Wie op kamers woont, in of dichtbij de stad waar hij studeert, kiest voor een weekendkaart. Wie halverwege het studiejaar op kamers gaat wonen, kan zonder problemen overstappen van de weekkaart op de weekendkaart.

Op de dagen waarop de studentenkaart niet geldig is, mag je wel met korting reizen. De OV-studentenkaart is geldig in treinen, trams, metro, buurtbussen en interliners.

Belangrijk om te weten is dat de kosten van de OV-studentenkaart terugbetaald moeten worden als iemand voortijdig met zijn studie stopt of niet binnen tien jaar afstudeert. De OV-studentenkaart wordt namelijk net als de prestatiebeurs beschouwd als een lening, die pas wordt omgezet in een gift wanneer iemand naar behoren is afgestudeerd. En zo'n kaart is niet goedkoop: ongeveer 70 euro per maand.

Niet onbeperkt bijverdienen

Een bijbaantje is voor studenten een voor de hand liggende manier om hun budget aan te vullen. Zeker voor degenen die niet willen dat hun ouders alles voor hen moeten betalen of die 'bang' zijn om geld te lenen. Maar onbeperkt bijverdienen kan niet met een beurs, want bij te veel inkomsten wordt de beurs gekort.

In dit studiejaar mogen studenten maximaal 10.218 euro bijverdienen. Als iemand meer verdient, wordt de studiefinanciering niet meteen ingetrokken, maar het kan wel gebeuren dat achteraf een deel of alles terugbetaald moet worden. Het is daarom aan te raden om onmiddellijk de studiefinanciering stop te zetten zodra je denkt over deze magische grens heen te gaan. Want de IB-Groep controleert achteraf bij de belastingdienst hoeveel iemand heeft verdiend.

Hoe lang mag je studeren?

Zo lang als je wilt. Maar reken er niet op dat je altijd maar studiefinanciering blijft ontvangen. Voor de meeste studies geldt dat je vier jaar lang recht hebt op het maximale bedrag dat voor jouw situatie geldt. Daarna kun je alleen nog geld lenen.

Je mag ook zo vaak als je wilt van studie veranderen. Maar dat is in de praktijk niet aan te raden, want dan zul je nooit elk jaar voldoende studiepunten halen om nog studiefinanciering te kunnen blijven ontvangen.

Bewijzen waar je woont

Studenten die op kamers wonen krijgen meer studiefinanciering dan die nog thuis wonen. De basisbeurs voor thuiswonenden is 74 euro per maand, voor uitwonenden 228; bij de maximale aanvullende beurs zijn de bedragen respectievelijk 219 en 237 euro per maand.

Tot vorig jaar ging de IB-Groep, die de beurzen verstrekt, ervan uit dat wat de studenten zelf opgaven over hun woonsituatie (door middel van het aanvinken van een vakje op het aanvraagformulier studiefinanciering) altijd klopte. Maar de Algemene Rekenkamer vond dat de IB-Groep omwille van de rechtmatigheid de gegevens van uitwonende studenten moest controleren. Dat gaat vanaf dit studiejaar dan ook gebeuren.

De eerste controle is het vergelijken van het door de uitwonende student zelf doorgegeven woonadres met de adresgegevens van de ouders. Als de adresgegevens van de ouders onbekend zijn, gaat de IB-Groep die opvragen bij de Gemeentelijke Basisadministratie. Dat adres mag natuurlijk niet hetzelfde zijn als wat de student als zijn adres heeft opgegeven. Als dat wel zo is, moet hij met bewijsstukken (huurcontract, overmaking huur) kunnen aantonen dat hij op een ander adres woonde tijdens de maanden dat hij een beurs als uitwonend student ontving. Als hij dat niet kan wordt de uitwonende beurs veranderd in een thuiswonende beurs en moet hij het te veel ontvangen geld terugbetalen.

Prestatiebeurs: voor wat hoort wat

Studenten krijgen alleen iets cadeau als ze ook presteren. Het staat er niet altijd bij, maar zowel de basisbeurs als de aanvullende beurs zijn zogenoemde prestatiebeurzen. Het zijn in feite leningen, die pas in een gift worden omgezet als iemand volgens de regels afstudeert. Voor degenen die in 2004 of 2005 aan hun studie beginnen geldt: als je binnen tien jaar afstudeert, hoef je van de basisbeurs en de eventuele aanvullende beurs niets terug te betalen.

Dat betekent niet dat studenten rustig tien jaar over hun studie kunnen doen en steeds maar geld blijven krijgen. Voor de meeste studies geldt dat je maximaal vier jaar een prestatiebeurs kunt krijgen. Daarna moet je geld lenen, maar zelfs dat mag niet onbeperkt. Drie jaar is het maximum. Wie dan nog niet is afgestudeerd, moet het verder helemaal zelf gaan betalen.

Lenen tegen lage rente

De overheid geeft studenten de mogelijkheid om tegen een lage rente geld te lenen. Vorig studiejaar was de rente 3,45 procent. Het bedrag dat een student kan lenen hangt af van de beurs die hij ontvangt. Hoe hoger de beurs, hoe minder iemand kan lenen. Wie alleen recht heeft op een basisbeurs, kan veel bijlenen: rond de 400 euro per maand. Heeft iemand daarnaast ook een aanvullende beurs, dan gaat het maximale leenbedrag omlaag. Voor de meeste studies geldt dat een student vier jaar lang een prestatiebeurs kan krijgen. Wie daarna nog af- of verder wil studeren zonder daarvoor bij ouders aan te kunnen of willen kloppen, kan nog drie jaar het maximale bedrag lenen.

De IB-Groep in Groningen, die de studiefinanciering en dus ook de lening regelt, heeft bepaald hoeveel geld een student per maand ongeveer nodig zal hebben. Dat bedrag varieert tussen de 500 en 700 euro, afhankelijk van de situatie van de student: of hij (of zij) thuiswoont of op kamers en de manier waarop hij tegen ziektekosten verzekerd is. Het bedrag is opgebouwd uit de geschatte kosten voor levensonderhoud, het collegegeld, de studieboeken en de verzekering.

Wie eenmaal weet hoe hoog zijn prestatiebeurs (basisbeurs plus eventueel aanvullende beurs) zal zijn, kan uitrekenen hoeveel geld hij ongeveer kan lenen. Kijk daarvoor ook bij de rekenvoorbeelden.

Meer lenen kan ook, maar dan moet je naar een gewone bank en daar is de rente altijd een stuk hoger.

Lenen is niet populair onder studenten. In 2003 sloten 187.000 studenten een lening af bij de IB-Groep, met een gemiddeld maandbedrag van 95 euro. Het totaal van de bij de IB-Groep uitstaande leningen was in 2003 3,5 miljard euro.