Het moeras der verwachtingen

Stijgende aandelenkoersen, dat is wat fondsbeheerders verwachten. Maar hoe doordacht zijn dergelijke prognoses eigenlijk? De gevaren op de smalle weg naar koersherstel zijn nog steeds talrijk.

Wat moet de belegger de komende twaalf maanden doen? Hier enkele tips. Beleg vooral in aandelen. En dan alleen in de grote blue chips uit Europa, en specifiek de bedrijven die actief zijn in de zorgsector of industriële materialen. De kans is groot dat dit een rendement oplevert van 5 tot 10 procent.

Mocht u geld in obligaties willen stoppen, neem dan de kortlopende papieren. Het liefst de bedrijfsleningen met een hoge rente, de zogenaamde junkbonds met een hoog risico. Als u liever in de valutahandel zit is de euro de beste gok; deze zal namelijk verder stijgen tegenover de dollar.

De tips komen uit de laatste enquête van het gerenommeerde onderzoeksbureau Morningstar, gespecialiseerd in de financiële sector. Het van oorsprong Amerikaanse bureau benaderde de afgelopen drie maanden vijftig fondsbeheerders in Europa die gezamenlijk 54 miljard euro onder beheer hebben.

Of de adviezen kloppen, valt echter te bezien. Ter vergelijking geeft Morningstar de uitkomst van drie vergelijkbare enquêtes die eerder dit jaar werden gehouden onder dezelfde groep. Daaruit blijkt dat verwachtingen snel veranderen. Ook in juni noemden de beheerders de grote concerns als de beste beleggingskeus, maar toen was Japan de favoriete markt en werd gezegd dat de telecomsector het best zou renderen.

Dat zelfs diegene die geacht worden de beurs door en door te kennen op zo'n korte termijn van gedachten veranderen, zal bij de particuliere belegger – met veel minder informatie tot zijn beschikking – de moed in de schoenen doen zakken. Een van de redenen voor de snelle verandering kan overigens zijn dat de gemiddelde fondsbeheerder slechts twee tot vier jaar dezelfde baan heeft eer hij weer verdergaat. Morningstar stelt dat het zorgwekkend is dat instellingen de beheerders met bonussen proberen te verleiden om te blijven, bonussen die veelal op korte-termijnprestaties zijn gebaseerd, terwijl de fondsen die zij beheren worden verkocht als langetermijninvesteringen.

Dat het voorspellen van de beurs een razend moeilijk en zeer speculatieve bezigheid is, weet de gemiddelde belegger wel. Dat het optimisme desondanks overheerst bij de beheerders, is logisch. Zij leven van stijgende koersen. In de enquête zegt de grote meerderheid ook de komende twaalf maanden nieuwe beleggingsproducten in de markt te willen zetten. En nieuwe fondsen verkopen nu eenmaal een stuk moeilijker als de beurs daalt.

Ook zet de economische groei in de westerse wereld nog altijd door. Maar hier ligt het drijfzand op de loer waarin de belegger terecht kan komen. De ondergrond voor het herstel van economie en beurs lijkt nogal zompig.

Allereerst is daar de olieprijs die de laatste weken weer record na record breekt. De dure olie wordt vooralsnog genegeerd door de belegger, maar de effecten zullen de komende twaalf maanden voelbaar worden. Olie is de boei waarop de westerse economieën drijven. Als de olie duurder wordt, stijgen ook de prijzen van veel producten. Olie is een veelgebruikte grondstof voor dingen als zeep en plastic en de fabrikanten zullen proberen de kosten door te berekenen. De hoge olieprijs – en ook benzineprijs – zorgt er dus voor dat de koopkracht van de consument krimpt op een moment dat deze juist geld zou moeten uitgeven om de economie weer op gang te brengen.

Of in Nederland de geldstroom naar de beurs weer op gang komt is de vraag. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde vorige week dat de huishoudens nog uithijgen van de beursklap in de periode 2000-2002: het financieel vermogen van het gemiddelde huishouden ligt 20 procent lager dan in 1999.

Niet alleen de olieprijs stijgt. Deze week bereikte de grondstoffenindex het hoogste punt in 23 jaar. De vraag is groot, vooral uit China, maar de duurdere aluminium en koper gaan ervoor zorgen dat het kostbaarder wordt om huizen en auto's te maken, waardoor de economische groei vertraagt.

Beleggers mogen de alarmbellen nog negeren, politici en bankiers doen dat niet meer. Dat bleek vorige week weer toen het Internationaal Monetair Fonds waarschuwde dat elke 5 dollar op de olieprijs 0,3 procentpunt afhaalt van de wereldwijde economische groei. Ter illustratie, de olie is nu 70 procent duurder dan een jaar geleden.

In de Verenigde Staten luidde een bestuurslid van de centrale banken deze week de noodklok over het tekort op de betalingsbalans in de VS. ,,De wereld financiert ons tekort'', zei Robert McTeer. ,,Theoretisch zal dit proces op een dag stoppen. Dan ontstaat er een crisis en stijgt de rente.'' Zo'n uitspraak had tot voor kort voor paniek gezorgd, maar nu lijkt de belegger doof.

Is dit verstandig? 80 procent van het wereldwijde overschot aan spaargeld gaat nu naar het Amerikaanse tekort, wat volgens analist Stephen Roach van zakenbank Morgan Stanley onhoudbaar is. Volgens hem ligt de wereldeconomie op een ramkoers en is de kans groot dat de beurzen straks wegzinken in het zompige moeras.