Het lekkerste broodje van Nederland

In de Bijenkorf viert Joep Habets zijn eigen dwaze dagen.

Voor het tweede jaar in successie heeft een van de koks van de Haagse Bijenkorf de wedstrijd `Het lekkerste broodje van Nederland' gewonnen. Op naar 's-Gravenhage om in het genot te delen.

In restaurant La Ruche maakt de winnaar van dit jaar, Rachid Ahajgoune, de broodjes eigenhandig klaar. Het pitahbroodje is, volgens het prijswinnend recept, gevuld met sla, reepjes kippendij, gepekelde citroen, gerookte amandelen, gedroogde vijgen, tomaat en arganolie, geserveerd met knoflooksaus. Met de arganolie is het niet alleen een lekker, maar ook een bijzonder broodje. Arganolie is niet gemakkelijk verkrijgbaar. In Marokko winnen berbervrouwen de olie uit de noten van de, ook door geiten zeer gewaardeerde, arganvrucht. De arganiaboom groeit in het noordwesten van Marokko. Het boompje behoort tot de bedreigde boomsoorten en is beschermd. Met de olie en ingrediënten als gepekelde citroen en amandelen heeft het lekkerste broodje van Nederland een onmiskenbaar Noord Afrikaans smakenpalet.

Van brood alleen kan een mens niet leven. Bij het keuren van wat andere gerechten uit het vertrouwde Bijenkorf assortiment krijg ik de indruk dat ze beter zijn dan bij de vestigingen elders. Dat kan toch niet waar zijn in een tijd van integrale kwaliteitsbewaking?

Iedereen heeft recht op zijn eigen dwaze dagen. Ik besteed ze aan een vergelijkende Bijenkorf-restaurant en -cafétest. De vestigingen zijn familie van elkaar, maar ze hebben ook eigen karaktertrekken. De ambiance is doorgaans strak en licht. Een strak en licht interieur kan in de regel minder rommeligheid verdragen en verenigt zich minder goed met de zelfbedieningsformule van de meeste Bijenkorf-restaurants en cafes. Zo ziet het er in Maastricht op een zaterdagmiddag al snel chaotisch uit. Maar het hangt ook van de bediening, en soms het gebrek aan bediening, af. In Utrecht is de jonge staf welwillend, maar onhandig, in Amstelveen gestrest. In Eindhoven drijft de zaak op ervaring en degelijkheid. In Amsterdam hangt het er een beetje van af hoe de koksmuts staat, nu eens attent en vriendelijk, maar ook wel eens onverschillig en ronduit lomp. Wie zet er nu welbewust vieze sausschaaltjes tussen de schone exemplaren? En het is natuurlijk praktisch om borden met warme spijzen af te dekken met een plastic cloche opdat ze op temperatuur de kassa passeren, maar is het dan handig koude borden te gebruiken? Van schrik verstijft de satésaus.

Van het vaste assortiment zien de taartjes er overal verzorgd en goed uit. De kleine quiches ogen hier en daar gebarsten en uitgedroogd. Met de gevuldheid van de soepen kun je het treffen, maar ook wel eens pech hebben.

Een onderdeel in het assortiment in een aantal restaurants is de bonne bouche. Het is een pasteitje op zijn kop. De ragout zit in een ovenschaaltje onder een koket gebold bladerdeegkapje, bestrooid met maanzaad. Het blijkt elke keer weer een verrassing wat er onder dat bladerdeegkapje verstopt is. In Amsterdam is het een brij met draadjesvlees, van andere ingrediënten is niets herkenbaar. In Rotterdam verschuilen zich onder het kapje redelijke forse stukken vlees, in een zeer dikke ragout met veel broodcroûtons. In Den Haag wordt duidelijk wat waarschijnlijk wordt bedoeld. De kruidige ragout heeft een vloeiende consistentie, er zitten blokjes vlees in, veel schijfjes champignons, ook wat broodcroûtons en er is warempel een zweem van kaas te proeven.

De Haagse vestiging wint ook de wedstrijd `beste Bijenkorfrestaurant'.