Help! Met welke beurs kan ik nog studeren in het buitenland?

In het buitenland studeren is mogelijk, maar een volledige bachelor of master volgen in het buitenland met behoud van studiefinanciering is er niet meer bij. Hoe de Europese wetgeving de poorten sluit.

”Al die slogans over internationalisering van het hoger onderwijs slaan volgens mij echt nergens op. Ik krijg de mogelijkheid om een fantastische studie in het buitenland te gaan doen en dan moet ik het helemaal zelf uitzoeken. Ik krijg geen studiefinanciering, geen lening van de studiefinanciering of de bank, geen beurs, helemaal niets.” Na een toelatingsprocedure van een jaar is Wandy Velds (18) uit het Gelderse Wezep toegelaten tot de prestigieuze Oriental Studies van de University of Cambridge met als specialisatie Chinese studies. Begin oktober is ze ingetrokken in de eeuwenoude gebouwen in Cambridge. ”Deze kans kan ik niet laten lopen. Ik zie wel waar het schip strandt.”

Wandy Velds is, zonder dat ze het wist, opgelopen tegen een kloof tussen de Europese wetgeving en de nationale onderwijswetgeving. Het ministerie van Onderwijs kwam er in 2001, na een onderzoek van het Europees Instituut van de Universiteit van Utrecht, achter dat het meenemen van studiefinanciering door Nederlandse studenten naar het buitenland vervelende consequenties heeft. Het zet namelijk de deur open voor aanvragen van studiefinanciering door studenten uit het buitenland. In de Europese Unie is ooit afgesproken dat onderwijs en gezondheidszorg nationale aangelegenheden zijn. Maar op het moment dat jongeren als studenten naar andere landen gaan, treedt de Europese wetgeving betreffende de vrijheid van personenverkeer in en daarmee ook het zogenoemde non-discriminatiebeginsel. De nationale wetgeving vervalt dan. Dus: wanneer Nederlandse studenten studiefinanciering meenemen naar het buitenland, geeft dat buitenlandse werknemers die enige tijd in Nederland hebben gewerkt het recht aanspraak te maken op studiefinanciering. Of zoals de woordvoerder van het ministerie van Onderwijs het uitdrukt: ”Een Pool die hier toevallig enkele maanden heeft gewerkt kan dan studiefinanciering aanvragen voor zijn kinderen die in Polen studeren of ze naar Nederland sturen.”

Daarom is sinds 2001 een volledige studie in het buitenland met behoud van studiefinanciering alleen nog mogelijk in de grensgebieden met België en Duitsland. Daarbuiten kan het alleen voor studies die opleiden voor beroepen waarvan in Nederland te weinig beoefenaren heeft, zoals geneeskunde, diergeneeskunde, tandheelkunde, farmacie, architectuur, verpleegkunde en verloskunde. In 2002 zijn ook de duizend beschikbare VISIE-beurzen afgeschaft. VISIE staat voor Volledige Internationale Studie in Europa. Volgens het ministerie van onderwijs deden steeds vaker leerlingen voor wie de regeling niet bedoeld was een beroep op de VISIE-beursregeling. Mathilde Lagendijk van het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en beheerder van de VISIE-beurs: ”Tien procent ging naar kinderen van bijvoorbeeld buitenlandse Shell-werknemers die hier naar een internationale school gingen en aanspraak maakten op deze beurs voor een studie in het buitenland.”

Volgens Mathilde Lagendijk zijn er nog meer gevolgen, met name voor wetenschappelijke bachelors. ”Voor hen is het helaas niet mogelijk met studiefinanciering een universitaire master in het buitenland te behalen of een speciale beurs te krijgen via bijvoorbeeld het Nuffic. Want de overheid reserveert dat geld voor een complete BaMastudie in Nederland. Hbo-bachelors kunnen weer wel een universitaire master in het buitenland doen met een beurs van het Nuffic.” Terwijl juist de invoering van de zogenoemde BaMastructuur in het Europese hoger onderwijs ervoor moet zorgen dat studies binnen Europa beter op elkaar aansluiten en studenten zonder al te grote obstakels een studie in het buitenland kunnen volgen. Mathilde Lagendijk: ”Het meenemen van de studiefinanciering naar het buitenland is het heikele punt van de internationalisering van het hoger onderwijs in Europa.”

Maar het kan nog gekker: Nederland stuurt zijn studenten die een buitenlandse titel willen halen zonder een cent de wijde wereld in, maar verwelkomt de studenten uit de Europese Unie die in Nederland hun bachelor of master doen met een tegemoetkoming in de studiekosten, namelijk door hun een basisbeurs voor thuiswonenden van bijna 900 euro per jaar te verstrekken. Volgens de woordvoerder van het ministerie van Onderwijs kan Wandy Velds op haar beurt aanspraak maken op de studiefinanciering in Engeland. Maar het Britse koninkrijk is helaas niet zo gul als Nederland: studenten uit Europa betalen evenveel collegegeld – 1.600 euro – als de Britse studenten en daar blijft het bij. Studenten van buiten de Europese Unie betalen meer. Wandy zou wel aanspraak kunnen maken op een Engelse lening of beurs, maar volgens de Engelse normen is het inkomen van Wandy's ouders daarvoor te hoog.

Voorzitter Kim Toering van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) vindt dat Nederland de afspraken niet nakomt die in 1999 in het Italiaanse Bologna zijn gemaakt over mobiliteit van studenten en aansluiting van diploma's. ”De Scandinavischc landen sturen hun studenten gewoon met behoud van studiefinanciering naar het buitenland en daar zijn ook geen horden Polen aanspraak komen maken op een beurs. Maar Nederland haalt wel buitenlandse studenten binnen en geeft ze nog geld toe. De mobiliteit moet van beide kanten komen.” Volgens Kim Toering zou een proefproces voor bijvoorbeeld Wandy Velds een grote kans op succes hebben. ”Ze zou dan wellicht aanspraak kunnen maken op hetzelfde Europese gelijkheidsbeginsel terwijl haar nu geweigerd wordt studiefinanciering mee te nemen. Maar we willen het niet voor één student regelen, maar voor alle Nederlandse studenten.”

Per jaar gaan volgens de BISON-monitor – BISON staat voor Beraad Internationale Samenwerking Onderwijs Nederland – bijna 24.000 Nederlandse studenten naar het buitenland voor een korte stage of een studie; dat is 5 procent van de hbo-studenten en 5,5 procent van de universitaire studenten. 12.000 Nederlandse studenten staan ingeschreven bij het buitenlandse hoger onderwijs. Daar staat tegenover dat 37.000 buitenlandse studenten voor kortere of langere tijd in Nederland studeren. De meesten komen uit Duitsland, België, Spanje en China. Dezelfde BISON-monitor concludeert dat de overheid meer betaalt aan de instroom van buitenlandse studenten dan aan de uitstroom van Nederlandse studenten. Dit komt voornamelijk door studenten uit derdewereldlanden met een volledige beurs, die door het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt betaald.

Het is een kwestie waarmee de staatssecretaris voor het hoger onderwijs, Mark Rutte, ook in zijn maag zit. Onlangs kondigde hij aan dat de studiebeurzen voor studenten van buiten de Europese Unie, zoals Chinezen, worden stopgezet omdat het eenvoudigweg te duur is geworden. Maar Rutte wil de talentvolle buitenlandse studenten nog steeds graag hebben voor de in het slop rakende kenniseconomie. Het is dus of de deur open zetten voor buitenlandse studenten, waardoor de aanspraak op de studiefinanciering niet meer in de hand te houden valt en je niet weet of je goede studenten binnenhaalt, óf de deur dicht doen en een beurzenprogramma voor talenten opzetten. Dat laatste is precies wat staatssecretaris Rutte in september bij de opening van het academische jaar aankondigde. Dat hij talentvolle studenten van binnen en buiten de Europese Unie naar Nederland wil halen en talentvolle Nederlandse studenten de kans wil geven hun volledige studie in het buitenland te volgen. Daarvoor is een budget van tien miljoen euro vrijgemaakt. Onduidelijk is nog hoe de verdeling tussen deze twee groepen zal zijn. Daarnaast is het meenemen van de studiefinanciering naar het buitenland een punt dat onder het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie hoog op de agenda is gezet bij de bijeenkomsten van de Europese onderwijsministers.

Vooralsnog heeft Wandy Velds niets aan al deze goede bedoelingen. Er wordt geen snelle oplossing binnen een paar jaar verwacht. Daarvoor moet nog een flink aantal juridische hobbels genomen worden. In haar derde jaar gaat Wandy verplicht naar een Chinese universiteit om het Mandarijn in de praktijk verder te leren. ”Ik hoop dan een reisbeurs te krijgen. Ik heb nu nog geen idee of dat een Engelse of een Nederlandse beurs wordt. Waarschijnlijk moet ik me voor een Nederlandse beurs wel inschrijven bij een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs. En misschien volg ik, na mijn bachelor in Engeland te hebben gehaald, wel een master in Nederland. Want daar kan ik dan wel weer studiefinanciering voor krijgen.”

Het gebrek aan beurzen voor getalenteerde jongeren die een bachelor of een master willen volgen in het buitenland staan in schril contrast met de ongeveer 6.000 beurzen die beschikbaar zijn voor kortere studies of stages in het buitenland. De stages kunnen variëren van een maand tot een jaar, een studie van drie maanden tot een jaar. Het Nuffic beheert zowel voor de overheid als voor de private instellingen de beurzen. Er zijn beurzen in het kader van culturele verdragen met landen, de Leonardo- en de Erasmus-beurs, het Talentenprogramma en de beurzen van de NAVO en het VSB-fonds. Zo is de Leonardo da Vinci-beurs vooral bedoeld voor stages van studenten van beroepsopleidingen en pas afgestudeerden. Voor een stage van bijvoorbeeld zeven weken geldt een bedrag van 1.150 euro naast de gewone studiefinanciering. De Tempus- beurs (Transeuropees samenwerkingsprogramma voor het hoger onderwijs) is gericht op Oost-Europa en een aantal republieken van de voormalige Sovjet-Unie. Bij deze beurs geldt dat een student er alleen voor in aanmerking kan komen wanneer de hogeschool of universiteit meedoet aan een speciaal samenwerkingsproject. Om in aanmerking te komen voor het behoorlijke bedrag van 800 euro per maand, bovenop de reguliere studiefinanciering, moet een student minimaal twee jaar studie achter de rug hebben. Voor iedere stage of studie in het buitenland tijdens de bacheloropleiding moet een student ingeschreven blijven staan bij de Nederlandse opleidingen en is toestemming van de opleiding nodig. Er zit echter een addertje onder het gras: studenten kunnen ook een beurs krijgen voor studies en stages die niet meetellen voor de studiepunten.

Hoewel er grote beurzen voor Oost-Europa worden verstrekt, is het de minst populaire bestemming om te studeren. In Europa is Groot- Brittannië het duurste maar ook het populairste land om te studeren. Volgens Mathilde Lagendijk van het Nuffic is dat vanwege de taal en de hoge kwaliteit van de opleidingen. Uit berekeningen van het Nuffic blijkt dat een studie in Cambridge rond de 20.000 euro per jaar kost. Mathilde Lagendijk: ”De kosten voor levensonderhoud zijn in Engeland hoog.”

Wandy Velds' ouders kunnen alleen de eerste twee jaar garant staan voor haar studie. Per jaar kost alleen haar studie al meer dan 10.000 euro. ”Ik woon wel intern in het college waar ik ook te eten krijg. Maar dan heb ik nog niets gedaan. Niet gereisd, geen kleren gekocht of uitgegaan.” Er blijft nog een manier over om geld binnen te krijgen: als werkstudent. Maar ook die weg is voor Wandy Velds afgesloten: ”Studenten van Oxford en Cambridge worden niet geacht een bijbaantje naast hun opleiding te hebben. Dit geldt overigens niet voor de andere Britse universiteiten.” In Groot-Brittannië mag een buitenlandse student werken, maar Wandy Velds kwam pas het land binnen nadat zij had bewezen voldoende geld mee te brengen om in haar levensonderhoud te kunnen voorzien. In Nederland mag een Europese werkstudent tot 10.000 euro per jaar bijverdienen voordat hij het recht op de beurs verliest.

Beursprogramma's voor het buitenland

De overheid, de Europese Unie, maar ook particuliere stichtingen en bedrijven stellen beurzen beschikbaar voor studies en stages in het buitenland. Hieronder een overzicht van de belangrijkste beurzen. Ze worden beheerd door het Nuffic (Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs). Zie ook: www.wilweg.nl

Erasmus

Erasmus (onderdeel van Socrates) is het onderwijsprogramma van de Europese unie voor het hoger onderwijs (wo en hbo). De beurzen worden niet direct aan studenten toegekend, maar aan de onderwijsinstellingen. Die bepalen welke studenten in aanmerking komen. Je kunt dus ook alleen een Erasmus-beurs krijgen als jouw onderwijsinstelling aan het programma deelneemt en ook alleen naar landen waarmee jouw instelling een uitwisseling heeft. De beurs is toegankelijk voor alle studierichtingen. Je moet wel het eerste studiejaar hebben afgesloten. Het beursbedrag is 350 euro voor een verblijf van drie maanden.

Leonardo da Vinci

Het Leonardo da Vinci-programma subsidieert stages bij ondernemingen in bijna heel Europa. De stage (minmaal drie, maximaal twaalf maanden) moet deel uitmaken van je studie en ook mee mogen tellen. De beurzen worden toegekend aan de onderwijsinstellingen, niet aan individuele studenten. De instelling bepaalt wie in aanmerking komt. De beurs bestaat uit een tegemoetkoming in de extra kosten van een buitenlandse stage. Het bedrag wordt per student vastgesteld. Leonardo da Vinci verstrekt ook beurzen voor stages aan afgestudeerden.

Tempus

De EU werkt samen met buurlanden van Europa met als doel: ontwikkeling en herstructurering van het hoger onderwijs in die landen. In het kader van zo'n gezamenlijk Europees project kunnen derdejaarsstudenten (of hogerejaars) een zogenoemde Tempus-beurs aanvragen. Het gaat dan om een studie of stage in landen rond de Middellandse Zee (zoals Albanië, Tunesië, Syrië) en een groot aantal voormalige sovjetrepublieken. Je kunt alleen een Tempus- beurs aanvragen als jouw instelling meedoet aan zo'n samenwerkingsproject. Het bedrag wordt per stage vastgesteld, richtlijn is 800 euro per maand.

Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut

Dit instituut zetelt in de Italiaanse stad Florence. Doctoraalstudenten kunstgeschiedenis kunnen hier een cursus volgen. Per jaar zijn dertig beursmaanden beschikbaar, te verdelen over meer aanvragers. Studenten kunnen de beurs individueel aanvragen bij het Nederlandse secretariaat van het instituut in Nijmegen. Het bedrag is 408 euro per maand.

VSBfonds

Met een VSBfonds-beurs kun je, na je bachelor- of masteropleiding aan een Nederlandse onderwijsinstelling, een studie in het buitenland volgen of onderzoek doen. Je kiest zelf het opleidingsinstituut in het buitenland en moet zelf zorgen dat je wordt toegelaten. De beurs geldt in principe voor alle landen, voor minimaal drie en maximaal 24 aaneengesloten maanden. Je kunt maximaal 7.000 euro krijgen.

Culturele verdragen

Nederland heeft met een aantal landen bilaterale overeenkomsten gesloten om de samenwerking op cultureel, educatief en wetenschappelijk gebied te bevorderen. Binnen deze culturele verdragen (CV) zijn vaak afspraken gemaakt over uitwisselingen op het gebied van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Op grond van deze afspraken kunnen (bijna) afgestudeerde studenten tijdelijk studeren of onderzoek doen (geen stage lopen) in een ander land, dat daarvoor beurzen beschikbaar stelt. De studieperiode varieert van drie maanden tot een jaar. Studenten kunnen de beurs zelf aanvragen bij de eigen instelling of in het land waar ze willen studeren. Het bedrag verschilt per land en per studie.

Talentenprogramma

Via het Talentenprogramma van het ministerie van Onderwijs kun je aansluitend op je studie in Nederland nog een jaar met een beurs naar het buitenland, om te studeren of onderzoek te doen. Je kiest zelf het land en de instelling. Jaarlijks zijn 35 tot 40 beurzen beschikbaar voor getalenteerde studenten die hoge studieresultaten hebben behaald. De student moet de beurs zelf aanvragen. Het beursbedrag is maximaal 18.151 euro.

NiZa Scriptieprijs

Een goede scriptie over een onderwerp of thema dat politiek, journalistiek, economisch of cultureel relevant is voor de regio zuidelijk Afrika kan je een prijs opleveren van het NiZa (Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika). De prijs is een beurs van 6.000 euro voor een vervolgonderzoek in zuidelijk Afrika. Voorwaarde is dat je bent afgestudeerd en dat je scriptie niet ouder is dan een jaar.