Groningen

'Groningen is zo'n gezellige stad', hoor ik iedereen altijd zeggen met een dromerige blik in zijn ogen. Ik was dan ook behoorlijk benieuwd wat Groningen tot zo'n ontzettende gezellige stad zou maken.

Het eerste wat je ziet in Groningen is het Groningermuseum. Het is een goed museum, maar ik zou het niet bepaald een gezellig museum noemen. Bij een gezellig museum denk ik eerder aan een provinciaals hoedenmuseum dan aan het museum dat bekend is geworden door zijn tentoonstellingen vol met foto's van plasseks, ondersteboven hangende dwergen en sculpturen van kinderen met piemels op hun neus. Ook qua vormgeving ziet het gebouw er knettergek uit, maar niet gezellig.

Als ik iets verder loop zie ik nog een knettergek gebouw. Een grote glazen caravan gevuld met honderden stofzuigers, ventilators en boterhamzakjes. Op de caravan staat een nummer en als je dat belt, dan gaan de apparaten aan en laten een vreemde symfonie van surrealistische geluiden over de straten schallen. De mensen van Groningen lopen langs het vreemde gebeuren alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Ik krijg dus eerder het vermoeden dat Groningen een totaal krankzinnige van de pot gerukte stad is, in plaats van zo'n ontzettend gezellige stad. Als ik Groningen verder inloop wordt het er niet gezelliger op. Je hebt inderdaad wat slome terrasjes die sommige mensen als gezellig zullen bestempelen, maar dat is dan ook alles wat ik zie aan gezelligheid. De meeste huizen lijken gebouwd te zijn in Polen, het winkelcentrum bestaat enkel uit Blokkers en de mensen hebben een boerse chagrijnigheid.

Op een plein is bruiloft. Twee norse heavy-metal types zoenen elkaar heftig op de mond als de fotograaf dat vraagt. ”Nu is het wel weer genoeg”, zegt de fotograaf, ”er lopen hier ook kinderen rond.” De twee die de gelukkigste dag van hun leven horen te vieren halen hun schouders op en houden op met zoenen. Een gezellige stad is Groningen niet, een hele gekke stad is het wel.