Gijzelen voor de publiciteit

Ken Bigley's ontvoerders hebben de gijzeling tot het laatste toe gebruikt om de westerse publieke opinie ten aanzien van de kwestie-Irak te bespelen.

Islamitische extremisten zijn volleerde spin doctors. Dat is een van de conclusies na de dood van Ken Bigley, de Britse ingenieur wiens gijzeling door zijn ontvoerders tot het laatste ogenblik van zijn gruwelijke onthoofding is gebruikt om de westerse opinie via de media te bespelen. Even leek het er op dat Bigley zou kunnen vrijkomen na betaling van losgeld. Dat bericht bleek valse hoop. De ontvoerders, zo goed als zeker de Tawhid wal Jihad-groep van de Jordaniër Abu Musab al-Zarqawi, waren niet uit op losgeld. Wel op publiciteit, tweedracht in het westen over de Brits-Amerikaanse aanwezigheid in Irak, tweedracht tussen Britten en de Verenigde Staten, het opvoeren van de politieke druk op premier Blair en uiteraard het zaaien van angst onder (potentiële) werknemers bij de wederopbouw van Irak.

,,Ze willen hun daden op het internet en vervolgens op alle voorpagina's en tv-schermen'', zei Peter Preston, oud-hoofdredacteur van The Guardian, die grote bedenkingen heeft bij de rol van de media als `doorgeefluik' van terreurdaden. ,,Het geeft hun macht in de Arabische wereld een impuls en het laat de westerse opinie wankelen; dat is het spel dat ze spelen.''

Paul Bigley leek bereid dat spel mee te spelen om het leven van zijn broer te redden. Vrijwel onmiddellijk na de ontvoering, ruim drie weken geleden, verklaarde hij dat elk middel daartoe geoorloofd was, waaronder een smeekbede van premier Blair.

,,U bent de enige op Gods aarde die mij nu kan helpen, Mr. Blair'', had Ken immers gezegd in een wereldwijd uitgezonden videoverklaring op 22 september. Evenals andere gijzelaars die het leven zouden laten, was hij gehuld in een oranje overall van het Guantánamo-model en zat hij gehurkt voor een rij gemaskerde en gewapende terroristen. ,,U helpt mij niet, want mijn leven is niets waard'', zei Bigley een week later, dit keer gefilmd in een kooi.

Toen Blair zijn smeekbede weigerde, met een beroep op het principe dat de Britse regering nooit met terroristen onderhandelt, verweet Paul de premier bloed aan zijn handen te hebben. Dat herhaalde hij gisteren, met de boodschap dat de oorlog in Irak ,,illegaal'' was geweest, nadat videobeelden waren opgedoken waarop te zien was hoe Ken Bigley ten slotte werd onthoofd.

Philip Bigley, Kens andere broer, nam daarvan gisteren echter afstand. Volgens hem had de Britse regering juist alles in het werk gesteld om het leven van Ken te redden, maar was het lot van zijn broer (en dat van zijn twee eerder onthoofde Amerikaanse mede-gijzelaars) al bezegeld sinds de eerste dag van de ontvoering. Jack Straw, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, onderschreef dat. Maar hij zei ook voor het eerst dat zich vier dagen geleden in Bagdad een bemiddelaar had aangediend die berichten tussen Bigley's ontvoerders en de Britse regering had uitgewisseld. Straw hield vol dat het daarbij niet ging om ,,onderhandelingen'', maar slechts om ,,communicatie''. De ontvoerders waren volgens Straw echter steeds bij hun eis gebleven dat vrouwelijke Iraakse gevangenen zouden moeten worden vrijgelaten. Die eis was volgens hem niet in te willigen, omdat de Britten geen vrouwelijke gevangenen hadden.

Hoewel de regering-Blair in het openbaar drie weken geen krimp gaf, heeft ze tegelijkertijd steun verleend aan een tot nu precendentloze campagne om een gijzelaar langs indirecte weg vrij te krijgen. Zo liet ze 50.000 pamfletten verspreiden in Bagdad met de tekst van een oproep door Bigley's moeder voor de vrijlating van haar zoon. ,,Mijn zoon is een gewone werknemer die het beste met zijn familie voorheeft'', had Lil Bigley (86) een dag eerder in tranen voor tv gezegd. ,,Laat hem levend bij mij terugkeren. Zijn familie en ik hebben hem nodig.'' Er bestond hoop dat Zarqawi, die zelf een bijzondere band met zijn overleden moeder zou hebben gehad, voor zo'n oproep gevoelig zou zijn.

Onderdeel van de psychologische campagne was vermoedelijk ook het besluit van de Ierse regering om Bigley een Iers paspoort toe te kennen, omdat Bigley's moeder een Ierse was en Ierland in de aanloop naar de oorlog in Irak een neutrale positie innam. Een soortgelijke oproep van Gerry Adams, leider van de Noord-Ierse republikeinse beweging Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, onderstreepte tevens dat de Britse regering soms wel degelijk zaken doet met terroristen.