Gewelddadige fantasieën, je kent ze wel

Er zijn twee dingen waar bejaarden niet tegen kunnen: achteruitrijden in de trein, en hangjongeren. Terwijl achteruitrijden veel veiliger is, en hangjongeren zelden in ramjongeren veranderen.

Ik had ze wel zien staan, die hangjongeren. Het verjaarspartijtje waar ik zoonlief ophaalde was vlakbij een middelbare school, en als tiener kun je nu eenmaal veel beter sigaretten roken voor het schoolgebouw dan thuis. Dat was twintig jaar geleden (wow!) ook al zo.

Fiets op het kleine slot, naar binnen, glas wijn afgeslagen maar niet ontkomen aan het cadeaus bekijken; we stonden in tien minuten weer buiten. Vervolgens heb ik alleen nog maar aan mijn eigen jongeren gedacht; dat moet ook wel om ze heelhuids door het verkeer te krijgen. Dus ik zag het pas bij het parkeren bij ons in de straat. Mijn grote beugelslot was weg. Het had los aan mijn stuur gehangen, ik kan het niet meer aan mijn bagagedrager vastmaken sinds het kinderzitje achterop zit. Wat een kutstreek. Hadden die rookjongeren, in plaats van de kwaliteit van hun sperma verder te beschadigen, mijn slot eraf gehaald! Ik ben nog teruggegaan, in de hoop dat ze het ludiek aan een hek zouden hebben gehangen (grap), maar het was nergens te vinden (vandalisme). Waarschijnlijk hadden ze het verderop in de Boerenwetering gegooid. En het begon steeds harder te regenen.

En ik had het weer! Meteen al bij de ontdekking van het verdwenen slot: waanzinnig gewelddadige fantasieën over hoe mijn wraak zou zijn, verder aangewakkerd door golven adrenaline. Tijd niet gehad! Die fantasieën heb ik sinds ik in 1988 een keer om een uur of elf 's avonds thuiskwam uit de stad. Er was een schuurtje bij het huis waar ik toen een kamer had, bereikbaar via een onverhard pad dat naast het huis begon. Ik stalde mijn fiets, draaide de deur op slot, en toen ik mij omdraaide stonden er vijf jongens van een jaar of zestien voor me, in dobbelsteenformatie. Toen ik aan was komen fietsen, hingen ze daar nog niet, dus het leken mij dreigjongeren. ,,Meneer, mogen we u wat vragen?'', zei een van hen. Een keurig begin van een gesprek, maar om iets te vragen kom je toch niet met zijn vijven op een donker pad om iemand heen staan? Ik zei `zeker niet', en rende langs hen heen naar de straat, naar het licht.

Hoe het daarna verderging weet ik niet precies meer, ik heb omsingeld gestaan tegen een winkelruit, ben de straat een keer over gevlucht en weer terug, ben geschopt en geslagen met als resultaat een blauw oog en een gekwetste peesplaat, en ik heb een van die jongens een bloedneus bezorgd. Het laatste stuk kan ik me wel weer goed herinneren: ik mocht weg, maar durfde niet mijn huis in, dus ik rende weg over de stoep. Eentje bedacht zich, kwam me achterna en tackelde me. Ik lag op de grond met mijn armen over mijn hoofd toen er niets gebeurde. Ik keek op, zag eerst een stuk of tien mensen staan die kennelijk niet hadden willen oversteken zolang de vechtpartij bezig was. Jezus wat was ik boos op die mensen. Met zijn tienen! En verderop stonden twee agenten die mijn aanvaller in de boeien aan het slaan waren. Ze waren op weg geweest om een uit het bed gevallen bejaarde er weer in te tillen, en werden gelukkig door iemand aangehouden om mij te ontzetten.

Ja, dat kon je zo maar gebeuren, in de late jaren '80! Ik heb toen een week niet thuis durven slapen, en heb sindsdien dus flitsen van extreem geweld in mijn hoofd als ik in een situatie kom die dreigend zou kunnen worden. Ik kan helemaal niet vechten, maar ik zie dan voor me dat ik met een baksteen op een hoofd ram, vol uithaal met mijn (ex-) beugelslot (een oog springt uit een oogkas), er een onder een aanstormende vrachtauto duw, en de laatste knal ik met zijn strot op een ijzeren hekje. Je kent ze wel, dat soort gedachten.

De laatste jaren weinig last van gehad, maar nu was het er opeens weer, in alle hevigheid, inclusief de duizeligmakende vloed van adrenaline. Maar vanwege een fietsslot? Dat is toch wel wat anders dan daadwerkelijk aangevallen worden. Ik heb veel over mijn reactie nagedacht, en kom tot de conclusie dat ik vooral niet tegen de totale nutteloosheid van deze diefstal kan. Want de dieven hebben dus niets aan een slot zonder sleutel; het enige gevolg is dat ik voor 68 euro een kettingslot heb moeten kopen. Ik bedoel, rol dan mijn portefeuille, dat is tenminste nog te snappen! Maar hier word ik zo giftig van, dat ik de leerlingen van het Montessorilyceum Amsterdam wil aanraden om te stoppen met roken. Voor hun eigen gezondheid.