Geef Nederlanders de ruimte om te zwerven over kriekpaden en langs notenbomen

Het traditionele zwerfrecht is onlangs in Engeland en Wales formeel in ere hersteld. De wandelaars hebben hun recht op vrije toegang tot de open ruimte herwonnen. Het landschap, inclusief de particuliere natuurterreinen, is voor iedereen vrij toegankelijk over public footpaths.

Ook in Nederland wordt op veel plekken geijverd voor zo'n openstelling van het landschap. Het raakt in essentie de verhouding tussen stad en land. Miljoenen stedelingen eisen het landschap op.

In Engeland kun je op tal van plaatsen met kleine trapjes over hekken en veekeringen klimmen en je weg vervolgen over onverharde paden langs kavelranden of door weides. In Nederland hebben we niet zo'n traditie van `public footpaths'. In de afgelopen decennia is het landschap in Nederland juist verengd tot pure productiefactor voor landbouwbedrijven, of voor natuurbeheerders. Terwijl juist de waarde van het landschap als ruimte om je te verpozen in onze maatschappij essentieel is en almaar belangrijker wordt.

Zeker, er zijn veel langeafstandspaden, zoals het Pieterpad. Maar zomaar, vanuit je woonomgeving, het landschap in lopen, dat is voor de meeste Nederlanders niet mogelijk. Vanuit het geloof dat het landelijk gebied beschermd moest worden tegen de oprukkende stad kreeg het stedelijk gebied in de loop der tijd steeds strakke begrenzingen opgelegd.

Ondertussen moest het landelijk gebied `groen' blijven door het steunen van een sterke landbouw die verweven is met een duurzaam netwerk van natuurterreinen.

De belangenbehartigers van de landbouw en die van de natuur eisten ieder grote delen van het landelijk gebied op om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken aan hun `producten'. Pottenkijkers uit de steden, maar ook de dorpen, hadden in dat landschap steeds minder te zoeken.

Deze lijn van denken is volledig uit de tijd en doet onrecht aan de werkelijkheid. De hoofddoelstelling van de inrichting van ons landschap moet veranderen, want er is een andere verhouding tussen Nederlanders en hun landschap aan het ontstaan. Jazeker, er moet natuur zijn en Nederlanders willen ook koeien in de wei zien, maar ze willen vooral de ruimte om van het landschap te genieten.

Tegelijkertijd zien ook steeds meer bewoners van het platteland in dat het loont om je te richten op de stedelingen. Agrariërs en hun partners zien in dat zij hun bedrijf moeten omvormen naar een hedendaagse vorm van gemengd bedrijf waarbij ingespeeld wordt op de afzetmarkt die die honderdduizenden stedelingen in hun omgeving vormen. Zij nemen het op de koop toe dat hun eigen landbouworganisaties hun bedrijf dan niet langer voor vol aan zien.

Eén van de producten die zij kunnen leveren, zijn paden waarover de Nederlanders kunnen dwalen door het landschap. De historie van het gebied komt weer boven drijven als men de oude paden weer openstelt waarover men vroeger naar de kerk of naar school liep. Ook blijken grondeigenaren bereid om over hun grond nieuwe onverharde paden uit te zetten.

Zo is in het Rijk van Nijmegen nu een regionaal landschapsfonds in oprichting. Dit fonds levert aan grondeigenaren een vergoeding op lange termijn voor het leveren van een openbaar toegankelijke wandelstrook. Als voorwaarde wordt gesteld dat langs die paden ook nieuwe beplantingen worden aangelegd en onderhouden. Die beplanting is per type landschap anders en vertelt iets over de identiteit van de plek.

Achter de dijk in het rivierengebied bij Millingen worden `zoomgaarden' gestimuleerd, bestaande uit weidestroken met notenbomen. In de weidse Ooijpolder bij Ubbergen wil men juist laagblijvende beplanting, gekoppeld aan lage wandeldijkjes.

In een bocht van de stuwwallen tussen Kleef en Nijmegen ligt halverwege de hellingen een kring van lintbebouwing. Daarin is het heerlijk wonen, maar ook prachtig wandelen. Zeker als door de aanleg van vele `kriekpaden' tussen de lintbebouwing door de kersenring van Groesbeek ontstaat. Op deze manier worden er behalve voor de wandelaars, ook goede zaken gedaan voor de natuur en voor het aanzicht en de verscheidenheid van het landschap.

Nederland als geheel is een sterk verstedelijkt gebied, weliswaar met concentraties van bebouwing, maar daar tussendoor gelukkig nog heel veel ruimte voor de ontwikkeling van het landschap van de post-agrarische samenleving. Het landschap waarin de Nederlanders in de 21ste eeuw genoeglijk kunnen wonen, werken en verpozen. Laten we er een prachtige ijle groene metropool van maken zoals we er in de loop van onze wereldgeschiedenis nog geen gehad hebben!

In die metropool leven de Nederlanders in een maatschappij waarin grote veranderingen elkaar in hoog tempo opvolgen. Een tijd waarin het duizelt van de mogelijkheden. Een tijd van onzekerheden waardoor mensen naar ankerpunten zoeken. Een tijd waarin men juist door een ommetje door het landschap even wat dieper kan ademhalen, rust en ruimte kan vinden, de gedachten even kan laten afdwalen. Om daarna de weg weer terug te vinden en de uitdagingen van deze tijd aan te gaan. Ook Nederlanders hebben het recht om te zwerven en te dwalen.

Zelfstandig landschapsarchitect, schrijver en organisator