Gapende Apen

Ebele Wybenga (17) bedankt voor een trui met een apenhoofd. De jongerencolumn van www.spunk.nl

Paul Frank is mijn vriend. Tenminste, dat zegt Paul Frank. Die aap verschijnt overal, met zijn enorme gapende rode muil. Hij heeft precies het soort uitdrukkingloze gelaat dat mij als klein jongetje in nachtmerries achtervolgde. Psychopaten lijken op het eerste gezicht ook heel onschuldig. Dat apenhoofd lijkt vrolijk en komisch, maar ik vind het net zo eng als een clown. Het grootste maatje van de duivelse aap is een doodshoofd. Het Paul Frank cartoonuniversum is niet pure vrolijkheid, eerder bevreemdend en wrang. De figuurtjes zouden in een kinderboek kunnen staan dat ongeschonden uit de as van een atoomaanval komt. Paul Frank gebruikt doffe tonen van eens felle kleuren, vandaar mijn sombere gedachten. Wil ik wel vriendjes zijn met deze stripfiguren?

Een vriend die het merk verkoopt wees mij er fijntjes op dat de gewraakte aap niet Paul Frank is. De aap heet Julius. Paul Frank blijkt de ontwerper te zijn, een kunstenaar uit Huntington Beach, Californië. Zijn levensverhaal is de typische Amerikaanse droom, bijna te vergelijken met het gladde succes van zijn pedante collega's zoals Tommy Hilfiger. Ooit werkte hij in een kiosk. In zijn vrije tijd knutselde hij meubels en tassen in elkaar, geïnspireerd door het surferssfeertje waarin hij leefde. Als cadeautje voor een vriend maakte hij een portemonnee, met kleuren en figuren uit oude kinderboeken. Nu is Paul Frank Industries een enorm concern dat alles maakt, van pantoffels, horloges en T-shirts tot zonnebrillen en kussenslopen. Van krantenverkoper tot miljonair.

Tot mijn grote ontzetting verscheen het apenhoofd naast de stapels esthetische Armani Jeans in een bekend conservatief warenhuis. Meisjes die ik eerst bewonderde om hun kledingstijl liepen opeens te pronken met portemonnees met die nare aap erop. Eerst werd het merk gedragen door meisjes die er ook in jutezakken mooi en hip uitzien. Ze kochten de Paul Frank frutsels uit de kleine collecties van luxueuze warenhuizen in wereldsteden. Zodra het merk verkrijgbaar werd in Nederland, was het voor hen niet interessant meer. Inmiddels is het zover dat ook lelijke en smakeloze mensen zich vertonen met de Paul Frank apen en doodshoofden. Dure designerkleding duikt op in dorpse discotheken. Het ergste is: jongens dragen het ook. Dezelfde jongens die eerder met diadeempjes en Louis Vuitton tasjes rondhuppelden. Onbegrijpelijk. Zo'n gapende aap op je borst is toch een aanslag op je mannelijkheid?

Ik vind dat dure kleding mooi moet zijn. Een das van meer dan honderd euro, van perfecte kleur en textuur, dat kan ik begrijpen. Dan wil ik voor mijn gemoedsrust het verhaal erbij dat er een halve hectare aan zijde in verwerkt is. Afkomstig van zijderupsjes die door de mooie dochters van de dassenmaker vierentwintig uur per dag vertroeteld worden. Ik wil horen dat een trotse vakman mijn das in een dorpje niet ver van Napels met liefde heeft gevouwen. Ook al is het allemaal flauwekul, zo'n verhaal geeft je een goed gevoel over je aankoop. Twintig euro voor een zweetbandje met lelijke stripdieren erop maakt me misselijk.

Stripfiguren op kleding zijn niets nieuws. Lollig bedoelde Garfield sokken en Loony Tunes dassen waren al jaren een wijdverbreid symbool van wansmaak. Gebruikt als vrolijke noot in naargeestige kantoren. Het eigenaardige is nu dat kleding met cartooneske invloeden verschrikkelijk populair is. Peperdure D&G sweaters met Mickey Mouse afbeeldingen erop vind ik even triest als Pokémon T-shirts. Dat iets lelijks zo veel succes kan hebben fascineert me. Het geval Paul Frank is helemaal bizar: er wordt bijna geen reclame voor gemaakt.

Mijn pogingen te begrijpen wat er aantrekkelijk is aan Paul Frank heb ik opgegeven. Het succes van dit maffe label vind ik wel interessant. Daarom zit ik nu te broeden op het lanceren van een lingeriecollectie. Met als logo een blote Vicky de Viking, het verguisde androgyne cartoonschepsel, waarvan de beeldrechten waarschijnlijk te koop zijn bij een obscure filmmaatschappij in Litouwen. Vicky de Viking en seks lijkt me de ideale campcombinatie. Paul Frank is niet mijn vriend. Hij is straks een concurrent.

www.spunk.nl