Flexibilisering

Ooit was een band een band. Drie, vier of vijf gezworen kameraden die met zijn allen de platen maakten en in dezelfde opstelling de optredens afwerkten. De hedendaagse rockband gaat een stuk flexibeler te keer, ongetwijfeld dankzij de technologische revolutie en de erosie van allerlei maatschappelijke verbanden. Bettie Serveert is een mooi voorbeeld van deze ontwikkeling. Jarenlang opereerde men in het vertrouwde stramien: bassist, drummer, gitarist en zangeres (die zich ook heel aardig op de gitaar redde). Maar de vorige cd Log 22 werd grotendeels in de huiskamer opgenomen door gitarist Peter Visser en zangeres Carol van Dijk. Op het podium kun je Bettie Serveert soms als duo zien, soms als uitgebreide zevenpersoonsband. Op Attagirl doen, naast vaste bassist Herman Bunskoeke, drie drummers mee, een toetsenman en nog een gitarist.

We hoeven er niet raar van op te kijken dat zoiets een plaat vol variatie oplevert, zeker nu de band die huiskamerelektronica-aanpak van Log 22 combineert met het vertrouwde ambacht in een echte studio. Die elektronische geluiden klinken soms ontwapenend primitief en krakkemikkig, zoals in het openingsstuk `Dreamaniacs'. Maar is het ondanks of juist dankzij dat gefröbel dat dat zo'n prachtig, verslavend liedje is geworden? Zo geraffineerd zouden ze best kunnen wezen, want elders blijkt dat ze het spel met de elektronica echt wel beheersen. Zoals in het sterk op digitale orkestraties leunende, elegante `Versace', dat overigens soberder, melancholieker en meer ingehouden klinkt dan die titel doet vermoeden.

Dat Bettie Serveert gretig de vrijheid neemt die deze werkwijze toestaat, blijkt uit het nummer dat aan `Versace' voorafgaat: het simpele singer-songwriter-liedje `You've Changed'. Stem en akoestische gitaar, dat is genoeg hier. Weer een nummer eerder, in `Greyhound Song', vechten een gruizige, bluesy gitaarriff en een oosters klinkende string-partij om de aandacht. Dat moet haast wel een eerbewijs zijn aan het Led Zeppelin-dubbelalbum Physical Grafitti: de blues van `In My Time Of Dying' en de strijkers van `Kashmir in een en hetzelfde nummer gekoppeld.

De plaat besluit met een opzichtiger knik naar tijdgenoot Bright Eyes: hun `Lover I Don't Have To Love' krijgt een empatische, enigszins desolate uitvoering mee. Dat is mooi op tijd om de aandacht, die tegen die tijd wegens een paar wat mindere nummers is weggezakt, weer te vangen. Dat inzakkertje is dan een klein zwak puntje op een verder erg mooie plaat. Bettie Serveert leert ons hiermee dat het geen kwaad kan om af en toe de bakens eens te verzetten.

Bettie Serveert:

Attagirl

(Palomine Records, distr. PIAS)****