Enter Holten

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Overijssel.

Eén kamperfoelie houdt nog één rozegeel klauwtje op, voor de rest is het herfst. De eiken en de berken laten hun blad fladderen. Overal groeien paddestoelen, poffertjesvormig, of geschulpt, of dicht op de grond, glimmend als een bruine kwal. Er zijn ook witte macho-gevallen op stelen die hun toppen zo ferm opduwden dat ze een toupet van aarde dragen. De maïs vlagt met vergelende onderrokken. Voorzover die maïs nog niet is afgemaaid, de akker een landschap na de slag.

Maïs heeft een slechte naam bij de landschapstoerist. Maïs verspert het uitzicht, is het verwijt. Snap ik niet. Als je ergens niet overheen kunt zien, kijk je er toch gewoon tussen? Wie goed kijkt ziet altijd iets. Iets snels en slanks dat best een wezel zou kunnen zijn.

Nu zie ik een langgerekte raamloze barak. Een bord op het erf vermeldt dat dit een `Varkensvermeerderingsbedrijf' is. Die varkens worden vermeerderd om ze vervolgens tot nul te reduceren, maar dat staat er niet bij. Ik hoor niets, ik ruik niets, hopelijk is die barak leeg.

Op het pad hurkt een groengeharnaste sprinkhaan. Hij leeft maar hij beweegt niet erg, hij zal het koud hebben. Man klapt een lineaaltje uit zijn zakmes en meet 'm op: 6 centimeter. Vanmorgen hoorde ik op de radio een bericht over een sprinkhanenplaag in Afrika. Dit is wellicht een verkenner.

Wie hier wandelt, neemt de A1 voor lief. De route kruist hem twee keer (onder mij door glijden vier oranje vrachtauto's in karavaan, een circusstoet uit een prentenboek) en voert er ook een eindje langs. Is de A1 buiten zicht dan zoemt het snelverkeer nog lang binnen gehoorsafstand. Ik kan me er niet aan storen, want ik zie tientallen vliegenzwammen. Rood met witte stippen, een gelukssensatie die alles overschaduwt.

De akkers en weilanden worden verruild voor bric à brac-bos, met de dichte struiken tussen de bomen en bruine najaarsheide golvend om veldjes jeneverbes. Spinnen weven hun webben tussen de heidetoppen, afdakjes van rag, een favela voor dakloze insecten. Via sleetse plekken in de wolken sijpelt het zonlicht tussen de takken door en schetst op het zand.

Vanaf de Friezenberg zien we uit over vennen en velden en een lap loofbos met coupe soleil. Genoeg uitzicht. Verder, over dat zand, nat zand, met prettig indeukende moddersporen. Educatieve bordjes wijzen op prehistorische grafheuvels.

,,Daar zie ik nou niks in'', zeg ik.

,,Wacht jij maar, tot de dag des oordeels'', waarschuwt man.

15 km. Kaarten 21, 20, 19 uit:

`Overijsselpad'.

Uitg. NIVON, 1994.

Busverbinding tussen Enter

(halte Brandput) en Holten

(halte Kolweg) met bus 91 en 54.

Overstappen op

NS station Rijssen.