Ella Vogelaar: Het poldermodel is helemaal niet dood

De polarisatie lijkt terug, door het conflict over VUT en prepensioen. Of is het een gewoon bedrijfsongeval in de politieke polder? Een discussie tussen oud-vice-voorzitter van de FNV Ella Vogelaar, thans voorzitter van de raad van commissarissen bij Unilever Nederland en voorzitter van de NOVIB, en Folkert Jensma.

Dit zijn feestdagen voor liefhebbers van politieke duidelijkheid. Hoera, kabinet en vakbeweging gaan er eens flink op los. Mee eens?

,,Nee, het kabinet gaat als een olifant door de porseleinkast. Er is brede steun voor de opvatting dat we langer moeten gaan werken. Dat proces is ook al veel langer gaande. De feitelijke uittredingsleeftijd voor mannen ligt nu al rond de 62. Daar zijn grote stappen in gezet. Dat moet verder gaan. Maar door dat nu in zo'n tempo te doen, terwijl heel veel mensen nog zijn opgegroeid met het Zwitserleven gevoel – je stopt eerder, je begint aan je `derde levensfase' – nee, dat kan zo niet. Dat proces moet je goed managen. Dat moet je niet zo rücksichtslos neerzetten als nu door het kabinet wordt gedaan.''

Het leek even of het kabinet het nu op de vakbeweging als maatschappelijke factor had gemunt en de zaak (VUT en prepensioen) daaraan ondergeschikt heeft gemaakt.

,,Die indruk heb ik niet, maar het kabinet kiest wel een heel eenzijdige benadering: alles wordt nu gezet op langer moeten werken voor oudere mensen. De mensen worden daarin niet meegenomen – dat werkt ontmoedigend. Terwijl men het probleem ook breder en positiever had kunnen benaderen. Hoe kun je het bijvoorbeeld aantrekkelijker maken voor ouderen om te blijven werken of hoe kunnen we stimuleren dat vrouwen meer gaan werken. Maar daar zit geen tempo in of urgentie.''

Maar positief aan vorige week is toch wel dat het poldermodel nu dood is! Eindelijk een heldere botsing van belangen. Er valt weer wat te kiezen.

,,Ik geloof absoluut niet dat het poldermodel dood is. Dit is alleen een moment waarop het zo lijkt. Er is even polarisatie, alles verhardt zich. Maar iedereen is ervan overtuigd dat men toch weer met elkaar om de tafel gaat. Alleen dat moment moet nog gevonden worden.''

Het is toch juist goed dat we ophouden met die stroperige overlegcultuur: polarisatie is ook positief?

,,Dat helpt ons niet verder. Het is een golfbeweging. Ik maak het nu voor de derde keer mee. Het loopt eerst een poosje fantastisch, de hele wereld komt kijken naar onze sociale verhoudingen en dan komt er een breuk. Meestal omdat er een aantal nieuwe stappen gezet moet worden. Dat polariseert dan even en daarna heb je elkaar toch weer nodig. Het heet niet voor niets poldermodel, dat zit echt heel diepgeworteld. Misschien duurt het soms wat lang, maar er staat veel tegenover. Neem de loonmatiging, die heeft alle partijen over een reeks van jaren voordeel gebracht. In de landen om ons heen is er geen vakbeweging die zulke verantwoordelijkheden op zich neemt. Dan krijg je langdurige arbeidsconflicten met de bijbehorende sociale en maatschappelijke onrust. Met veel stakingsdagen – ik zie niet verlangend uit naar de effecten daarvan op de economie.''

Maar iedere ex-langharige uit de jaren zeventig krijgt toch acuut heimwee als de huidige FNV-voorzitter zulke teksten roept: 'Als ze willen breken, dan BREKEN we!'

,,Ik heb dat niet zo. En mijn haar was ook nooit zo lang. In de jaren zeventig stond voor mij ook al vast dat je het niet moest laten bij roepen dat het allemaal anders moet, maar dat je iets moest zien te bereiken. Door in een bestuur van een vakorganisatie te komen, bijvoorbeeld. Dan ga je onderhandelen, compromissen sluiten. Dat heeft voor mij altijd wel erg bij elkaar gehoord.

,,Zo'n uitspraak op het Museumplein hoort echt bij het moment van nu, dat is de emotie van nu.''

En over drie, vier, vijf maanden zitten ze weer aan tafel, denkt u.

,,Eerder al, denk ik. Die sfeer rondom de demonstratie is mede bepaald doordat er de laatste tijd echt werd neergekeken op de vakbeweging. Het was alleen maar negatief, `kunnen ze het nog wel waarmaken', die geluiden. Als je dan zoveel mensen om je heen ziet, dan word je even euforisch, dat kan ik me wel voorstellen. Ik heb het zelf eens meegemaakt als voorzitter van de Onderwijsbond in de jaren tachtig. We liepen ontzettend te hoop tegen salariskortingen. Het nettoresultaat was dat de salariskorting nog hoger werd. Dat heeft diepe frustraties achtergelaten. Het heeft tien jaar geduurd voordat we opnieuw mensen durfden op te roepen te gaan staken. Maar ik herinner me levendig het moment dat toen stadion Galgenwaard volliep, dan ben je euforisch.''

Dus als de vakbeweging niet oppast, dan werkt het contraproductief.

,,Als je zo'n actie niet weet om te zetten in resultaat, dán kan het contraproductief worden. Ik hoop dat de sociale partners wel zo professioneel zijn om dat te voorkomen. Primair is het nu echter een verantwoordelijkheid van het kabinet. Het gevecht gaat tussen overheid en vakbeweging, maar het risico is groot dat het zich verplaatst naar het bedrijfsleven. Dan krijg je dus bij de CAO-onderhandelingen een proces van `repareren' rond het vervroegde uittreden. Dat heeft dan weer consequenties voor de loonkosten en dan zijn we verder van huis. Dit is juist bedoeld om de loonkosten te beheersen, de sociale voorzieningen betaalbaar te houden en een impuls te geven aan de economie.''

Maar zo'n shocktherapie die het kabinet nu voorstaat, heeft ook waarde. Je maakt de mensen wakker.

,,Dat kan je inderdaad doen. Het lijkt erop dat minister Brinkhorst zo'n rol vervult. Maar dan moeten er wel anderen zijn in het kabinet die zorgen dat de partijen weer bij elkaar komen. Daar ontbreekt het nu aan.''

U noemt het een conflict tussen overheid en bonden. Maar was het niet ook de ouderwetse klassentegenstelling, arbeid versus kapitaal? Of doen de werkgevers niet echt mee?

,,Nee, dit is echt een gevecht met de regering om het voortbestaan van een collectieve regeling. Het gaat om het tempo waarin die omslag wordt gemaakt. Niet of dat moet gebeuren. Iedereen ziet dat al. Werkgevers laten best ruimte voor een collectieve aanpak, bijvoorbeeld in sectoren waar mensen jong beginnen en waar zware lichamelijke arbeid wordt verricht.

,,Daar is ruimte voor een kabinet om eruit te komen. Maar ook de persoonlijke verhoudingen spelen een rol. Dat is verkeerd gegaan. Het is niet meer alleen zakelijk. Als je moet onderhandelen, dan is de chemie tussen mensen een niet te onderschatten factor. Iedereen heeft kunnen waarnemen dat die niet optimaal was.''

Rond het geven van een hand is al een toneelstukje ontstaan.

,,Die beelden hebben we ook vaak herhaald gezien. Daarom vind ik dus ook de gedachte van (SER-voorzitter) Wijffels om een intermediaire rol te spelen, niet slecht. Als je straks met dezelfde mensen in dezelfde setting hetzelfde moet proberen... de kans dat men alles meteen achter zich kan laten is dan niet zo groot.''

Als ex-vakbondsfunctionaris, nu voorzitter van de raad van commissarissen bij een groot bedrijf, wilt u voor mij eens kiezen tussen concurrentiekracht van Nederland of het behoud van sociale rechten als leidend beginsel?

,,Nee, dat kan niet. Het gaat er nou net om hoe je die twee slim met elkaar kunt verbinden. Dat is wat we in het poldermodel steeds wisten te regelen. Je hebt gemotiveerde werknemers nodig voor een goede concurrentiepositie van jouw bedrijf. Dus moet je investeren in sociale verhoudingen. We moeten niet denken dat we zoveel stappen kunnen terugzetten naar het niveau van China of Polen. Die verschillen zijn veel te groot. Wij zullen het via innovatie en ontwikkeling moeten doen.''

Heeft u niet het idee dat dit conflict ook wordt gedreven door de politieke behoefte om eens even `door te pakken', flink te zijn, grote woorden te gebruiken een soort post-Fortuynistische behoefte om woorden in daden om te zetten?

,,Nou, ik denk dat je een te romantisch beeld hebt van dit soort processen. Die hangen van de toevalligheden en de persoonlijke eigenschappen aan elkaar. Daar zitten geen grote strategieën achter. Dit is zo'n breukmoment in het poldermodel, waarna je dus weer gewoon naar elkaar toe moet gaan. Het zou funest zijn als dat niet zou gebeuren. Alleen, in het kabinet zie ik nog weinig beweging.''