Een rem is nodig op Europese wetgeving

De discussie over de invloed van Brussel op de Nederlandse wetgeving is academisch: een mooi onderwerp voor universitair onderzoek, maar zonder praktische betekenis. De gecompliceerde juridische realiteit van Europa verdwijnt niet door de wetenschap dat het percentage Europese regels in het land mee- of tegenvalt. Belangrijker is de vraag of bepaalde onderwerpen niet beter op nationaal of regionaal niveau kunnen worden behandeld zodat er discussie over is. Ook als het aandeel van Europese regelgeving in Nederland meevalt, blijven er nog genoeg Brusselse regels over waarvan men zich de zin kan afvragen.

Twee teams Nederlandse wetenschappers hebben de wetten geturfd die worden gedicteerd door Europese regels. En daaruit bleek dat het aandeel van Europa in de nationale wetgeving veel lager is dan de 60 procent die door veel politici wordt genoemd. De ene groep komt met 16 procent Europees aandeel in de Nederlandse wetgeving en de ander met nog geen kwart. Op zich zegt het turven van verwijzingen naar Europese regels in onder andere het voorwoord (considerans) van wetten weinig over de economische of maatschappelijke betekenis van deze wetten. Niet elke wet is even belangrijk, maar het belang valt niet objectief vast te stellen. Iedereen oordeelt daar anders over. Daarbij zijn er verrassende rechterlijke uitspraken die op grond van Europees recht nationale wetsbepalingen praktisch buiten werking stellen. Elk machtspercentage dat aan Europa wordt toegekend, is dus willekeurig.

Wel laten de twee wetenschappelijk gefundeerde schattingen van de Europese wetgevingsmacht zien dat veel politici de neiging hebben om de betekenis van Brussel te overdrijven. Overdrijving is een vorm van reclame. Europa gold lange tijd als vooruitstrevend en modern. Bovendien moesten de burgers van het belang van Europa worden doordrongen. Maar Europa werd ook een handige zondebok voor onwelkom nieuws. Nationale politici kunnen Europa de schuld geven van beslissingen waar ze zelf in Brussel bij hebben gezeten. Zo kreeg Brussel van boeren de schuld van het inentingsverbod tegen mond- en klauwzeer, terwijl Nederlandse landbouworganisaties en de minister van Landbouw zelf enthousiast aan het totstandkomen van dit verbod hadden meegewerkt om buiten Europa vlees te kunnen exporteren.

Dat neemt niet weg dat er een democratisch tekort kleeft aan de manier waarop Europese regels totstandkomen. Het Europees Parlement heeft minder bevoegdheden om deel te nemen aan wetgeving dan nationale parlementen. Ambtelijke comités en 25 regulerende agentschappen over heel Europa spelen een rol die bij nationale wetgeving ongekend is. Tot de voorbereidende ambtelijke comités hebben grote bedrijven en grote maatschappelijke organisaties veel toegang. Als de Europese regelgeving eenmaal op gang is gekomen, valt die slechts tegen een hoge politieke prijs te stoppen.

Er zijn veel voorbeelden van Europese regels die ministers nooit aan hun nationale parlement zouden durven voorstellen, maar die de raad van ministers in Brussel vrijwel ongemerkt passeren. Zo zullen vanaf volgend jaar in heel Europa volwassenen en kinderen kleiner dan 1,35 meter bij lange ritten alleen in kinderzitjes mogen meerijden in de auto. Dit is een omwenteling in het vervoer van gezinnen. Agenten moeten gaan navragen of de rit lang of kort is. De vraag of deze regel verstandig is, werd in geen enkel nationaal parlement besproken. Het gaat er niet om of de Europese wetgeving een kwart dan wel 60 of 80 procent van de nationale wetgeving bepaalt. Het remmechanisme op overbodige Europese regels is te zwak ontwikkeld. Elke Europese regel die beter op een lager niveau kan worden vastgelegd of tegengehouden, is er een te veel.

Rectificatie / Gerectificeerd

EU-agentschappen

In het hoofdartikel Een rem is nodig op Europese regelgeving (9 oktober, pagina 19) staat dat Europa 25 regulerende agentschappen telt. Dat zijn er nu nog 17. Over drie jaar zijn er 25 agentschappen.