Doormodderen is er nu niet meer bij

Op het hbo is een bindend studieadvies hét instrument om studenten aan het studeren te houden. Zes universiteiten vinden zo'n stok achter de deur niet nodig.

Wie op zoek gaat naar informatie over het eerste studiejaar zal op de websites van de opleidingen al snel de term 'bindend studieadvies' tegenkomen. Voor aankomende eerstejaars een belangrijke term: hoeveel studiepunten moet ik in het eerste jaar minimaal halen en wat gebeurt er als dat niet lukt? Het hoger onderwijs is strenger dan de middelbare school. Er zijn geen mogelijkheden meer om lage cijfers te compenseren met hoge, je moet gewoon voor alle vakken een voldoende halen. En er bestaat ook niet meer zoiets als 'blijven zitten'. Niet genoeg presteren betekent aan het einde van het eerste studiejaar: ophoepelen.

Tot 1982 mocht iedereen zo lang studeren als hij wilde. Daarna kregen de onderwijsinstellingen de mogelijkheid om de propedeuse zo in te richten dat er een zekere selectieve werking van uit zou gaan. Ruim tien jaar geleden trad de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) in werking, waarin staat dat onderwijsinstellingen verplicht zijn hun studenten studiebegeleiding en -advies te geven. De instellingen mogen kiezen hoe ze dat doen, via een 'bindend' studieadvies (bsa) of slechts een 'dringend' advies. Vooral de hbo- opleidingen hadden hun keuze snel gemaakt – ze hanteren allemaal het bindende advies. En laat je niet misleiden door het woord 'advies', want er helpt geen moedertjelief aan: wie na zijn eerste jaar een bsa krijgt, moet stoppen met de studie.

Een belangrijke reden voor de toenmalige minister van Onderwijs Ritzen om het bsa in de WHW op te nemen, was dat hij hoopte dat daarmee het studierendement zou toenemen. Hij wilde af van studenten die maar eindeloos op de universiteit bleven hangen. Hij hoopte ook dat het bsa een selectieve werking zou hebben. Dat alles zou de kwaliteit van het onderwijs ten goede komen en de kosten drukken, dacht hij. De onderwijsinstellingen die het bsa invoerden zagen het vooral als een kans om snel van de kneuzen af te komen. Met goede bedoelingen overigens: niemand heeft er tenslotte iets aan als iemand maar blijft studeren terwijl al lang duidelijk is dat het met die studie toch niks zal worden, de student zelf nog wel het minste. Het is ook niet zo dat studenten onverwacht met een bsa geconfronteerd kunnen worden. De opleidingen zijn verplicht op tijd te waarschuwen en studenten met wie het mis dreigt te gaan extra begeleiding te bieden.

Levert het bsa ook op waarvoor het is bedoeld? Zorgt invoering ervoor dat studenten die op de verkeerde plek zitten, sneller vertrekken of omzwaaien? En leidt dat uiteindelijk tot sneller afstuderen en onkostenbesparing? Die vragen zijn minder gemakkelijk te beantwoorden dan je zou denken. Vergelijkend cijfermateriaal over afvallers voor en na invoering van het bsa is niet beschikbaar. Behalve bij de faculteit Bedrijfskunde van de Rotterdamse Erasmus Universiteit, de enige instelling die de resultaten van het bsa grondig heeft geëvalueerd, tot en met een kosten-batenanalyse toe. En daar is de conclusie: het bsa leidt niet tot méér uitval en is dus géén selectieinstrument; bsa leidt wel tot snellere uitval en voorkomt doormodderen. Wat de kosten betreft geeft de evaluatie geen uitsluitsel: de studiebegeleiding (inclusief de administratieve ondersteuning) is flink toegenomen maar of dit financieel opweegt tegen de kosten van studenten die niet opschieten, blijkt niet te becijferen.

Er bestaat wel een verschil tussen de hogescholen en de universiteiten. De hbo-instellingen hebben na 1993 vrijwel unaniem het bsa ingevoerd. De hbo-raad kan in ieder geval geen hogeschool noemen zonder bsa. De universiteiten waren – op Leiden na – in eerste instantie terughoudend of ronduit tegen. Tien jaar later kennen acht van de veertien universiteiten het bsa, hoewel soms slechts op enkele faculteiten.

”Hogescholen zeggen 'de hbo-student heeft die stok achter de deur gewoon nodig'”, zegt Maarten Knoester, secretaris van het College van bestuur van de hogeschool InHolland. ”Daar gebruiken wij het bsa ook voor. Ik heb er zelf ruime ervaring mee en ik heb zelfs gemerkt dat het niet eens uitmaakt welke norm je stelt. Of je nu bepaalt dat ze de helft van de studiepunten moeten halen, of tweederde, studenten gaan er altijd naar werken.” Dit is precies een van de redenen waarom bijvoorbeeld de Radboud Universiteit in Nijmegen geen bsa wil invoeren. ”Wij zijn bang dat de norm tot 'de norm' wordt verheven en dat studenten het niet meer nodig vinden om alle studiepunten in één jaar te halen”, laat woordvoerder Willem Hooglugt weten. In Delft – ook een universiteit zonder bsa – vinden ze dat het bsa de verantwoordelijkheid voor de studieprestaties te eenzijdig bij de student legt. Maar ja, daar krijgen ze – zeggen ze zelf – vooral goede vwo-leerlingen binnen die gemotiveerd zijn.

Cees Meijer, secretaris van het College van Beroep van de Hogeschool van Utrecht geeft nog een ander argument, juist voor hbo's om snel van de kneuzen af te willen komen. ”Wij leiden op voor de beroepspraktijk en onze studenten gaan na het eerste jaar al stage lopen. Om onze contacten goed te houden, moeten we goede studenten leveren.”

Leiden is in dit verband een verhaal apart. Deze universiteit stond acht jaar geleden te trappelen om het bsa in te voeren. Met name de rechtenfaculteit had te kampen met 'eeuwige studenten'. De universiteit hoopte dat (zelf)selectie in het eerste jaar zou leiden tot sneller studeren. Maar in mei van dit jaar schreef het universiteitsblad Mare onder de kop 'BSA leidt niet tot sneller studeren' dat die opzet geheel mislukt is. Daar werden door Kamerleden toen zelfs vragen over gesteld aan de minister. Maar volgens de universiteit werkt de 'zelfselectie' juist goed door het bindend advies. Ongeveer 20 procent van de eerstejaars valt af. De resterende 80 procent studeert in het eerste jaar wel harder, maar daarna niet sneller. Leiden blijft overigens hopen op een mogelijkheid om toch al aan de poort te kunnen selecteren. Voorlichter Wim van Amerongen: ””We onderzoeken of er instrumenten ontwikkeld kunnen worden die het studiesucces kunnen voorspellen. Uiteraard alleen als dat het geval is, gaan we ze ook daadwerkelijk gebruiken.” Misschien zal Leiden over een jaar of twee de eerste universiteit zijn die studenten al laat afvallen voordat ze zelfs maar begonnen zijn. Want dat is ook de weg die het huidige kabinet op wil.