Dokter Potok

Een medicijnenstudente doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag gaat de co-assistente `poli lopen'.

Het dieptepunt van dit co-schap interne geneeskunde is toch wel het fenomeen poli lopen. `Poli lopen' is een eufemisme voor: uren op een kruk zitten naast een internist, waarbij iedere tien minuten een andere patiënt de revue passeert. Internist en patiënt kennen elkaar al jaren en nemen kort de stand van zaken door. Voor het aanhangsel op de kruk zijn deze gesprekjes abracadabra: met moeite raad je wat de patiënt voor aandoening heeft, of lukt het je jezelf voor te stellen.

Maar deze middag is direct duidelijk dat het anders wordt. Ik ontmoet dr. Potok: een oude internist die meteen respect inboezemt door zijn rustige, wijze houding. Hij stelt me zelf aan al zijn patiënten voor, betrekt me bij het gesprek, legt uit en toetst mijn kennis. Dan laat hij me een kamer zien. ,,De volgende patiënt is nieuw en die kun jij zelfstandig zien. Het draait hierbij om zorgvuldigheid'', legt hij uit. ,,De juiste vragen stellen, secuur onderzoeken en analyseren. Neem daar gerust twee uur voor.'' En dan zegt hij met nadruk: ,,Vergeet niet om longen, hart, milt en lever te percuteren en op het lichaam van de patiënt uit te tekenen.''

Hij verlaat de kamer en ik blijf gespannen achter. Percuteren: op de borstkas en buik van de patient kloppen en aan de hand van het geluid (hol of juist dof) bepalen welk orgaan eronder zit. De theorie is geen probleem, de praktijk een grote uitdaging (of: al zit de theorie goed in mijn hoofd, bij mijn `kloppen' is nauwelijks geluid te horen.) Maar ik ben bereid tot het uiterste te gaan: als ik maar een goede indruk maak op dr. Potok.

Mijn patiënt, een oudere dame, komt binnen met haar dochter. Ze heeft last van haar linkerbeen. Ik stel alle vragen die in me opkomen en onderzoek haar zorgvuldig. Gegeneerd leg ik uit hoe het percuteren in zijn werk gaat. Mevrouw knikt, maar ik zie haar dochter zuchten. Eindeloos klop en klop en aarzel ik: klinkt dit als long, als hart of toch als milt? (of: is dit het hart, de long, of toch de milt?) Waar moet ik die lijntjes in godsnaam tekenen? Ik voel me opgejaagd, maar hou vol: dr. Potok teleurstellen is immers geen optie. Twee uur later staat mevrouw vol lijntjes. Haar dochter kijkt nu ronduit geërgerd en ik haast me de kamer uit.

Ik leg dr. Potok mijn analyse voor en geef beschaamd toe: ,,Ik twijfel aan die lijntjes en de dochter van mevrouw is behoorlijk geërgerd.'' Dr. Potok is hierdoor totaal niet van de wijs. Met een innemende glimlach wandelt hij de kamer in, stelt nog enkele geïnteresseerde vragen en blikt dan verbaasd in de status. ,,Maar mevrouw'', zegt hij met opgetrokken wenkbrauwen, ,,bent u wérkelijk al 71 jaar? Dat zou ik u toch écht nooit hebben gegeven.'' Moeder straalt nu en dr. Potok klopt vliegensvlug de exacte locatie van al haar organen uit. Zelfs haar dochter ontdooit, maar vraagt hem toch nog: ,,Mijn moeder is hier voor haar been. Waarom bepaalt u de grootte van hart en longen?''

Dr. Potok glimlacht breeduit. ,,Dat is, mevrouw, nu een excellent voorbeeld van de gratis, doch volledige, APK die de interne geneeskunde u hier biedt.'' Tien minuten later is het been-probleem perfect geanalyseerd en de behandeling ingesteld. Als het duo tevreden de spreekkamer verlaat, ben ik nog steeds van mijn stuk. Na drie maanden stage, heeft deze arts in één middag mijn hart voor de `interne geneeskunde' gewonnen. Ik vond het vak altijd te stoffig, te breed, te langzaam en dacht meer aan gynaecologie.

Maar plotseling is me duidelijk: `observeren, onderzoeken, analyseren! Dit is de kern van de geneeskunde.' Als dr. Potok me vervolgens vraagt: ,,En Anne, wat voor dokter word jij?'', hoor ik mezelf dan ook overtuigd uitspreken: ,,Ik hoop... internist.''