Doe vooral niet wat al je vrienden doen

Voor heel veel banen is een hbo- of wo-diploma nodig. Voor de komende jaren wordt zelfs weer een groeiende vraag naar hoger opgeleiden voorspeld. Wat kunnen studenten van nu straks verwachten?

Studeren is een investering die je later ruim terugverdient. Dat zegt de overheid altijd in periodes dat ze het collegegeld verhoogt of op de studiebeurzen bezuinigt. Ook anno 2004 valt dit motto weer te horen. En ja, steeds weer blijkt uit onderzoek dat studeren een rendabele investering is – zolang je maar wel de juiste studie kiest!

Van sommige studies is wel bekend dat je er niet rijk van wordt of meteen een vaste baan vindt. De kunstacademie bijvoorbeeld, of de toneelschool. Dit jaar bleek weer eens uit een enquête dat deze studies in elk geval zwak scoren op de arbeidsmarkt. Van de pas afgestudeerden die beeldend kunstenaar willen worden, bleek maar liefst 28 procent officieel werkloos. Slechts 41 procent had betaald werk. Die groep schraapte per maand een schamele beloning bij elkaar van 1.145 euro. Bij de theateropleiding hebben meer mensen werk, maar de lonen zijn niet indrukwekkend: gemiddeld 1.350 euro. Dat is net iets meer dan de helft van wat een afgestudeerde aan de hogere zeevaartschool naar huis meebrengt. Een jonge tandarts verdient zelfs bijna het drievoudige van de kunstenaar. Nu zijn er weinig kunststudenten die vooraf denken dat hun studie wel een rendabele investering is. Ze zijn al lang gewaarschuwd. Maar voor sommige andere studies geldt dat niet.

Zo is in Duitsland enkele jaren geleden eens van een groot aantal studies onderzocht of academici het 'inkomensverlies' uit hun studietijd (je verdient dan nog niets) in de jaren na hun afstuderen uiteindelijk terugverdienden. Dat gold vooral voor economische en technische studies. Maar historici, biologen en afgestudeerden in de Duitse taal en letterkunde waren hun leven lang bezig hun verlies goed te maken – zonder dat dat lukte. Achteraf bezien waren ook die studies dus geen rendabele investering. Toch zuur voor degenen die op voorlichtingsdagen te horen hadden gekregen dat dit nu echt een 'brede studie' was waarmee je na het afstuderen 'overal' terecht zou kunnen.

Ook nu zijn er studies waarvan je nu al weet dat je nog lang bezig zult zijn om je studieschuld af te lossen. Neem de universitaire studie culturele antropologie: 18 procent werkloze pas afgestudeerden en een gemiddeld bruto salaris van 1.564 euro. Ook de intellectuele uitdagingen na deze studie vallen ietwat tegen: slechts een kwart van degenen die vorig jaar afstudeerden, heeft een baan op academisch niveau.

Zouden ze het vooraf geweten hebben? Waarschijnlijk niet. Want toen ze acht jaar geleden een studie kozen, zag de arbeidsmarkt – nee, de wereld – er heel anders uit. Ontwikkelingshulp was nog een belangrijke activiteit. En onze antropologen zwermden uit over Afrika, Azië en Amerika. Een typisch geval van pech.

Moet je dus maar gewoon kiezen wat je leuk vindt, omdat de toekomst nu eenmaal niet te voorspellen is? Nee, want sinds enkele jaren worden er voor de arbeidsmarkt per studie heuse vijfjaarsprognoses opgesteld. Dat gebeurt bij het Research-Instituut voor Onderwijs en Arbeidsmarkt in Maastricht. En al zijn de 'weerberichten' van dit instituut natuurlijk nooit foutloos, ze kunnen zeker nuttig zijn bij studiekeuze – en later ook bij de keus van een specialisatie of masteropleiding.

Het principe achter die prognoses is verrassend eenvoudig. Men neemt het aantal studenten dat aan opleiding X bezig is, en berekent hieruit het aantal afgestudeerden in de komende vijf jaar. Daarna wordt er gekeken naar de leeftijdsopbouw in de beroepen waar je met deze studie terechtkomt; veel vergrijzing betekent dat er veel vacatures komen van mensen die met pensioen gaan. Als derde is er tenslotte een enquête onder werkgevers, om te achterhalen of het totale aantal banen voor deze studie gaar groeien of krimpen. Met deze aanpak worden nu elke twee jaar heel nuttige prognoses gemaakt voor de arbeidsmarkt per groep verwante studies.

In de huidige prognoses valt op dat 'ouderwijs' en gezondheidszorg de komende jaren nog steeds goed scoren. Daarnaast wordt ook een blijvend grote vraag naar technici en natuurwetenschappers verwacht. Al deze vakgebieden krijgen de komende jaren te maken met een forse 'pensioengolf'. En het zal moeite kosten om alle vacatures te bezetten. Studies met een veilig perspectief, dus.

Waar moet je verder op letten, om straks een goede kans op werk te hebben? Het simpele antwoord is: hol niet alle anderen achterna! Dus, stel dat al je vrienden zeggen 'ik ga die nieuwe studie hbo rechten doen', of je hoort dat de nieuwe opleidingen multimedia-design als paddestoelen uit de grond rijzen – bedenk dan nog maar eens goed of je hieraan wel mee wilt doen. Want veel 'gaten in de markt' verkeren op den duur in hun tegendeel. Een leuke vernieuwende opleiding wordt door veel instituten nageaapt, de markt raakt na een paar jaar verzadigd, en de werkloosheid loopt op.

Je kunt bij je studiekeuze beter tegendraads dan modegevoelig zijn, of een studie kiezen met een ietwat degelijk imago. Het grappige is dat in 2004 een behoorlijke groep nieuwe studenten inderdaad die lijn heeft gevolgd. Voor het eerst sinds jaren waren het niet de communicatiestudies, de informatica-varianten en andere nieuwigheden die groei lieten zien. Dit keer zat de groei in opleidingen met meer dan een eeuw historie: natuurkunde, werktuigbouw, Nederlandse taal en letterkunde en andere evergreens. En het werd tijd. Want afgestudeerden van die 'klassieke' opleidingen blijven altijd nodig.