Dit zijn de Amerikanen die het gaan beslissen

George W. Bush kwam vorige week voor de 27ste keer naar Ohio. Het gaat in de Amerikaanse presidentsverkiezingen om de twijfelaars in een paar cruciale staten. En Ohio is de ultieme `battle ground', net als Iowa. Waar twijfelen die gewone maar belangrijke Amerikanen over?

De voortuinen in Shaker Heights vertellen het verhaal. Er staan veel rood-blauwe Kerry/Edwards bordjes. En veel rood-blauwe Bush/Cheney-bordjes. Op het blote oog is geen verschil in aantal waar te nemen. Wat in deze voorstad van Cleveland is te zien, geldt in heel Ohio. De winnaar is onbekend. Toch is de kans groot dat hij hier naar boven komt.

John Kerry wordt vandaag in Ohio verwacht, direct na het tweede presidentiële debat. George W. Bush kwam vorige week na het eerste debat voor de 27ste keer naar de staat die geldt als de ultieme `battle ground' van de presidentsverkiezingen 2004. In de meeste staten is al duidelijk wie er gaat winnen, maar hier niet. Geen Republikein won ooit het Witte Huis zonder in Ohio te winnen.

Het begon als een beleggingsclub. Maar de leden konden de tijd niet opbrengen om de bewerkelijke bedrijfsanalyses te maken die nodig waren om voor vijftig dollar per persoon Merck of Monsanto te kopen. Een jaar of tien geleden concludeerde een gedegen studie van één van de leden dat Microsoft moest worden gekocht. Er waren onvoldoende leden op de bijeenkomst om tot gezamenlijke aankoop over te gaan.

Het voorstel werd vergeten; dat heeft ze wel wat gekost. Bob en Chris, Bill en Barbara, Madelyn en Obi en de anderen lachen er nu om. De club komt af en toe voor de gezelligheid bijeen. Zo ook op een avond deze week om in het niet al te recent wit geverfde huis van een ledenpaar in Shaker Heights de verkiezingen te bespreken. De jarenlange vriendschap houdt de scherpte uit het gesprek, maar de standpunten zijn soms fel.

,,Als ik Bush zie, wil ik schreeuwen'', is de zin waarmee Marilyn, een onderwijzeres met steil, blond haar, het gesprek opent. De anderen gaan even rechtzitten – `als we zo beginnen'. Maar de storm blijft uit. Het gesprek komt al gauw op de oorlog in Irak en blijft er op terugkomen. Zoals de vergelijking met Vietnam ook steeds weer opduikt, al vindt eigenlijk niemand het een echt bevredigende vergelijking.

Zijn zij trots burger te zijn van een natie die offers brengt om anderen democratie te gunnen, vraag ik. Zo hadden de meesten het niet gezien. Oorlog is geen middel om samenlevingen te veranderen. Meer diplomatie is beter. Mensen die overwegen Bush te stemmen zijn dat wel eens met Kerry-stemmers. Sommigen hebben reizend door Europa met schrik gemerkt hoe groot de weerstand tegen het huidige Amerika is.

Madelyn, die in een Republikeins gezin is opgegroeid en drie Republikeinse broers heeft, heeft nooit geloofd dat `democratisering' het doel van de oorlog in Irak was. Zij stemt ook Kerry omdat zij heel bang is dat George W. Bush in een tweede ambtstermijn twee of drie oerconservatieve rechters in het Supreme Court gaat benoemen.

Republikeinen en Democraten zijn verdeeld over Irak. Men is het er over eens dat van de opgegeven redenen weinig of niets over is. Niemand stelt voor daarom nu maar halsoverkop weg te gaan. Terwijl degenen die Kerry gaan stemmen, of dat overwegen, de oorlog een kolossale ramp vinden, nemen Bush-fans de wegvallende argumenten op de koop toe: ,,Ik voel me veiliger. Er wordt tenminste geprobeerd iets te doen tegen het terrorisme.''

Die gevoelens van bescherming zijn ook te beluisteren in Iowa, waar deze week even buiten Des Moines een grote `Ask President Bush'-bijeenkomst werd gehouden in evenementenhal The Seven Flags. Hier waren alleen getrouwen welkom. Tekenen van twijfel of kritiek waren niet te bekennen.

Sharrie McKinney richtte na 22 jaar in het onderwijs een incassobureau op. Als kleine ondernemer spint zij garen bij de belastingverlagingen van de regering. Zij straalt na afloop van het optreden van president Bush. Haar kinderen stemmen Democratisch – wederzijds hebben zij het opgegeven elkaar te overtuigen.

,,Ik steun onze troepen'', zegt McKinney kordaat. Het maakt haar niet uit dat de massavernietigingswapens niet zijn gevonden. ,,Saddam had slechte bedoelingen, hij moest weg. Bovendien: het is beter dat de strijd tegen de terroristen dáár wordt uitgevochten dan hier.''

Dat argument wordt door meer Bush-bezoekers in Des Moines genoemd. Bijvoorbeeld door een groepje van vier, tussen de 25 en 35, die staan na te praten. Doug, een zelfstandige software-maker met halflang haar, aait zacht over de zwangere buik van zijn vrouw Jodi: ,,Een vrij Irak is de beste manier om de terroristen te stoppen. Ik wil dat het gevaar geweken is als ons kindje ter wereld komt.'' Doug stemde eerder op de `derde partij'-kandidaten Perot en Nader, maar nu is hij een `security dad', zoals hij zegt. Bush is zijn man.

Op een uur rijden van de hal waar de president zijn basis toesprak ligt bij Mingo de boerderij van Larry Cleverley. Hij hield daar zondag voor vrienden en klanten zijn jaarlijkse knoflookfeest. In heerlijk warm oktoberweer proefde men elkaars soep, hapjes en bakwerk, bereid volgens de regels van de `slow food'-beweging, met zuivere grondstoffen en zo min mogelijk scheikunde.

Ook hier was de sfeer gemoedelijk, men kende elkaar lang niet allemaal en de politieke standpunten werden vaak niet uitgedragen. Maar zij waren er zeker. In deze particuliere focusgroep van vijftig of zestig Iowans bleek opnieuw de oorlog het eerste en het laatste onderwerp dat de stem van velen bepaalt.

Binnenlandse sociale onderwerpen spelen wel een rol, maar meestal om het Irak-standpunt te versterken. Terwijl Ohio in 2000 net naar Bush ging, stemde Iowa de vorige keer Democratisch voor het presidentschap en Republikeins voor lokale functies.

In beide staten hebben, zoals in grote delen van Amerika, agrarische streken en voorsteden een conservatieve inslag; steden – vaak met meer rassenspreiding – brengen meestal een Democratische meerderheid voort.

In Iowa en Ohio is bovendien een rustig pragmatisme te ontdekken. Met alle voorbehoud van de beperkte statistische betekenis passend bij hyperkleine getallen, kreeg ik de indruk dat gematigde Republikeinen in beide staten overwogen Kerry te stemmen, terwijl gematigde Democraten nauwelijks overwegen Bush te steunen. Mogelijke overlopers naar John Kerry wachten wel op versteviging van zijn standpunten.

Naarmate meer slecht nieuws uit Irak de weken tot 2 november overheerst, hoeft Kerry minder te doen om deze tendens te versterken. Andersom, als Kerry en Edwards stommiteiten begaan, of als Karl Rove, de alchemist van alle Bush-campagnes, kans ziet nieuwe twijfel aan Kerry's soliditeit te zaaien, dan kan de migratie van teleurgestelde Republikeinen als William en Rebecca Lowry tot staan komen.

In de medicijnenfaculteit van Case Western Reserve-universiteit in Cleveland, Ohio, is de biochemicus Bill Merrick een voorbeeld van dit kwetsbare draaipunt in Kerry's kansen. Hij stemde tot nu toe meestal Republikeins ,,omdat die partij niet meer uitgaf dan er binnenkwam''. Hij verwachtte die terughoudendheid ook van George W. Bush, op wie hij stemde in 2000. Het liep anders.

Het ergert Merrick dat Bush nooit heeft toegegeven dat de redenen om de oorlog in Irak te beginnen achteraf ontbreken. De president heeft ook nooit erkend dat het vervolg op de oorlog slecht voorbereid en slecht geleid is. Alleen omdat Kerry hem niet heeft overtuigd dat hij een echt alternatief heeft, is Merrick geneigd weer Bush te stemmen. Zonder enige vreugde, want ,,het is niet wat je noemt klein foutje dat hij heeft gemaakt''.

Zijn collega binnen de faculteit, Mark Caprara, is wat jonger, en heeft iets minder moeite met de stap naar de Democraten. Hij groeide op in Philadelphia, naar eigen zeggen in een conservatief, godvrezend, laag opgeleid Republikeins gezin.

,,Veiligheid was daar een dagelijks thema. Je kon in Philadelphia geen vier blokken lopen zonder over een paar mensen te moeten stappen. Armoede en wantrouwen tegen de overheid staarden je in het gezicht. Je had altijd de angst dat de vijand voor de deur zou staan.'' Caprara heeft er conclusies uit getrokken die hij beter door Democraten verwoord ziet. Hij is zijn Republikeinse en `wedergeboren' familieleden ontgroeid.

Dat is misschien de vraag die de uitslag van de verkiezingen gaat bepalen, in Ohio, in Iowa en in de de rest van Amerika: hoeveel gelovigen en hoeveel Amerikanen met lage inkomens gaan tegen hun economisch eigenbelang stemmen? Omdat zij bang zijn, of omdat zij een bijna blind geloof hebben in de missie van George W. Bush.