Den Bosch

Twee typische studentikoze meisjes lopen voor me. Eentje heeft wel een mooie reet, maar die van de andere blubbert bij elke stap die ze zet. Haar reet is een stad op zichzelf. 'Wat vind jij nu van Den Bosch?' zegt de ene. Dat is precies de vraag die ik beantwoord wil krijgen, dus ik besluit ze te achtervolgen. 'Kweennie', zegt de ander nogal dom. 'Maar vind je het hier leuker dan in Driebergen?' 'Daar was het best wel saai, weet je. Je kon er niet uit en er woonden helemaal geen leuke jongens.' Dat vindt haar vriendin een interessant onderwerp. 'Heb je hier dan al wel veel leuke jongens ontmoet?' 'Ja, echt onwijs veel. Ik zit nu te twijfelen tussen twee jongens die ik allebei leuk vind. Je hebt hier zo veel onwijs knappe jongens, dat is echt niet normaal meer. Eerst had ik Dennis ontmoet. Die is echt superlekker, maar die bleek toch nog een vriendin te hebben.'

Ik loop nog een tijdje achter ze aan en hoor en weet inmiddels precies wie volgens hen de leuke jongens zijn en dat je voor die jongens in Den Bosch echt wel aan het goede adres bent. Als die met de flubberende reet wel erg openhartig en gedetailleerd gaat vertellen wat ze allemaal wel niet met Dennis heeft gedaan, besluit ik zelf de stad maar eens te gaan bekijken.

Naar de jongens hoef ik gelukkig niet meer te kijken, en naar de billen van de meisjes ook niet, dus ik kan me echt op de stad gaan richten. Het is een beetje een sprookjesstad. Een grote gouden draak verwelkomt je als je de stad in loopt en als je goed kijkt zie je verder in de stad nog veel meer beeldjes van gekke beesten. De stad is breed opgezet, er zou gemakkelijk een grote reus doorheen kunnen lopen. Je hebt dezelfde winkels als in elke stad, maar door de architectuur van de huizen ziet het er toch totaal anders uit dan het gemiddelde winkelcentrum. Na een tijdje beland ik op een enorm weiland vlakbij de stad. Nog steeds een beetje in de sprookjessfeer kan ik me goed voorstellen dat er trollen en landmeerminnen uit de bosjes kunnen kruipen. Na lekker uitgewaaid te zijn kom ik bij een pontje uit. Ik zie geen bestuurder en vraag me af hoe ooit nog aan de overkant te komen.

Uiteindelijk ontdek ik dat je zelf aan het wiel moet draaien en zo jezelf aan de overkant kunt krijgen. In Den Bosch maak je je eigen sprookjes waar. En ook naar je droomprins of een stel mooie meisjesbillen hoef je hier niet lang te zoeken.