Delft

Het is guur weer als ik Delft bezoek. De lucht is grijs, de wind waait zo hard dat je met een pruik beter thuis kunt blijven en soms word je ook even nat. Steden hebben de neiging om met dit soort weer een kille en naargeestige atmosfeer te krijgen. Het wordt dan luguber, het vuilnis waait in je gezicht en op straat lopen alleen nog maar zwervers, zeelieden en moordenaars rond.

Delft is helemaal anders. Delft is namelijk het meest pittoreske stadje van Nederland. En wilde storm en regen lijken de schattigheid van het stadje alleen maar te versterken. Oma's rennen met een paraplu in de hand naar de Hema om daar te schuilen en gelijk nog een nieuw stel ovenhandschoenen te kopen. Door de ramen van de hnizen zie je gezinnen met Delfts blauwe mokken warme chocolademelk bij elkaar op de bank kruipen. Dat Delft ook een studentenstad is, dat je zie je eigenlijk niet, nergens op straat zie ik een student. Ik vermoed dat ze alle studenten in speciale wijken hebben gezet om het straatbeeld niet te vervuilen.

Zoals een poppenhuis een aandoenlijke parodie op een echt huis is, zo is Delft een aandoenlijke parodie op de ideale Nederlandse stad. Het bestaat in zijn geheel uit kerkjes, schattige huisjes, oma's, visboeren en heel veel kleine grachtjes. De stad is zelfs zo liefelijk, dat het niet meer geloofwaardig is. Delft zou de ideale plek zijn om een incestueus familiedrama voor de Nederlandse televisie op te nemen. Als je al die lieve huisjes ziet, met al die brave lieve mensjes, dan kan je je niet voorstellen dat het er achter de geraniums ook allemaal zo lief aan toe gaat. Zulke perfectie bestaat niet.