De wondere wereld van het kapitalisme: kerkgang en vrienden in hoge kringen

Dat de Amerikanen veel meer uren maken dan de Europeanen heeft meer met cultuur dan met economie te maken, betoogt de Britse Harvard-hoogleraar geschiedenis Niall Ferguson in het Duitse weekblad Die Zeit. Zijn belangrijkste argument vindt hij bij de socioloog Max Weber. Het is nu honderd jaar geleden dat deze verband legde tussen protestantisme en kapitalisme in zijn essay Die Protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus.

Dat verband is er nog steeds, betoogt Ferguson. Want de groei van het verschil in arbeidsuren loopt parallel aan vermindering van het kerkbezoek, terwijl die in Amerika juist toeneemt. In katholieke landen als Italië en Ierland gaat een derde van de bevolking nog minstens eens per maand naar de kerk maar ,,in landen als Nederland, Groot-Brittannië, Duitsland, Zweden en Denemarken is dat nog niet eens een tiende''.

De ontkerstening in Europa is niet simpelweg te verklaren door groei van de welstand, meent de auteur, want daarmee zou de herkerstening van Amerika een raadsel zijn. In de VS is het kerkbezoek naar verhouding twee keer zo frequent als in Europa. Bovendien is bijna niemand er atheïst, vergeleken met 15 procent van de Europeanen.

De auteur meent dat het ,,niet te fantastisch is om een verband te leggen tussen religie en economisch gedrag'', hoe dat verband er ook precies uit ziet. Immers, tussen 1979 en 1999, toen de kerken in Europa leeg liepen, werd het arbeidsjaar van een Amerikaan vijftig uur langer, terwijl het Duitse arbeidsjaar 12 procent korter werd. De auteur erkent echter ook dat de verklaring van Weber niet van toepassing is op de Chinese wondereconomie.

Of de Chinezen veel sparen komt niet aan de orde in de speciale uitgave van het tweewekelijkse Amerikaanse zakenblad Fortune, maar zij zijn in ieder geval ijverig als de mieren, en met resultaat. Zo is de helft van de kleding die de wereldbevolking draagt afkomstig uit China. En de Chinezen maken een derde van alle mobieltjes die er op de wereld zijn, om maar te zwijgen van het feit dat ze de prijs drukken van allerlei consumentenproducten, van speelgoed tot laptops.

Het land, zo schrijft het blad vol ontzag, heeft Japan al ingehaald als het land dat het grootste handelsoverschot heeft met Amerika, en het bezit na Japan de grootste hoeveelheid Amerikaanse schatkistpapieren. Omdat de Chinese economie al jaren groeistuipen heeft van bijna 10 procent dreigt deze oververhit te raken, maar dat zal wel meevallen. Het is, zo wuift het blad deze vrees weg, veel waarschijnlijker dat de groei gewoon doorgaat ook al is de banksector er bij lange na niet tegen opgewassen, en ook al doet de regering permanent pogingen de groei af te remmen.

Immers, zo argumenteert het blad, ,,het kapitalisme in China is nog maar tien jaar oud. We zijn hier in een vroeg stadium van een van de grootste industriële revoluties in de wereldgeschiedenis.'' Wat meer is, de hervormingen hebben 250 miljoen mensen gered van de armoede, een resultaat dat volgens de Wereldbank ook al uniek is in de geschiedenis.

Maar er zijn meer economische wonderen. En één ervan speelt zich af in Ierland. Dat is volgens het Britse weekblad The Spectator te danken aan het conservatieve belastingbeleid van de Ierse minister van Financiën Charles McCreevy. Deze verlaagde tegen de wil van zijn departement de winstbelasting en bewees daarmee dat dit goed is voor de schatkist, meent het blad, zonder dat te staven met cijfers. De Republiek Ierland heeft momenteel een winstbelasting van 12,5 procent, tegen 30 procent in het Verenigd Koninkrijk.

Het is waar, erkent het blad, dat de beschikbaarheid van een flexibel, goed opgeleid, Engelssprekend arbeidsleger het meest aantrekkelijk is voor buitenlandse ondernemingen, maar een laag belastingniveau is en blijft een goede tweede. Hoe het ook zij, de Ierse economie zal dit jaar naar verwachting weer 5 procent groeien, constateert het blad. De Ieren, eeuwenlang gewend aan ellende en armoe, vragen zich bezorgd af waar het in hemelsnaam goed begon te gaan.

Belastingverlaging, daar lusten de grote Amerikaanse ondernemers wel pap van. Het enige wat ze willen, beargumenteert Robert Reich in het maandblad The American Prospect, is ,,dat ze meer overhouden'', terwijl ze best weten dat Bush onzin verkoopt als hij beweert dat hij de tekorten wil halveren en tegelijkertijd de belastingreducties wil handhaven en oorlog wil blijven voeren. Reich noemt in dit verband ook Bush' neiging internationale organisaties te schofferen. De ondernemers weten heus wel dat dit haaks staat op de idealen van globalisering, meent Reich.

En wat te denken van ,,de ultrarechtse christenen?'' Dat soort fundamentalisme kan zich volgens de auteur gemakkelijk keren tegen de onbeperkte geneugten die het kapitalisme in de aanbieding heeft. Hoe komt het dan dat ondernemers toch kiezen voor Bush? Dat is, denkt Reich, niet alleen een kwestie van onvervalste hebzucht, want onder de voorganger van Bush, Bill Clinton, hadden de ondernemers het veel beter, maar van ideologie en irrationeel denken: ,,Hun vrienden zitten in het Witte Huis, en dat is alles waar ze zich druk om maken.''