De man van 7 miljard

Koos Richelle (1949) is sinds dit voorjaar directeur-generaal van EuropeAid. Daarmee is hij de hoogste ambtenaar voor de verstrekking van ontwikkelingshulp van de Europese Unie.

De Unie heeft 6 tot 7 miljard euro per jaar te vergeven en is daarmee een van de grootste donoren ter wereld. Toch weten maar weinigen van het bestaan van EuropeAid. ,,We hebben in het verleden vaak het verwijt gekregen dat we onzichtbaar zijn'', erkent Richelle. ,,Dat probleem hebben we nog steeds. We worden een beetje gehinderd door een bijbelse bescheidenheid. De Amerikanen staan veel meer klaar met fiere verhalen over zichzelf dan wij.''

Richelle zwaait de scepter over zo'n 1.200 man in Brussel, terwijl nog eens een kleine 3.000 mensen werken op de delegaties van de Europese Commissie in 120 landen. Met dit enorme apparaat probeert de EU het hare te doen om de armoede in de wereld te verminderen; op de haar kenmerkende omslachtige manier. Voor elk programma in Afrika van meer dan acht miljoen euro moeten alle 25 lidstaten hun instemming geven. De stukken moeten steeds in elf talen worden vertaald.

Richelle moest naar eigen zeggen wennen aan deze tijdrovende procedures, toen hij ruim drie jaar geleden naar Brussel kwam. In Den Haag was hij als topambtenaar op verscheidene departementen wel iets gewend, maar Brussel sloeg Den Haag nog met stukken wat stroperigheid betreft. ,,Behalve bij noodhulp ligt de tijdshorizon hier op minimaal twaalf maanden. Dat is een bepalend verschil met Den Haag. Je moet hier tijdig dingen aftasten en medestanders zien te vinden. Dat vergt een heel goede planning. Zodra je weet hoe de hazen lopen, moet je je opstelling kiezen.''

Toch voelt Richelle zich inmiddels in Brussel als een vis in het water. ,,Ik geniet er dagelijks met volle teugen van.'' Voortdurend bedient hij zich van relaties op alle niveaus om dingen aan te zwengelen of juist af te remmen. ,,Er wordt hier ontzettend veel genetwerkt.'' Bij zijn werk heeft Richelle niet alleen te maken met nationale regeringen maar ook met andere afdelingen van de Europese Commissie. ,,Daarbij moet je vaak tegenstrijdige belangen met elkaar verzoenen. Wie schikt waar in? Dat is de vraag.''

Het multinationale en multiculturele karakter van Brussel vormde voor Richelle geen barrière. ,,Je moet wel oppassen met grappen. Maar ik heb van nature de neiging eerst eens de mores op een nieuwe plek te bekijken en niet meteen met een overdaad aan kritiek te komen. Zo werkte het trouwens ook al in Den Haag, toen ik van VWS overstapte naar Buitenlandse Zaken. Ook daar heeft elk departement zijn eigen mores.''

EuropeAid is intussen naar zijn zeggen aanzienlijk meer gestroomlijnd. Door handig te laveren wist de Europese Commissie de lidstaten te bewegen tot het spenderen van meer geld aan ontwikkelingssamenwerking. Gemiddeld moet het percentage stijgen van 0,33 procent van het bruto nationaal product tot 0,39 procent in 2006. Zo neemt de kans toe dat de zogeheten Millennium-doelstelling van de VN – halvering van de armoede in ontwikkelingslanden in 2015 – wordt gerealiseerd. ,,De Commissie duwt voortdurend de agenda vooruit'', stelt Richelle.

Een doorn in zijn oog blijft de gigantische fragmentatie van de hulpinspaningen. De EU-staten, met hun omvangrijke nationale programma's, zijn de voornaamste zondaars. Alleen al in de sociale sector in Tanzania, zo wees een recente telling uit, zijnliefst 476 projecten van elk nog geen 800.000 euro. Richelles droom is een veel grotere harmonisatie. Met de EU in een hoofdrol.