De krant antwoordt

De twee testedities van een compacte NRC Handelsblad in de ochtend zijn vorige week gunstig ontvangen. De publieksenquête op de site leverde een kleine achthonderd reacties op, merendeels enthousiast. De krant kreeg een gemiddeld rapportcijfer van 7,8. Aan de vertrouwde kwaliteit van de middagkrant is met deze compacte tabloid geen afbreuk gedaan, hoewel veel stukken toch korter waren dan men gewend was. In de categorie `open antwoorden' klonk ook herhaaldelijk de dankbare verzuchting dat deze krant in minder tijd te lezen is en een handiger formaat heeft dan de vertrouwde middagkrant.

Natuurlijk kan een dergelijke enquête niet als representatief worden beschouwd, hooguit als indicatief. Het ligt voor de hand dat de beslissing om de enquête op internet op te zoeken en in te vullen, een positieve houding jegens dit type krant insluit. Toch was ook in de spontane communicatie met de lezer afgelopen week het uitblijven van negatieve reacties opvallend. Doorgaans is de redactie bij missers gewend aan prompte en kritische reacties. Nu bleef het bij blijken van instemming. Ook hier proefden we weer de vraag om een toegankelijker krant, die minder tijd (en liefst geld) kost, best dunner mocht zijn maar overigens wel dezelfde kwaliteit moest bieden.

Opvallend was ook de weerklank voor een krant voor jongere hoger opgeleiden, tot wie de testedities zich in het bijzonder richtten. Jongere hoger opgeleiden oriënteren zich op meer media tegelijk en voelen minder de behoefte om `lid' te worden van een krant. Uit de enquête kwam naar voren dat deze jongeren iets kritischer waren. Voor hen mocht de compacte krant nog eigenzinniger keuzes doen.

De afstand groeit dus tussen jongere media-consumenten (tot 34), opgevoed met tv, internet en allerlei vormen van instant-nieuws en ouderen die makkelijker vasthouden aan het ritme van de krant. Vorige week publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau een rapport waaruit bleek dat in de afgelopen vijfentwintig jaar een grote verschuiving gaande is van oude naar nieuwe media, vooral onder nieuwe generaties. De tijd die aan boeken werd besteed is met eenderde gedaald. Elke nieuwe generatie telt weer minder lezers van boeken, kranten en tijdschriften dan de vorige. Uit het rapport bleek ook dat de totale tijd die aan media werd besteed niet groeide – kranten bevinden zich op een zogeheten verdringingsmarkt. De krant moet bij nieuwere generaties dus op een dynamische manier om een positie werven, in directe concurrentie met internet of televisie. Dat zet veel onder druk: vorm, inhoud, verschijningstijdstip, prijs. Zelfs de keuze voor (kranten)papier.

De redactie zoekt het antwoord in de eerste plaats in de verdere verbetering van de kwaliteit van de dagbladjournalistiek. Maar daarnaast is er al jaren het besef dat NRC Handelsblad ook los van krantenpapier moet kunnen bestaan. Zo is er naast de krant het maandblad M verschenen (2000) en een website (1995). Vanaf volgende week krijgen de abonnees via de site gratis toegang tot een digitale versie van de krant in pdf-formaat, waarop men zich overigens ook apart kan abonneren. De krant experimenteert ook met televisie. Op 23 oktober begint de tweede reeks van het culturele praatprogramma Lezen &cetera op AT5, de locale zender voor groot Amsterdam, waarvan de redactie wordt gevormd door kunstredacteuren van deze krant. Is NRC Handelsblad over tien jaar een informatiebron in verschillende gedaanten, op nieuwe tijdstippen, vaker op maat gebracht voor verschillende doelgroepen? Het zou mij niet verbazen. De coalitie van lezersgeneraties die de uniforme krant over de volle breedte steunt vertoont barsten.