De ene hogeschool is de andere niet

Alle hogescholen in Nederland worden getest door de eigen studenten. Kritiek is er op iedere opleiding maar de hogescholen reageren laconiek.

Nog nooit hebben hogescholen zoveel geld besteed aan reclame over hun opleidingen. Nog nooit hebben ze zoveel studenten binnen hun muren gehad als in 2004. Maar het is net als bij sterk groeiende bedrijven: succes en mislukking liggen dichtbij elkaar. Sommige fusiekolossen in het hbo hoor je kraken in hun voegen. De studenten zijn er aantoonbaar minder tevreden. Toch gaat voor zo'n hogeschool het leven gewoon door.

Zo druk als de universiteiten zich maken over kritiek van de eigen studenten (in eigen enquêtes, in Elsevier, in de Keuzegids Hoger Onderwijs), zo laconiek reageren sommige grote hogescholen. Ze kiezen niet voor de aanpak van 'wij nemen dit serieus, we pakken het aan', maar voeren de propagandamachine nog wat op. Het is hun goed recht – totdat straks de keurmeesters van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie- Organisatie de verwaarlozing van opleidingen op de korrel nemen.

Tot die tijd zul je als kritische student zelf wakker moeten blijven. En dat loont de moeite, want binnen het hbo zijn de kwaliteitsverschillen fors – veel groter dan op de universiteiten. Dat zie je vooral bij individuele opleidingen, zoals bijvoorbeeld de opleiding werktuigbouwkunde in Haarlem die van de eigen studenten een gemiddeld rapportcijfer van 5,99 krijgt. Het andere uiterste zijn enkele zelfstandige pabo's (in Helmond en Zwolle) met cijfers die dichtbij de acht liggen.

Waar zitten die verschillen dan in? Bij de zwakkere opleidingen zit de pijn soms overal. De genoemde werktuigbouwstudie in Haarlem krijgt voor de helft van alle onderdelen van onze test een 6- of lager. Zowel de faciliteiten en de huisvesting van de opleiding als de aandacht voor vaardigheden en de voorbereiding op de arbeidsmarkt: allemaal punten waarover ernstig geklaagd wordt. Veel studenten betwijfelen dan ook of ze de volgende keer weer deze opleiding zouden kiezen.

Waar het precies door komt, weten we niet. Maar ook bouwkunde en small business van de Haarlemse hogeschool horen bij de tien als zwakste beoordeelde hbo-opleidingen van Nederland. Gelukkig heeft Haarlem wel behoorlijk tevreden studenten bij de pabo – maar landelijk gezien krijgt toch 80 procent van de pabo's een gunstiger beoordeling. Dit verklaart waarom ook het instituut InHolland Haarlem als geheel laag op de ranglijst van de Keuzegids belandt.

Bij veel hogescholen is het beeld gevarieerder. Je vindt daar naast elkaar opleidingen die stevig in elkaar zitten en andere waar men er niet in slaagt de kwaliteit op orde te krijgen. Daar ligt meestal een concreet verhaal aan ten grondslag. Zo zijn er opleidingen waar men de kwaliteit van de docenten niet regelmatig beoordeelt. Soms begint zo'n opleiding aan 'onderwijsvernieuwing' of aan strengere selectie in de hoop dat dat het niveau zal opkrikken. Maar een jaar later blijkt dan dat er tussentijds veel studenten zijn vertrokken. Niet omdat ze te dom waren, maar omdat de opleiding hun verwachtingen niet waarmaakte. Dit gebeurt bij sommige opleidingen journalistiek en communicatie, en bij grote economische en technische studies. De overgebleven studenten geven de opleiding maar dunne zesjes. Veel van deze kwaliteitsverschillen worden 'platgeslagen' als je het over kwaliteit van complete scholen hebt.

Toch zijn er wel degelijk hogescholen die het als geheel beter doen dan de anderen. Dat wordt duidelijk uit de hier afgebeelde ranglijst, waarin alle beschikbare oordelen over de opleidingen van elke hogeschool zijn meegeteld. Ten eerste zijn dat de studentenmeningen uit de Nationale Studentenenquête, waarin in drie jaar tijd vijftigduizend studenten hun opleiding beoordeelden. Daarnaast zijn ook de deskundigenoordelen benut, die de redactie van deze gids heeft gedestilleerd uit rapporten van landelijke visitatiecommissies per vakgebied. De ranglijst is gebaseerd op de combinatie van beide oordelen, waarbij steeds per studie is gekeken of een hogeschool er beter of slechter uitspringt dan de concurrentie. Verder tellen grote opleidingen zwaarder mee dan kleine.

Het resultaat van deze ranglijst vormt al jaren een vertrouwd beeld. In de kopgroep zagen we steeds enkele kleine instellingen, die in de fusiegolf van steeds groter wordende hogescholen nog zelfstandig waren gebleven. Hun 'menselijke' schaal leidde kennelijk tot meer waardering van studenten. Dit jaar zijn Ede en Rijswijk daarvan twee voorbeelden. En als we de nog iets kleinere instellingen meetellen waar alleen een ranglijst met studentenoordelen te maken was, passen ook twee instellingen in Zwolle en Hogeschool de Horst in Driebergen in het beeld van 'klein maar fijn'.

Jammer is alleen wel dat dit groepje kleine instellingen elk jaar kleiner wordt. Financieel slagen ze er niet in het hoofd boven water te houden; dus kloppen kleine hogescholen steeds vaker aan bij hun grote buren om 'samen te werken'. Vroeg of laat leidt dat er dan toe dat de kleine hogeschool helemaal opgeslokt blijkt te zijn.

Het afgelopen jaar verloor zo de Hogeschool Diedenoort (specialist in facilitaire dienstverlening) in Wageningen haar zelfstandigheid. En de TH Rijswijk fuseerde met de grote buurman Haagse Hogeschool. Vanwege haar succes mag de technische hogeschool nog als 'zelfstandig merk' doorgaan; voor de studenten valt te hopen dat dit meer is dan een marketingtruc.

Naarmate er minder kleine hogescholen aan de top van de ranglijst (kunnen) staan, beginnen grotere hogescholen zich wat meer in kwaliteit te onderscheiden. Voor wie zich druk maakt over de kwaliteit van het hbo is dat toch weer een troost. Net als vorig jaar scoort de Avans hogeschool Den Bosch weer relatief goed. Maar dit keer geldt dat ook voor de HAN in Arnhem.

Die laatste is, net als de ook goed beoordeelde Hogeschool Zuyd (Limburg) en Hogeschool Windesheim (Zwolle), toch echt een van de grotere hbo-instellingen. Maar hier is het fusiegeweld waarin tientallen kleine opleidingen werden samengesmeed tot instellinkjes met tien tot twintigduizend studenten alweer enige jaren voorbij. Die rust is blijkbaar heilzaam.

Die rust is nog niet aangebroken bij InHolland, de megahogeschool die in 2003 door fusie van vijf hogescholen ontstond en die nu bijna 40.000 studenten telt. De positie van de vestigingen in Diemen, Haarlem en Rotterdam is veelzeggend. In de Keuzegids zijn alle details per opleiding vermeld.

Voor de studenten van InHolland valt te hopen dat hun instelling de rust vindt om te luisteren naar kritiek en met studenten en docenten weer te bouwen aan kwaliteit. In het zuiden hebben de Fontys hogescholen eerder laten zien dat zulk herstel mogelijk is. Al heeft ook Fontys nog wel een lange weg te gaan naar de top.