Betere drank, mooiere mannen

Daar sta je dan. Vijf minuten te laat op je eerste introductiedag en zestig paar ogen op je gericht. In ieder geval vast één illusie armer: dat alles zal veranderen nu je van de middelbare school af bent. Halverwege de dag voel ik getril, contact met de buitenwereld, ik besluit dit telefoontje als een teken te zien en verlaat vroegtijdig de collegezaal. Toen wist ik het eigenlijk al: hier zit ik verkeerd.

Toch ben ik er uiteindelijk wel op de universiteit terechtgekomen. Want heb je VWO, dan is dat een logisch gevolg, dacht ik toen. Wiskunde was mijn vak, maar op universitair niveau leek het mij niets. Ik houd heel erg van lezen en ben goed in Nederlands. En omdat ik, met mijn wiskundige aanleg, weet dat één en één twee is, koos ik voor de studie Nederlands. De stof bleek niet eens zo oninteressant, maar de sfeer maakte het moeilijk me in te zetten. Mensen zaten stijf voor zich uit te staren of continu aantekeningen te maken. Alsof het niet minstens zo belangrijk is eens rond te kijken wie er in je nieuwe klas zitten. Ik haalde de tentamens net, maar waar het precies over ging ontschoot me iedere keer. Ik snapte de docenten niet, die met zoveel passie voor hun vak de hele leerling vergaten. Van een hoogleraar mag je toch genoeg herseninhoud verwachten dat hij in ieder geval de namen van studenten kan onthouden, maar zelfs in de wandelgangen keken ze je aan alsof ze je nog nooit eerder hadden gezien. Intussen had ik een hbo-feest bezocht. Tot mijn verbazing schonken ze daar cocktails en wodka in plaats van alleen bier en wijn zoals op het universiteitsfeest dat ik had meegemaakt. En tot mijn verrukking liepen er mannen rond die aardig dicht bij mijn definitie van de perfecte man leken te komen. Dichterbij in ieder geval dan de jongens van de universiteit: die bebrilde, mollige exemplaren met hun kragen omhoog, die verveeld voor zich uit staren; of de langharige freaks, die zich uitsloven alsof ieder feestje hun laatste zou kunnen zijn. Uiteindelijk was ik de bekrompenheid, arrogantie en desinteresse van de universiteit zo zat, dat ik me in een vlaag van woede (waarom mag ik verdomme deze keer niet m'n werkstuk een maand te laat inleveren?) uitschreef en naar huis ging. Zoals ik ooit voortijdig de collegezaal had verlaten, zo deed ik dat nu met de hele universiteit.

Wat nu? Je kunt wel denken: alles komt goed, maar ik wist dat ik moest handelen. Inschrijvingsformulieren voor het hbo halen. Dat ik voor de Lerarenopleiding zou gaan en alsnog wiskunde wilde doen, was de enige zekerheid die ik had. Ik ging er langs, mailde voor een meeloopdag, hoorde niets terug. Bezocht een open dag, schreef me opnieuw in om mee te lopen, kreeg de belofte dat ze me zo snel mogelijk zouden bellen en hoorde weer niets. Over grootschaligheid, slechte communicatie en desinteresse gesproken. Weken later en even zoveel brieven van de universiteit voor mijn huisgenoten verder, begon ik toch weer te twijfelen. Waar bleef de post van het hbo? Was ik wel goed ingeschreven en belangrijker nog... wanneer moest ik beginnen? Toen mijn werkrooster en allerlei afspraken allang waren gepland, lag die dikke envelop in de bus. Volgende week moest ik komen, introductiedag én het kamp waren verplicht. Waar ik bij de universiteit vorig jaar nog onderuit kwam, lijkt nu onontkoombaar. Moet ik echt met mijn slaapzakje en luchtbed twee dagen doorbrengen in een tent om mijn studiegenoten te leren kennen? De meeste illusies over het hbo ben ik vóór aanvang van de studie alweer kwijt. Net zoals vorig jaar op de universiteit.