Alan Greenspans laatste vondst

Bedreigt het Amerikaanse tekort op de betalingsbalans de wereldeconomie? Welnee, zeggen de autoriteiten. Wel degelijk, zeggen bankpresident Wellink en Harvard-econoom Summers.

Elk halfjaar wacht de deelnemers aan het IMFC, het hoogste bestuursorgaan van het Internationaal Monetair Fonds, een attractie. Welke vondst heeft Alan Greenspan, de president van de Amerikaanse centrale banken, nu weer gedaan om ter vergadering het tekort op de Amerikaanse betalingsbalans goed te praten? Eerder hield Greenspan het op de constatering dat het tekort in feite een bewijs is van goed gedrag: de rest van de wereld ziet het kennelijk als een buitenkans om twee miljard dollar per dag naar de VS over te maken, omdat zij daar een hoger rendement verwacht dan thuis. Feit blijft dat het Amerikaanse tekort, dat een historische omvang van ruim 5,5 procent van het bruto binnenlands product heeft bereikt, door het gros van de aanwezige bewindslieden en bankiers wordt gezien als een gevaarlijke, destabiliserende factor in de wereldeconomie.

Greenspan had afgelopen weekeinde een nieuwe variant: het zit allemaal nog anders. De betalingsbalans is het verschil tussen de binnenlandse besparingen en de investeringen. Als er meer investeringen zijn dan binnenlandse besparingen, moet het verschil door het buitenland worden aangezuiverd: er ontstaat een tekort op de betalingsbalans (het verschil tussen `geïmporteerd' en `geëxporteerd' geld). Maar wat als zo'n nationaal analysemodel niet meer werkt, vroeg Greenspan zich af. Wat als in de globaliserende wereldeconomie met zijn vloeiende geldstromen het verband tussen nationaal sparen en investeren niet meer ter zake doet? Tussen de Amerikaanse deelstaten zijn er waarschijnlijk allerlei overschotten en tekorten, maar omdat er geen balansen worden opgemaakt, kennen we ze niet.

Daar zit tot op zekere hoogte wat in, zegt Nout Wellink, president van de Nederlandsche Bank, in het kantoor van de Nederlandse vertegenwoordiging bij het IMF. Tot midden jaren negentig was er een buitengewoon sterke correlatie van 0,95 tussen nationale besparingen en investeringen, maar die samenhang is veel minder geworden. Maar wat volgens Wellink meegenomen moet worden in de analyse is de vraag of economische grenzen al dan niet samenvallen met staatkundige grenzen. Als een Limburgs bedrijf vlak over de grens in België een fabriek neerzet, doen de gevolgen voor de Nederlandse nationale betalingsbalans er niet zo toe. Maar dat ligt wel anders als er, zoals tussen Europa en de VS, geen geografische overlap is, en er bovendien sprake is van twee verschillende munten.

Wellink is niet de enige scepticus. Een dag nadat Greenspan zijn theorie in kleine IMF-kring te berde had gebracht, kreeg hij weerwoord van een van Amerika's bekendste economen: Larry Summers, oud-minister van Financiën onder de tweede regering-Clinton en tegenwoordig president van de Harvard Universiteit. Summers ziet, tijdens de prestigieuze Per Jacobsson-lezing elders in Washington, het tekort verder uitdijen. De handelsbalans, die voor een deel aan de betalingsbalans ten grondslag ligt, vertoont een enorm gat. Amerika importeert 16 procent van zijn bbp, en exporteert 11 procent. Niet alleen zal bij verdere economische groei het tekort in dollars gemeten vanzelf toenemen. Maar omdat de VS sneller groeien dan hun belangrijkste handelspartners, zal het tekort ook relatief oplopen. Summers ziet het tekort oplopen naar 6,5 procent van het bbp in 2006, en naar 7,8 procent in 2008.

Maar is dat tekort nu een teken van vitaliteit, zoals Greenspan en de regering-Bush dat vooral zien, of een blijk van zwakte? Summers is meedogenloos. Als het tekort een gevolg was van stijgende investeringen, dan zou dat inderdaad een blijk van vitaliteit zijn. Maar de investeringen zwakken de laatste tijd juist af, aldus de econoom. Omdat de besparingen, de optelsom van wat de burgers, bedrijven en de overheid opzijzetten – in het laatste geval is er vanwege het begrotingstekort sprake van ontsparing – nog harder afnemen, dijt het betalingsbalanstekort verder uit. Het tekort is dus geen bijverschijnsel van succes, maar inderdaad de uitdrukking van een probleem, aldus Summers. Wellink is het daarmee eens. Het tekort kan, anders dan een resultaat van goed beleid, evengoed een teken zijn van verkeerd beleid, zegt hij. En dan is er een probleem.

Dan is er nog de financiering van het tekort. Het zijn vooral de Aziatische landen die, in een poging hun munten niet te laten stijgen tegenover de dollar, massaal dollars opkopen. Summers schat dat zij samen nu al zo'n 1.800 miljard dollar aan reserves bezitten. De neiging om reserves op te potten is, gezien de Azië-crisis van 1997-1998 begrijpelijk, aldus Summers. In feite hebben de landen nu hun eigen IMF-noodprogramma's gefinancierd en al in huis. Dat zij op die dollars weinig verdienen, maakt deel uit van een onuitgesproken deal: Amerika koopt hun producten, en krijgt er goedkope financiering van het resulterende handelstekort voor terug.

Maar hoe lang duurt dat nog, of, in de woorden van Summers: hoe lang kan 's werelds grootste schuldenaar ook 's werelds grootste lener blijven? Dat is moeilijk te voorspellen, maar vast staat dat de buitenlandse schuld die de VS door de aaneenrijging van betalingsbalanstekorten opbouwt, niet eeuwig kan blijven oplopen.

De oplossing is niet simpel. Meer sparen of minder investeren in de VS zou een ontoelaatbare afname van de economische groei veroorzaken. Een val van de dollar zou de Aziatische landen aanvankelijk alleen maar tot méér opkopen van dollars bewegen om hun eigen munten niet te laten stijgen. Het plotseling wél laten appreciëren van die Aziatische munten zou dergelijke interventies abrupt laten stoppen, en daarmee de stroom van geld naar de VS doen opdrogen. Daardoor zou de Amerikaanse rente te hard stijgen.

Hard ingrijpen is volgens Summers de oplossing dan ook niet. Het zal geleidelijk en in breed internationaal overleg moeten gebeuren. Mocht de dollar echter toch scherp dalen, dan gaan de VS voor een deel vrijuit, aldus Wellink. Zij hebben zich dan achteraf bezien goedkoop gefinancierd, en de rest van de wereld heeft er een probleem bij. Toch is een oplossing broodnodig, al was het maar om normatieve redenen, zegt Wellink. Want los van alles gaat het niet aan dat de VS als rijkste economie ter wereld, de besparingen van de rest van de wereld naar zich toe blijven zuigen.