Zevende Afrikaanse winnaar

In zijn testament bepaalde Alfred Nobel dat bij het toekennen van `zijn' prijzen de nationaliteit van de kandidaten geen rol mocht spelen. De eerste 35 jaar waren het echter louter Amerikanen, West-Europeanen en internationale organisaties die de Nobelprijs voor de Vrede wonnen.

In 1936 was de Argentijn Carlos Saavedra de eerste niet-westerling die won. Tot halverwege de jaren zeventig zou de vredesprijs niettemin een Westerse aangelegenheid blijven. Tussen 1901, toen de prijs voor het eerst werd uitgereikt, en 1975 waren er vier niet-Westerse winnaars.

Het duurde tot 1960 tot een Afrikaan won (Albert Luthuli van het Zuid-Afrikaanse ANC). In 1973 wonnen de Vietnamees Le Duc Tho en de Amerikaan Henry Kissinger de prijs voor hun bijdrage aan het vredesakkoord in Vietnam. Le Duc Tho weigerde de prijs, waardoor Kissinger dat jaar de enige laureaat was. Sinds 1976 mondialiseerde de prijs in rap tempo en viel hij vaker ten deel aan Azië, Afrika, Oost-Europa of Latijns-Amerika.

Vandaag werd de Keniaanse Wangari Muta Maathai de zevende Afrikaan die de prijs won. Nadat Albert Luthuli de ban had gebroken, wonnen Anwar Sadat (Egypte, 1978), Desmond Tutu (Zuid-Afrika, 1984), Nelson Mandela en Frederik Willem De Klerk (Zuid-Afrika, 1993) en de Ghanees Kofi Annan (namens de VN, 2001).