Vastgoedfondsen

Kantoortorens, winkelcentra en hele huizenblokken, allemaal handelswaar in de vastgoedsector. Daar gaat veel geld om en de fiscale problemen zijn navenant. Ze lopen zelfs uit de hand. De politiek blijkt een speelbal van uiteenlopende belangen, de belastingdienst experimenteert er op eigen houtje lustig op los en de wetenschap ziet geen kans een heldere en waardevrije visie te produceren. Het komt nu op de rechter aan om wat orde in de chaos te scheppen en die zet er geen vaart achter.

De problemen zitten vooral in de fiscale waardebepaling (het systeem van afschrijving) van de gebouwen. In een poging helderheid te krijgen, gingen de meest betrokkenen afgelopen maandag met elkaar in discussie. Dat gebeurde tijdens een seminar in het Haagse Uitgevershuis dat grenst aan het Binnenhof.

Waar wringt de schoen? Bedrijfsmiddelen zoals een auto, een computer en zelfs een gebouw slijten. Dat wordt boekhoudkundig verwerkt in de jaarlijkse afschrijving. Omdat die de winst naar beneden drukt, biedt een hoge afschrijving op korte termijn voordelen. De vastgoedfondsen lokken investeerders door een hoger rendement te beloven op basis van het uitmelken van de fiscale afschrijvingsmogelijkheden.

Dat zit de fiscus niet lekker. De belastingwetten geven op dit punt nauwelijks voorschriften, maar van oudsher hebben de sector en de fiscus open oog voor elkaars belangen. Dat polderen resulteerde in een tamelijk soepel stelsel. Zo soepel dat Duitse beleggers hun eigen starre belastingwetgeving ontvluchten en massaal hun geld steken in Nederlandse kantoren en woningen. Volgens een schatting van de Universiteit van Amsterdam kunnen die Duitse investeringen dit jaar tot 1,7 miljard euro oplopen.

Maar dit stukje van het Nederlandse poldermodel vertoont barsten. De belastingdienst gaat zijn eigen weg, dit tot verontrusting van de lobbyorganisatie van de institutionele vastgoedbeleggers, het IVBN. Die presenteerde maandag onderzoekscijfers waaruit moet blijken dat Nederland in Europees verband gaandeweg fiscale aantrekkelijkheid verliest voor investeerders in vastgoed. De aanwezige belastinginspecteurs verwierpen de cijfers evenwel als selectief en suggestief.

Hun insteek is dat de gegroeide soepele afschrijvingspraktijk tot onrealistische resultaten leidt. Een jaren geleden gebouwd pand met een huidige waarde van 100 miljoen euro kan door consequent afschrijven nu voor slechts 10 miljoen euro op de fiscale balans staan. Dan vindt de fiscus verder afschrijven overdreven. Misschien zakt de onroerendgoedmarkt markt ooit wel eens in, maar het gebouw zal bij verkoop nooit minder dan de huidige balanswaarde van 10 miljoen opbrengen. Het idee om dan maar eens te stoppen met verder afschrijven is door belastinginspecteur Berkhout uitgewerkt in een proefschrift. Vorige week aanvaarde Berkhout de post van hoogleraar aan de Universiteit Nyenrode. Ondertussen leidt hij de speciale fiscale denktank (kenniscentrum) van de belastingdienst die individuele inspecteurs helpt bij het aanpakken van te royale afschrijvingen.

Bij gebrek aan officieel beleid op dit punt lokten individuele inspecteurs verscheidene op de ideeën van Berkhout geïnspireerde proefprocessen uit om te kijken of zij belastingrechters aan hun kant kunnen krijgen.

Volgens de Nijmeegse hoogleraar Meussen gaat het om ,,kamikaze-achtige acties, weinig meer dan speldenprikken''. Die leveren links en rechts rechterlijke uitspraken op die geen samenhang vertonen. Uit elk berecht geval proberen fiscalisten meer algemeen geldende regels te destilleren. Omdat de interpretaties nogal verschillen, is het wachten op de Hoge Raad. Die is nog lang niet aan een einduitspraak toe.

Dat stoort de vastgoedsector. Onzekerheid kan buitenlandse investeerders afschrikken. De sector roept staatssecretaris Wijn (Financiën) daarom op de lopende procedures af te blazen. Bij wijze van tegenwicht heeft het Tweede-Kamerlid voor de PvdA Crone de staatssecretaris deze week gevraagd er juist harder tegenaan te gaan. Zowel het IVBN als de PvdA willen dat staatssecretaris Wijn zelf het beleid rondom afschrijvingen op onroerend goed gaat bepalen en openbaar maken.

Dat zou toch al de normale gang van zaken moeten zijn, maar op het seminar constateerden verscheidene vastgoedbeleggers en belastingadviseurs dat Wijn weinig invloed heeft op het Vastgoedkenniscentrum van de belastingdienst. Zij wezen op het bestaan van geheime lijstjes met buiten de staatssecretaris om opgestelde regels voor de belastinginspecteurs. Enkele aanwezige inspecteurs reageerden krampachtig op deze onthulling en ontkenden dat het uitgelekte materiaal `echt' beleid bevat. Overtuigend klonk dat niet, zodat de indruk bleef hangen dat Wijn op dit punt weinig greep op zijn dienst heeft.

De koninklijke weg bij dit soort problemen is het aanpassen van de wet. Na een open discussie weet uiteindelijk iedereen waar hij aan toe is. Twee jaar geleden ontving de Tweede Kamer inderdaad een wetsvoorstel voor het verstrakken van het afschrijvingsregime. Beleggers zouden vastgoed voortaan voor de werkelijke waarde in hun belastingaangiften moeten verwerken.

Die plannen schoten geheel in het verkeerde keelgat bij de toen nog ruimschoots in de Tweede Kamer vertegenwoordigde LPF; een partij met nauwe bindingen met de vastgoedsector. Met hulp van de VVD en het CDA werd de toenmalige LPF-staatssecretaris Van Eijck (Financiën) gedwongen het plan in te trekken. Dat sloeg een gat in de begroting waar alcoholdrinkend Nederland via een accijnsverhoging voor opdraaide. De PvdA is nog steeds boos over dit ,,cadeautje voor rijke mensen''.

Bij elke gelegenheid die zich voordoet haalt de fractie het gesneuvelde kabinetsvoorstel van stal. Staatssecretaris Wijn veegt dat even vaak weer van tafel. Hij vreest dat een strakker afschrijvingsregime buitenlandse investeerders afschrikt en averij in de onroerendgoedmarkt veroorzaakt. Maar de vastgoedsector is er niet gerust op. Dit soort argumenten smelt als sneeuw voor de zon als het kabinet in geldnood komt. De vastgoedlobby is tot nu toe succesvol verlopen maar resultaten uit het verleden vormen geen garantie voor de toekomst.