Superstudio was tégen

Architectencollectief Superstudio speelde in de jaren zestig en zeventig een belangrijke rol bij het omverwerpen van de bestaande opvattingen over kunst. ,,Chaos'', vonden ze, ,,is geen tijdelijke maar een permanente werkelijkheid.''

In 1976 verscheen The Cultural Contradictions of Capitalism, een boek dat nu als klassieker zijn 20ste druk beleeft. De auteur, Daniel Bell, een bekende Amerikaanse neo-conservatieve socioloog en cultuurcriticus, stelde daarin dat de westerse maatschappij in een crisis verkeert en dat de voornaamste reden daarvan een breuk is tussen cultuur en maatschappij. De moderne cultuur, schreef hij, propageert een manier van leven die haaks staat op de protestantse morele waarden van het kapitalisme. Ze streeft niet naar bestendiging van bestaande tradities en opofferingsgezindheid, maar zoekt voortdurend naar nieuwe sensaties en een optimale ontplooiing van het individu. Koploper bij deze ontwikkeling die `van het individu een culturele zwerver maakt', is de moderne kunstenaar.

De laatste jaren heeft Bell zijn theorie op punten aangepast, maar de kern is onveranderd gebleven: de manier waarop de kapitalistische samenleving zich heeft ontwikkeld is de schuld van kunst en cultuur. Die zijn er op gericht om de morele basis van de economische orde aan te tasten en bestaande tradities en waarden te vernietigen. Het gevolg is dat het economische systeem nu zonder scrupules voldoet aan de moreel gezien `meest dubieuze verlangens' van de consument, met managers `being straight by day and swingers by night'. Daarom, vindt hij, kunnen we in plaats van cultuur beter van `tegencultuur' spreken. En de tegencultuur die de grootste ravage heeft aangericht is die van de generatie die ,,een kinderkruistocht opzette om de lijn tussen fantasie en realiteit uit te wissen en, onder het mom van bevrijding, al haar impulsen uit te leven.'' De generatie die in de jaren zestig en zeventig tot wasdom kwam.

De kracht die de Amerikaanse neo-conservatief aan het eind van de jaren zeventig toeschreef aan kunst en kunstenaar, wordt tegenwoordig niet meer gevoeld. De kunst heeft nu zelfs de grootste moeite om duidelijk te maken dat haar fantasieën op andere dan economische gronden noodzakelijk zijn voor de samenleving. Maar trekken we Bells theorie door, dan zou die terugslag wel eens de prijs kunnen zijn van haar succes. Want het belangrijkste kenmerk van onze tegenwoordige samenleving is inderdaad dat `de lijn tussen fantasie en realiteit' flinterdun geworden is. Misschien valt de niet-opdrogende belangstelling voor de kunst en cultuur van de jaren zestig en zeventig wel daaruit te verklaren: we willen weten wat de `kinderkruistocht' van die vermaledijde babyboomers hier precies aan heeft bijgedragen, wat we ervan kunnen leren en wat we met de gevolgen ervan aan moeten.

Macramé

Een belangwekkende en zeer informatieve tentoonstelling over die periode, `Woonerven en zitkuilen, de kritiese jaren 70', is net voorbij, maar de website van de organisator, het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam,geeft een uitstekende indruk van wat allemaal speelde. Oranje gordijnen, fotobehang, fondue, macramé, vrije seks zijn nog maar een paar van de tegenculturele nieuwigheden. ,,Het heeft geen hoogstaande architectuur opgeleverd'', zegt de website, ,,maar wel alledaagse kwaliteit waar de bewoners en gebruikers heel tevreden mee waren.'' Hoe dat mogelijk is kunnen we sinds kort met eigen ogen zien in de wijk Segwaert in Zoetermeer. Daar is een typische jarenzeventigwoning, volledig ingericht in authentieke stijl, als `museumwoning' te bezichtigen.

Wat telkens weer opvalt als we het over de jaren zestig en zeventig hebben is hoe makkelijk je de tekens ervan herkent. Dat is merkwaardig, want er heerste op het gebied van design, architectuur, mode en kunst een enorme variatie aan stijlen. Het ging er dan ook niet om een universele stijl te creëren, zoals het modernisme had nagestreefd, maar om een mentaliteit tot uitdrukking te brengen. Die mentaliteit had, in tegenstelling tot wat Bell beweert, een veel bredere basis dan de avant-gardistische club van kunstenaars, ontwerpers en theoretici. Ze lag besloten in het tot dan toe onbekende fenomeen van de jeugdcultuur. Deze balde de vuist van de revolutie tegen de economische orde, het morele keurslijf, de onpersoonlijke, gerationaliseerde levenssfeer en het technocratische bestuur van de kapitalistische maatschappij. Ze zocht naar vormen die uitdrukking gaven aan een verlangen naar een wereld van de menselijke maat, het sociale contact, van experiment en creativiteit en vooral van de totale vrijheid. Waar kon ze voor dat utopische verlangen een originelere bondgenoot, vertolker en vormgever vinden dan in de kunst?

Een revolutionaire mentaliteit bindt de kunsten. Dat zien we als we naar de avant-garde van de jaren twintig kijken en dat merken we ook veertig jaar later weer op. In de jaren '60 bestuderen kunst, architectuur, vormgeving, mode, muziek en theater elkaar nauwlettend, grijpen naar elkaars ideeën, breiden ze uit met hun eigen specifieke inbreng en komen in het beste geval samen in een wervelend Gesamtkunstwerk. Maar de hokjesgeest van de geschiedschrijving doet die generositeit altijd weer teniet en deelt alles op in disciplines. Daardoor is het revolutionaire werk van `Superstudio', de naam waaronder zes Italiaanse architecten van 1966 tot 1978 samenwerkten, bij de architectuur ondergebracht. Het heeft de Vleeshal en het Zeeuws Museum in Middelburg er niet van weerhouden om, onder de titel Superstudio: Life without objects, hun collages, schetsen, pamfletten en films als beeldende kunst te presenteren, met alle breedte die dit begrip nu heeft.

Superstudio is een perfect voorbeeld van de tegencultuur. De groep was tégen de consumptiemaatschappij met zijn door de upperclass gedicteerde statussymbolen, tégen de cultuur die daarop de vlag plantte, tégen de architectuur die geen ander doel had dan bouwen omwille van het bouwen, tégen de stad met zijn sociale ongelijkheid en tégen de vervreemding van de mens ten opzichte van de natuur. Ze stelden er als alternatief een kritische mentaliteit tegenover waarbij, zoals ze in een van hun vele teksten schreven, ,,het ontwerpen gezien moest worden als een filosofische speculatie, een manier om kennis op te doen of een kritische levenswijze te ontwikkelen.'' Het kwam er kort gezegd op neer dat ideeën belangrijker werden geacht dan concrete projecten. Superstudio heeft dan ook niets gebouwd.

Vitaal

Dat houdt niet automatisch in dat de ideeën die de groep heeft ontwikkeld, van geen belang zijn. Het gedachtenexperiment is cruciaal voor een cultuur die vitaal wil zijn en in staat om belangrijke veranderingen in zich op te nemen. Ook als het niet direct resultaat of profijt oplevert. Moderne kunst ís experiment. Je kunt discussiëren over de kant die dit experiment opgaat en het eventueel verwerpen, maar je kunt wat het aan het licht brengt niet ontkennen. De verbeelding is onbegrensd, en als dat ons, zoals Bell zegt, tot `culturele zwervers' maakt, dan zijn wij dat misschien wel vanuit onze diepste natuur.

Voor Superstudio was dit een gegeven. Zwerven, fysiek en mentaal, stond voor de zes gelijk aan vrijheid, en al hun ontwerpen stonden in het teken daarvan. Het allereerste waarvan we bevrijd moesten worden was de last van een maatschappij die ons, in nauwe relatie met de cultuur, voorschrijft hoe wij ons moeten gedragen en wie wij moeten zijn. ,,Alle beslissingen over de kwaliteit van het leven zijn al gemaakt'', schreven ze. En vooral architectuur en design zijn daar medeplichtig aan. Beide hebben de Moderne Beweging gevolgd en een rationele, technologische maatschappij voorzien van gebouwen en voorwerpen die daarop aansluiten ,,alsof ze er organisch uit voortkomen.'' Daarmee bevestigen ze een maatschappelijke en economische orde die is voorgeschreven door de heersende klasse en die sociale ongelijkheid en gevestigde rolmodellen instandhoudt.

Wat valt daar tegen te doen? Superstudio bedacht iets wat typisch is voor de `tegenculturele' kunstenaar: een grote schoonmaak die alles uitwist. Dankzij die negatieve daad, meenden zij, kan de mens zijn leefomgeving en zichzelf weer helemaal opnieuw uitvinden. Weg dus met de gebouwen en objecten: er moet opnieuw en helemaal fris over de natuur en de stad, de mens en de samenleving worden nagedacht. Maar kun je wel op een totaal onbevangen wijze over de wereld denken? De collages en films in de Vleeshal wekken in ieder geval de indruk dat de leden van Superstudio niet helemaal vrij waren van de terug-naar-de-natuurmentaliteit van hun generatiegenoten, een hyperromantisch levensgevoel dat zich ontlaadde in de Flower-Power beweging. We zien hen, gekleed in witte pakken en broeken met wijde pijpen, in arcadische landschappen picknicken en spelen met hun dromerige vrouwen en naakte kinderen. Zelfs het zakelijke raster van dunne witte lijnen dat over het landschap of het tafereeltje ligt, past perfect bij het tijdsbeeld. Want de hippe generatie verlangde wel naar pure natuur, maar omhelsde, zoals we weten, ook hartstochtelijk de technologische maatschappij in haar uitbundigste vermomming: de popcultuur.

Maar pas op: het pop art-achtige uiterlijk van de collages van Superstudio mag ons niet misleiden. Dit is geen jubel over de consumptiemaatschappij, maar een kritisch alternatief, in de vorm van een denkmodel. Dit model staat voor een ongebonden `leven zonder objecten', waarbij het raster dient om structuur te geven. Dat heeft niets te maken met het scheppen van orde, want daar geloofden de zes revolutionairen niet in. ,,Chaos'', vonden zij, ,,is geen tijdelijke, maar een permanente werkelijkheid.'' Wat ze met behulp van dit netwerk van dunne lijnen in beeld wilden brengen, is de complexiteit van de menselijke betrekkingen. Het is het netwerk ,,van energie en informatie'' dat ons in onze eindeloze zwerftocht over de planeet met elkaar verbindt. Daarom heeft het raster de lenigheid van elastiek. Het kan uitdijen of inkrimpen, zich concentreren en uitwaaieren, zich over iets heen vlijen of zich oprichten tot een vorm. Met als bijzonderheid dat het in die veelvormigheid altijd neutraal is: op zichzelf is het niets meer dan een geometrisch patroon. En dat maakt het zo geschikt voor nog een andere, veel extremere en ambitieuzere functie: het vormgeven van een nieuwe leefomgeving. En daarmee van een nieuwe realiteit.

Vormgeven is eigenlijk te veel gezegd. Het is meer het elimineren van wat overtollig, belastend en dwingend is. In 1969 beschreef Adolfo Natalini, een van de oprichters van Superstudio, in een artikel voor Vogue hoe een huis zou moeten zijn. Nu is het een drukkend complex van ruimtes, voorwerpen, beelden en intenties waarop we onze onmogelijke zelfbeelden projecteren. Maar stel je de vrijheid voor van een ruimte waarin de voorwerpen in al hun eenvoud een keur van sprankelende gedachtes vertegenwoordigen en dragers zijn van onze persoonlijke waarheid en hoop voor een betere wereld. Wat een `huis van kalme sereniteit' zou dat zijn!

Raster

Niet alleen het huis, maar heel de wereld zou zo licht en positief moeten zijn. Hoe dat zou kunnen en wat de rol van het raster daarbij is, omschreef het collectief uitvoerig in de catalogus voor de fameuze groepstentoonstelling Italy: the New Domestic Landscape, die in 1972 in het MoMA in New York werd gehouden. Het kwam er kort gezegd op neer dat je wanneer je hun hypergevoelige netwerk over het aardoppervlak uitspreidt, ineens veel positiever en creatiever naar mensen, dingen en ruimtes kijkt. Je richt je niet meer op ongelijkheid, geweld en de druk van het verleden, maar op concentraties van energie en informatie. Die zijn sterk op plaatsen waar mensen bij elkaar zijn: in bed, op het strand of in een metropool. Daar zet je driedimensionele structuren neer die, net als monumenten, belangrijke waarden vertegenwoordigen maar op zichzelf neutraal zijn. Zo neutraal als een geometrische vorm of een spiegel. Dat betekent dus tafels en huizen als betegelde blokken, spiegelende plateaus en transparante muren. Op die manier ontstaan omgevingen als energiestromen, flexibel en licht, waar buiten overloopt in binnen en iedereen vrij kan circuleren. Een soort totaal-omgeving waar ze de naam `Het continue monument' voor bedachten.

Het zal duidelijk zijn dat de zes architecten op dat moment ver weg waren van het concrete bouwen. Architectuur in die zin was voor hen geen onderwerp meer. Dat veranderde zes jaar later, toen het collectief uiteen elkaar ging en ieder van hen met meer of minder succes zijn oude professie weer opnam, maar ten tijde van de MoMA-tentoonstelling droegen ze uitsluitend nog hun ideeën uit. Naast collages en schetsen maakten ze daarvoor ook twee films. Ze bestaan uit animaties en shots uit het dagelijks leven, duren elk rond 12 minuten en worden in de Vleeshal samen met de complete story boards vertoond.

Verwacht geen verhalende structuur van mensen die het leven als een wisselwind van energiestromen zien. Maar hoe gevarieerd de beelden van landschappen en mensen ook zijn, er is wel een verband: rondom alles straalt een idyllisch licht. We zien een eeuwig blauwe lucht, een ruige maar weldadige natuur, een modern, maar gastvrij stedelijk landschap en een kalme, serene mens. Dit is het simpele, pure leven! Het leven dat is ontdaan van alles wat de consumptiemaatschappij ons aan valse werkelijkheid heeft ingeplant. Alleen, waarom bestempelt ons verstand dit alles uiteindelijk toch als een typische jarenzeventigdroom?

,,Cultuur'', zei Natalini in 1971 tijdens een lezing in Londen waarvoor Superstudio was uitgenodigd door architectuurstudent Rem Koolhaas, ,,is een middel om de maatschappij te ontregelen. En de eerste fase is het produceren van subversieve beelden die in staat zijn om een ander scala van waarden en gedragingen naar voren te schuiven.'' Maar Superstudio is het tragische bewijs dat beelden nauwelijks nog de tijd krijgen om subversief te zijn. Dat komt door het fabuleuze vermogen van onze maatschappij om alles wat zich als opponent voordoet even vol illusies op haar tong te laten dansen. En dan in één klap weg te slikken.

Misschien moeten we de zaak wel omdraaien en de tegencultuur zien als het bindmiddel van onze samenleving: een schatkamer van waardevolle ideeën en beelden die over bestendiging van waarden en tradities gaan. Oók en vooral de traditie om de wereld telkens weer anders te denken.

Superstudio, Life without objects. Vleeshal, Markt, Middelburg, t/m 7 november. Di t/m zo, van 13.00 t/m 17.00 uur. www.nai.nl, www.vleeshal.nl

Superstudio

heeft niets gebouwd

Beelden hebben geen tijd subversief te zijn