Sleutelwoord: toezicht

Het statuut voor het Koninkrijk bestaat dit jaar vijftig jaar. Bijna dertig daarvan wordt er al gesleuteld aan nieuwe staatkundige verhoudingen voor het transatlantisch Koninkrijk. Dat is fraai getypeerd als ,,een stelsel van volstrekt ongelijke maar hoe dan ook communicerende vaten''. Het staatsrechtelijke dossier is ,,meters dik en beladen met allerlei gevoeligheden'', noteerde een staatsrechtsgeleerde.

Vandaag komt daar het eindadvies bij van de Werkgroep Bestuurlijke en Financiële Verhoudingen, die is ingesteld door minister De Graaf (Koninkrijkszaken, D66). Een nieuw rapport. Maar het is nu meer dan ooit erop of eronder. De analyse van de werkgroep, die werd voorgezeten door de Antilliaanse oud-gevolmachtigd minister Jesurun, liegt er niet om. Het Antilliaanse staatsverband heeft zijn draagvlak verloren. Er dreigt een financiële crisis. De eilandbesturen zijn onderhevig aan verloedering. Corruptieschandalen en armoede gaan hand in hand. De commissie komt met een serie praktische aanbevelingen, met als zwaartepunten de financiën en de rechtshandhaving.

Toch vormt ook nu het staatsbestel de sleutel tot de aanpak, namelijk het opgeven van de Antillen als zelfstandig onderdeel (Land) binnen het Koninkrijk. Dit werkt inderdaad niet, al was het alleen omdat er wel een Landsregering is, maar geen landelijke partijen. Het bijeenhouden van de vijf eilanden is geen optie, heeft De Graaf geconcludeerd. Hij wil althans ,,de feitelijke fragmentarisatie'' gebruiken om een duurzame structuur te maken die voor alle eilanden houdbaar is. In de voorstellen van de werkgroep betekent dit dat er naast Aruba met zijn status aparte twee eilanden (Curaçao en St. Maarten) gaan functioneren als Land. De overige drie krijgen de tien jaar geleden al bedachte status van ,,Koninkrijkseiland''.

Dit werkt echter alleen als het Koninkrijk in de woorden van de werkgroep ,,deel van de oplossing'' wordt. De Nederlandse regering heeft een dubbelrol als Rijksregering en zal zich met name op het gebied van de rechtshandhaving en het toezicht op overheidsuitgaven en bestuur sterker moeten laten gelden. Maar het Statuut gaat uit van autonome landen en staat eenzijdig ingrijpen vanuit Nederland slechts in uitzonderingsgevallen toe.

Het Koninkrijksverband moet dus op de helling, met de hele historische last die zo'n operatie meebrengt. De werkgroep wil het aantrekken van de touwtjes wat verzachten door een nieuwe Antilliaanse inbreng in Den Haag met behulp van een speciale onderraad van het Nederlandse kabinet en een parlementaire combinatie met de Tweede Kamer. Centraal staat echter toch toezicht van Nederland.

De werkgroep zoekt de doorbraak in een ,,politiek akkoord''. Een aantal details wordt met opzet nog opengelaten, want het probleem met eerdere pogingen was volgens de werkgroep dat er te veel hooi op de vork werd genomen. Het is van belang het momentum van het crisisbesef te benutten. Het zegt ook wel iets dat het advies unaniem is. Maar de duivel zit wel vaker in de details. En het beginselakkoord moet wél ondubbelzinnig worden aanvaard door alle afzonderlijke partijen overzee. Dat zou nog wel eens wat doorzettingsmacht kunnen vragen, zoals dat tegenwoordig in Den Haag heet.