Rebelse voornemens

De Nederlandse Opera brengt deze maand `Mefistofele' van Arrigo Boito, librettist van Verdi en bruggenbouwer tussen belcanto en verismo. Dirigent Carlo Rizzi: ,,`Mefistofele' bevat talrijke pareltjes, maar deze opera heeft echt een goede dirigent nodig'.''

Wie alle muziek geïnspireerd op Goethes Faust na elkaar zou beluisteren, is minstens een etmaal bezig. Berlioz, Gounod, Spohr, Schubert, Schumann, Beethoven, Wagner, Mahler, Boehmer – allemaal zetten ze een fragment, een paar scènes of zelfs het hele eerste deel van de tragedie op muziek. Maar alleen Arrigo Boito (1842-1918) waagde zich in zijn enige voltooide opera Mefistofele aan Goethes hele tragedie, eerste én tweede deel.

Bij de Nederlandse Opera opende gisteravond een nieuwe productie van Boito's Mefistofele (1868), geënsceneerd door de Britse regisseur Graham Vick. De uitvoeringsgeschiedenis van Mefistofele in Nederland is beperkt. De laatste geënsceneerde productie ging hier in 1970. ,,En terecht'', zoemde het deze weken soms in de wandelgangen van het Muziektheater. In vergelijking met Verdi's Otello en Falstaff, waarvoor diezelfde Boito de teksten leverde, is Mefistofele inderdaad een wat onevenwichtig jeugdwerk. Maar aan muzikale inventiviteit had Boito geen gebrek. Mefistofele loopt over van de opruiende koorscènes en harmonische verrassingseffecten. Van de machtswellustige duivelsaria Ecco il mondo via de hartverscheurende waanzin van Margarita (`L'altra notte') tot de wellustig samensmeltende sexten in het duet van Faust en Margarita (`Lontano, lontano').

,,Mefistofele bevat zeker talrijke pareltjes'', beaamt de Italiaanse dirigent Carlo Rizzi, specialist in het Italiaanse repertoire. ,,Maar zonder mezelf heel belangrijk te willen maken: deze opera heeft echt een goede dirigent nodig. Anders gaan alle mooie momenten ten onder. Je kunt Boito als componist vergelijken met een redenaar die fantastische ideeën heeft, maar nog niet de kunde om die goed in zijn betoog onder te brengen en zo te verkopen. Dat moet ik dus voor hem doen.''

Niet alleen voor de dirigent, ook voor een regisseur betekent Mefistofele een grote uitdaging. Daaraan is vooral de bizarre diversiteit aan locaties schuldig. Na een proloog in de Hemel maakt de oude geleerde Faust een Paaswandeling door Frankfurt (akte 1). Hij trekt zich terug in zijn studeerkamer, maakt kennis met de duivel, minnekoost na diens bemiddeling met het meisje Gretchen in een tuin (akte 2) en woont in het Harz-gebergte een heksensabbat bij. Vlak voor haar dood bezoekt Faust zijn Gretchen nog in een kerker (akte 3). In de vierde akte treffen we Faust bij de oevers van de rivier Peneios voor een liefdesduet met Helena van Troje. In de epiloog sterft hij in zijn studeerkamer en wordt in de Hemel opgenomen.

,,Is het niet gruwelijk?'' grijnst dirigent Rizzi. ,,Je kunt tegenwerpen dat die ensceneringproblemen ook gelden voor de theaterversie van Goethes Faust 1 en 2. Maar de beide tragedies duren samen soms wel twintig uur en deze opera maar tweeënhalf. Daar komt bij dat Arrigo Boito voortdurend koren van heksen, nimfen en cherubijnen opvoert. En die verheffen ook nog allemaal daadwerkelijk hun stem, zodat ze niet zomaar `weg'-geregisseerd kunnen worden.''

Gapend gat

Hoe had de Italiaanse opera er rond 1860 uitgezien als Giuseppe Verdi (1813-1901) niet had geleefd? Op de muziekkalender ontstond een gapend gat tussen het belcanto van Rossini, Bellini en Donizetti en het verismo van Puccini, Leoncavallo, Mascagni. De liefhebber van Italiaanse opera moest zich tevreden stellen met de zelden opgevoerde Il Guarany van Gomes (1868) of La Gioaconda (1875) van Ponchielli. En dan was er nog Arrigo Boito – schrijver, dichter en componist, maar vooral bekend als de librettist van Verdi's late opera's Otello en Falstaff.

Voor een componist die maar één opera voltooide, is Boito's belang opmerkelijk. Hij begon aan Mefistofele als conservatoriumstudent, en wilde dat zijn opera korte metten maakte met de formules waarop, bijvoorbeeld, de opera's van Rossini waren gebaseerd. ,,De ontwijde altaars van de Italiaanse opera zijn als de ondergezeken muren van een bordeel'', oreerde Boito – en kwetste daarmee vooral Giuseppe Verdi. Boito richtte zijn blik voorbij de Italiaanse grenzen. Hij bewonderde de grand opéra van Meyerbeer en – bovenal – de muziekdrama's van Richard Wagner.

In de praktijk leidden Boito's rebelse voornemens tot weinig rebelse noten. Ondanks een eigen `kleur' en sterke muzikale vorm, klinkt Mefistofele vaak een beetje als Verdi. ,,Boito is bij vlagen wel degelijk origineel'', nuanceert dirigent Rizzi met pretogen. ,,Maar Mefistofele is geen Le sacre du printemps. De vernieuwingsdrift die Boito als jongeman uitdroeg, is in de tweede versie van Mefistofele zwaar afgezwakt.''

,,Het leven is er tussen gekomen'', vindt ook Klaus Bertisch, dramaturg van de Nederlandse Opera. ,,Zeker later in zijn leven neemt Boito het niet meer zo nauw met de idealen uit zijn jeugd. Na zijn scherpe woorden over de toestand van de Italiaanse opera, ging hij uiteindelijk toch braaf libretti voor Verdi schrijven.''

,,Godzijdank'', reageert Rizzi. ,,Elke keer dat ik Verdi's Falstaff dirigeer, denk ik: Boito – bedankt. Het samenvloeien van zijn tekst met Verdi's muziek is werkelijk wonderbaarlijk. Maar Falstaff maakt ook pijnlijk duidelijk hoe de vork in de steel zit. Verdi heeft als componist nooit de ambitie geuit een grote vernieuwer te zijn, Boito wél. Toch is Falstaff rebels, modern en baanbrekend en Mefistofele niet. Het is een beetje zuur, maar willen en kunnen zijn niet altijd synoniem.''

Bij de première in 1868 ervoer het Milanese publiek Mefistofele wel als schokkend. ,,Het instorten van La Scala had geen grotere opwinding kunnen veroorzaken'', schreef een criticus. Publiek en recensenten verweten Boito op hoge toon `Germanismo' en beoordeelden de in deze eerste versie vijfeneenhalf uur durende opera als `te lang, te intellectualistisch en te Wagneriaans'.

,,Maar dat vond het Italiaanse premièrepubliek óók van Verdi's Aida'', nuanceert dramaturg Bertisch. ,,Terwijl wij, met onze oren nu, Mefistofele en Aida niet zozeer als Wagneriaans, maar als echt Italiaans ervaren. Het is allemaal heel tweeslachtig. Boito wilde dat in de `nieuwe Italiaanse opera' de inhoud de vorm zou bepalen. Weg met effectbejag en de coloratuuraria's! Toch klinkt Mefistofele in onze oren tamelijk behoudend; de opera bevat gewoon een paar mooie glansaria's. Maar de muziek én de ontstaansgeschiedenis van Mefistofele tonen wel aan dat de Italiaanse opera zich op een breekpunt bevond. Zonder Boito was de overgang van Rossini en Bellini naar Verdi veel groter geweest dan hij al is.''

De zaaldeuren van het Muziektheater zijn verzegeld voor buitenstaanders. Regisseur Graham Vick is er alleen nog maar op gericht alles op tijd voor de première van Mefistofele voor elkaar te krijgen, en `alles' is in dit geval veel. Het decor is te laat gereed gekomen, de techniek loopt achter op schema en is zo complex dat alle voorstellingen een half uur eerder beginnen. ,,Er is sprake van véél stress en zenuwen'', zegt de Israëlisch-Britse basbariton Gidon Saks (Mefistofele). Hij is verlaat, omdat zijn repetitie werd verlengd met een vliegles. ,,Tsja, duivels moeten vliegen'', licht hij toe. ,,Maar het was hoogst oncomfortabel. We worden opgetakeld in wrede alpinistentuigjes. Als ik een kinderwens had, is het nu te laat.'' Met zijn scherp getekende gezicht en indrukwekkende postuur is Saks voor een regisseur de gedroomde duivel. Zijn curriculum bevestigt dat. Saks zong de rol van Mefisto in de zelden uitgevoerde opera Faust van Ludwig Spohr, was Méphistophélès in de Faust van Gounod en de duivel Nick Shadow in Stravinsky's The Rake's Progress. Bij de Nederlandse Opera debuteert hij deze maand in de titelrol van Boito's Mefistofele.

Grof en sarcastisch

,,Boito's duivel is de modernste'', oordeelt Saks. ,,Ik had dat niet verwacht van een negentiende-eeuwse opera uit het katholieke Italië, maar de taal die deze duivel uitslaat is werkelijk grof, blasfemisch en sarcastisch. Fantastisch, vind ik dat. Je merkt aan het tekstboek van Mefistofele goed hoe taalgevoelig Boito was, en hoe intellectueel vooruitstrevend. In zijn teksten experimenteert hij met vorm, en speelt hij met de klank van taal. Hij kleurt de sfeer met woorden. Zijn woorden zijn vooruitstrevender dan zijn noten.''

Hoewel Boito zijn opera vernoemde naar de duivel (Mefisto) en niet naar Faust, bezit het titelpersonage weinig psychologische diepgang. ,,Deze duivel is meer een symbool dan een echt personage. Een prototype van het kwaad in de mens'', vindt Gidon Saks. ,,Boito was daardoor gefascineerd. Zijn onvoltooide tweede opera Nerone, over keizer Nero, gaat óók over de duistere krachten in de mens. Maar theatraal laat zo'n ééndimensionaal, duister type zich lastig gestalte geven. Ik had dolgraag één aria gezongen die wél iets zegt over twijfels en beweegredenen. Maar al het `gevoelswerk' is in deze opera voorbehouden aan de tenor, aan de Faust. Helaas!''

Het `gevoelswerk' is in Mefistofele van hoge kwaliteit. Een aria als Margherita's L'altra notte in fondo al mare doet verlangen naar een ander verloop van de geschiedenis. Hoe zou Boito zich hebben ontwikkeld als Mefistofele onmiddellijk een succes was geweest, en hij zich meer op het componeren en minder op het schrijven van libretti en het nareizen van zijn geliefde, actrice Eleonore Duse, had gericht?

,,Het blijft gissen'', zegt dramaturg Bertisch. ,,Maar ik ben ervan overtuigd dat het floppen van de eerste versie van Mefistofele Boito enorm onzeker maakte, waardoor hij zich nog maar moeilijk tot het componeren kon zetten.''

Voor dirigent Carlo Rizzi is de verklaring van Boito's geringe productiviteit simpel. ,,Boito was een Kunstenaar met een hoofdletter K'', legt hij met brede armgebaren uit. ,,Een ontzettende perfectionist. Frikkerig zelfs, en voor mij als dirigent soms ronduit hinderlijk.''

Uit zijn tas trekt Rizzi de partituur. Al bekortte Boito zijn opera met de helft, het boek is nog steeds meer dan vuistdik. En stoffig, met zachte, vergeelde bladzijden en muziekdruk uit de tijd dat nog de moeite werd gedaan notenschrift en tekst op een menselijk handschrift te laten lijken. ,,De uitgave zegt alles over de frequentie waarmee Mefistofele wordt opgevoerd'', lacht Rizzi. ,,Het grappige is dat oudere operaliefhebbers deze opera vaak nog wel kennen. Voor de oorlog werd hij meermalen gespeeld, en in de jaren vijftig en zestig ook nog wel. Maar tegenwoordig is het toch een beetje een curiositeit geworden. En dat begrijp ik ook wel.

,,Aha, dit bedoel ik nou.'' In de partituur wijst Rizzi een regellange, geschreven aanwijzing aan. ,,Een schoolmeester was het, die Boito! Hier draagt hij de `maestro', mij dus, op om écht goed op te letten dat deze en die noot verhoogd zijn met een kruis. Wat een onzin. Daar heb je toch notenschrift voor geleerd? Wat denkt hij, dat ik blind ben? En hier ook: op dit moment moet de maestro een `tik' telegrafisch doorseinen naar een orkestje in de verte. En hier weer een tik om aan te geven dat dat fragment voorbij is. Dat soort aanwijzingen is toch doodvermoeiend? Wij zijn professionals, wij weten heus hoe timing werkt. Maar Boito staarde zich vermoedelijk blind op elke pagina, en zorgde ervoor elke denkbare fout te ondervangen met zijn geschreven instructies.''

,,Boito's muziek is ook echt lastig om te zingen'', vindt Gidon Saks (Mefistofele). ,,Verdi begreep dat een stem gedurende de avond steeds soepeler wordt, en dus hoger kan. Hij hield daar rekening mee. Boito doet dat niet. Hij eist van mij, als Mefistofele, een voortdurend schakelen tussen bariton en basso profundo. Godlof hebben we Rizzi als dirigent. Hij houdt rekening met die moeilijkheden, en zingt alles woordelijk mee. Rizzi houdt echt van stemmen. Zo logisch als dat zou moeten zijn voor een operadirigent, zo zeldzaam is het in de praktijk. Maar begrijp me goed: ik zing deze rol met plezier. Hoe ernstig en allesomvattend de Faust-thematiek ook is, Boito behandelt het gegeven steeds met de nodige humor.''

De Nederlandse opera met Mefistofele van A. Boito door het Radio Symfonie Orkest o.l.v. Carlo Rizzi. Regie: Graham Vick. Voorstellingen op 6, 9, 11, 14, 17 (matinee), 20, 23, 26 en 29/10. Gewijzigde aanvangstijd: 19.30 uur. Res.: (020) 6255455. Er zijn nog enkele kaarten beschikbaar. Inl. www.dno.nl

`Een schoolmeester was het, die Arrigo Boito'

`Boito's woorden zijn vooruitstrevender dan zijn noten'