Rammstein

Het Dresdner Kamerkoor, het Kinderkoor Canzonetta, het Duits Filmorkest Babelsberg en het Köpenicker Zupforchester kwamen te pas aan de nieuwe cd van Rammstein. En het resultaat imponeert, want het is tenslotte een mooi vervolg op de schockeer-strategie waarmee deze zes mannen uit het vroegere Oost-Berlijn beroemd zijn geworden.

Het ontgaat de goede verstaander niet dat de groep voortborduurt op het erfgoed van het Sloveense Laibach, en dat er verder niet zo gek veel nieuws te berde wordt gebracht. Maar wat klinkt het majestueus, magistraal en overweldigend. Koren, orkesten en baggervet klinkende gitaren vechten om zo snel en welluidend mogelijk de speakers uit te knallen, terwijl de brulzang van Till Lindeman lager klinkt dan ooit. Aan het eind van de plaat lijkt de groep zelfs gevoeliger materiaal op te zoeken, al bereikt men nergens het melodische raffinement van Sonne, de topper van de vorige cd Mutter.

Ach, het is een en al goud en glitter aan de oppervlakte. Dat daaronder weinig substantie schuilt zal de liefhebber van de betere kitsch absoluut niet deren.

Rammstein: Reise, Reise (Universal)