Nieuw: de koudvuureconomie

Het was te voorzien, maar toch: Nederland maakt nu mee hoe lastig het kan zijn als klein land in een monetaire unie. Het rentebeleid van de Europese Centrale Bank wordt noodzakelijkerwijs geënt op de grote landen. Duitsland neemt grofweg een derde van het economische gewicht van de muntunie voor zijn rekening, en Frankrijk en Italië ieder een vijfde. Nederland is slechts goed voor een twintigste deel, en dus kan er weinig worden gedaan aan de specifieke behoeften van ons land.

Zijn die er dan, die specifieke behoeften? Even terug in de tijd. In het jaar 2000 liep de Nederlandse economie nogal uit de hand. Er was een periode van hoge groei geweest, en de oververhitting werd aangewakkerd door de belastingherziening, die nog eens 5 miljard op het vuur gooide. De inflatie liep op tot rond de 5 procent. Waarom was de rente dan niet al eerder fors verhoogd om de zaak af te remmen? Omdat de inflatie in het eurogebied helemaal niet zo hoog was, met een procent of 2,5. De Europese Centrale Bank voerde de rente wel op, maar lang niet genoeg voor Nederlandse maatstaven. Zo kon het gebeuren dat ons land in 2001 grotendeels te maken had met een negatieve reële rente: de inflatie was hoger dan de rente. Dat is een beleid dat normaal wordt gevoerd voor een economie die diep in de problemen zit.

Aha, maar dat is dan nu, na een periode van langdurige economische malaise, toch juist goed? Inderdaad. Renteverlagingen door de ECB hebben er inmiddels voor gezorgd dat het eurogebied als geheel een negatieve reële rente heeft: de inflatie is opgekropen tot boven de 2 procent, en de ECB-rente is inmiddels gezakt tot 2 procent.

Maar Nederland blijft uit de pas lopen. De inflatie is hier in een adembenemend tempo gedaald, tot de 1 procent die het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren becijferde voor de maand september. De reële rente in Nederland is dus, als een van de weinige eurolanden, positief. Terwijl we juist nu gebaat zouden zijn bij een negatieve reële rente.

Ziehier het lot van de kleine eurodeelnemer. Als we oververhit zijn, zorgt het gemeenschappelijke rentebeleid er voor dat we aanbranden. En als we vervolgens afkoelen, zorgt Frankfurt er voor dat we bijna bevriezen. Er wordt wel beweerd dat het begrotingsbeleid van het kabinet procyclisch is, en de (nu negatieve) conjunctuur extra versterkt. Maar dat geldt ook voor het monetaire beleid.

Niets aan te doen: de euro is er, en er is geen weg terug. Maar het vergroot wel de kans dat de uitslagen van de conjunctuur, zowel naar beneden als naar boven, groter worden én blijven dan we gewend waren.