Kadare

Als aanvulling op het artikel over Ismail Kadare door Karel Berkhout (Cultureel Supplement, 1 oktober) is het wellicht juist voor ons Nederlanders interessant om het boek `Het donkere jaar' te lezen, vertaald door Roel Schuyt en in ons land uitgegeven door Van Gennep in 2002. Ik ontdekte en kocht het vorig jaar in Tirana! Kadare schetst in dat boek op huiveringwekkende wijze de complete chaos en anarchie in Albanië, die ontstond na het uitroepen van de onafhankelijkheid op 28 november 1912.

De grote mogendheden van die tijd grepen in, uit angst dat er een derde Balkanoorlog zou ontstaan. Men vroeg het neutrale Nederland – zonder belangen in de regio en met ervaring op het gebied van islamitische guerilla – om een Albanese gendarmerie op te richten, zodat het land zich zou kunnen verdedigen tegen de aan- en invallende buurlanden.

Zo vertrok de `Mission Hollandaise en Albanie' 1913-1914 met generaal-majoor Willem de Veer en luitenant-kolonel Lodewijk Thomson en 15 andere Nederlandse officieren naar een onherbergzaam en hevig verdeeld land, dat 500 jaar Ottomaanse overheersing achter de rug had. Vermoedelijk i.v.m. de neutraliteitspolitiek van Nederland gingen de Nederlandse militairen over in Albanese krijgsdienst. Deze eerste Nederlandse vredesmissie avant la lettre had als taak `peacekeeping and enforcing' zou je kunnen stellen.

Albanie, met een bevolking bestaande uit 70% moslims, 20% orthodox-christelijken en 10% rooms-katholieken, kreeg van buitenaf een nieuwe vorst van protestante huize toegewezen, nl. prins Wilhelm von Wied, achterneef van koningin Wilhelmina.

Door onderlinge twisten tussen o.a. warlords en stamoudsten, door het gebrek aan discipline van de nieuwe Albanese recruten, door afspraken op het gebied van het opschorten van de bloedwraak i.v.m. de komst van de nieuwe m'brett (afgeleid van het woord imperator), zodat de bergstammen volgens de geldende bessa niet op de islamitische opstandelingen konden schieten en niet te vergeten door de halfslachtige houding van de Internationale Controle Commissie, lukte het de Nederlanders niet om deze vredesmissie tot een goed einde te brengen.

Tijdens het beleg van de hoofdstad Durazzo sneuvelde op 15 juni 1914 Overste L.W.J.K.Thomson (1869-1914), tegen die tijd bevelhebber van de Albanese krijgsmacht en minister van Oorlog in Albanië. Twee weken later, op 28 juni klonk het schot van Sarajevo, eind juli vertrokken de Nederlandse officieren terug naar het vaderland en vervolgens brak de eerste Wereldoorlog uit.

Na WO1 werden er monumenten voor Thomson opgericht in Den Haag (`Wie degelijk legerhervormer wil zijn, moet beseffen dat Leger en Volk elkander hebben te naderen') en in Groningen (`Hulde aan de Held van Durazzo') en in Durazzo (`Kolonel L.W.J.K.Thomson en onze andere helden die hebben laten vloeien hun bloed voor de onafhankelijkheid van Albanie. De stad Durazzo heeft dit monument opgericht als herinnering van lof. Durazzo 28-11-1923'). Dit monument werd in de jaren zestig van de vorige eeuw door dictator Enver Hoxa vernietigd.

Door de hernieuwde belangstelling voor deze episode werd Thomson in 2000 tot ereburger van de stad Durres verklaard en op verzoek van de Albanese Vrienden van Thomson werd in 2003 een bronzen replica van het Groninger borstbeeld van Thomson naar Albanië gebracht door de Nederlandse stichting Thomson Foundation. Enkele weken eerder op 28 maart vond in Groningen een feestelijke herplaatsing van het Thomsonborstbeeld plaats.

Voortvloeiend uit deze activiteiten kreeg Thomson postuum in Groningen de medaille van de Gouden Adelaar van de republiek Albanië toegekend. Dit eremetaal is de hoogste onderscheiding aan een persoon die zich buitengewoon verdienstelijk heeft gemaakt voor de Republiek Albanië en werd verleend door de verre opvolger van M'brett Wilhelm von Wied, nl. Alfred Moisiu, president van de republiek Albanie. `...als erkenning voor zijn (=Thomsons) inspanningen als militair en diplomaat voor het leger en de Albanese staat, waarbij hij zijn leven gaf in de strijd voor de onafhankelijkheid van Albanië tegen de anarchistische rebellen in 1914.'

Vervolgens werd in mei 2003 door het Albanese Parlement – op voorstel van de Albanese minister van Defensie en de president van de republiek Albanië – besloten dat de nieuwe Militaire Academie voor onder-officieren (met een samenwerkingsband met de KMS te Weert) in het vervolg de `Lodewijk W.J.K.Thomson Academie' zou heten. Immers Thomson werd nu herontdekt als grondlegger van de Albanese strijdkrachten.

Al meer dan een eeuw geleden stelde Thomson: `Niet wie zich mokkend afkeert, doch wie mannelijk en broederlijk zijn grieven uit, heeft kans op een verbetering. Zoekt gene splitsing, slechts in eenheid is kracht.' Een citaat waar we het de volgende 100 jaar ook mee kunnen doen!

P.S. Dankzij de onlangs overleden verzamelaar Boudewijn Büch verscheen in 1991 de derde druk van `Zes maanden in Albanie' geschreven in 1917 door J.Fabius, een der officieren van deze vredesmissie naar Albanië 1913-1914. Dit boek is nu anno 2004 in het Albanees vertaald.