Indonesisch hardhout vogelvrij

Mooie woorden kunnen bedreigde houtsoorten niet effectief beschermen. Want tweederde van Indonesië's houtkap is illegaal. En als er wat wordt geconfisqueerd, dan niet in Indonesië maar in bestemmingslanden.

,,Pohon ramin, boomsoort – levert timmerhout'', zegt het Groot Woordenboek der Indonesische taal. De kwaliteiten van raminhout zijn bekend en worden steeds hoger gewaardeerd. Makelaars in Jakarta prijzen onroerend goed aan met teksten als ,,de kozijnen zijn van ramin''. Het hout is hard, duurzaam en fraai en heel geschikt voor deuren, raamkozijnen, meubels en biljartkeus. De uitvoer overtreft allang de toch al forse binnenlandse afname. Raminbomen worden dan ook schaars. De Indonesische overheid vaardigde in 2001 een handelsverbod uit. Dat hielp niet, want het illegaal gekapte en ruw gezaagde hout gaat met scheepsladingen tegelijk de zeegrenzen over.

Er zijn wel dertig raminsoorten. Het geslacht waartoe ze behoren, heet in botanisch Latijn Gonystylus. Ramin gedijt op veenbodems in tropisch moerasbos. De bomen met de rossige schors groeien van Fiji en de Solomon Eilanden (Melanesië) tot de westelijke Nicobaren, maar vooral in Zuidoost-Azië. Op Borneo – deels Indonesië, deels Maleisië – komen liefst 27 soorten voor en op het Indonesische eiland Sumatra zeven. De meest gevraagde en zwaarst uitgebate soort is Gonystylus bancanus en die groeit vooral op Borneo en Sumatra.

Indonesië en Maleisië zijn de grootste leveranciers. Beide landen hebben de Conventie op de internationale handel in bedreigde soorten (CITES) ondertekend. Ramin hoort daar intussen bij. In de jaren zeventig beliep de jaarlijkse kap 1,5 miljoen kubieke meter; in 2000 produceerde Maleisië nog maar 137.512 en Indonesië 131.307 kubieke meter. De belangrijkste afnemers van ruw gezaagd raminhout zijn China, Hongkong, Duitsland, Italië, Japan, Singapore en Taiwan. Dé klanten van raminprodukten zijn lidstaten van de Europese Unie. Lijsten en deuren gaan vooral naar Italië.

Gezien de schaarste van ramin in kapconcessies, drongen houtdieven in de jaren negentig door in beschermd natuurbos. Volgens de Wereldbank is tweederde van de Indonesische houtkap illegaal. Drie jaar geleden verbood Jakarta de handel in raminproducten zonder eco-keurmerk. Dat certificaat garandeert dat het hout afkomstig is uit concessies die zich houden aan regels voor duurzaam beheer. De enige concessiehouder die daaraan voldoet, opereert in de Sumatraanse provincie Riau. In 2001 plaatste Indonesië ramin in Bijlage III van CITES, een lijst met soorten waarvoor een lokaal handelsverbod geldt.

We zijn drie jaar verder en de sluikhandel in ramin neemt grote vormen aan. Partijen ongecertificeerd raminhout uit Indonesië zijn in beslag genomen in de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië, Singapore, Hongkong en Italië. Een enkele keer slaat ook de Indonesische politie toe, maar die beslagleggingen staan niet in verhouding tot de volumes die ongehinderd de zee opgaan.

Het handelsverbod van 2001 leidde tot massaontslagen bij de houtindustrie van Midden- en Zuid-Kalimantan (Indonesisch Borneo), maar verhinderde niet de smokkel in boomstammen en ruw gezaagd hout. Sinds het verbod is de prijs flink gestegen. Vorig jaar deed een kuub ongezaagde ramin 250.000 roepia (25 euro). Nu wordt voor raminhout in het bos, voordat het de rivier bereikt, al het dubbele betaald. Gezaagde ramin brengt in Palangkaraya, de hoofdstad van Midden-Kalimantan, 3,5 miljoen roepia (350 euro) per kuub op en op Java liefst 6 miljoen roepia (600 euro).

De diensten Bosbouw van Midden-Kalimantan en Noord-Sumatra schrijven de sluikhandel op conto van een tekort aan `bospolitie', ambtenaren met opsporingsbevoegdheid. Opsporing is inderdaad niet eenvoudig. Kalimantan heeft nauwelijks wegen, maar des temeer rivieren en daarlangs wordt het hout afgevoerd. Toch lijdt het toezicht niet alleen onder logistieke problemen en personeelsschaarste. De enkele partij gesmokkelde ramin die wordt onderschept voordat hij de zee opgaat, blijkt voorzien van vervalste documenten, ondertekend door ambtenaren van Bosbouw. Menige onderbetaalde staatsdienaar bezwijkt voor een aandeel in de winsten van de houtsmokkelaars.

Een groot deel van de illegale ramin uit Indonesië gaat naar Maleisië, dat geen handelsverbod kent. Dit leidde begin dit jaar tot een fel partijtje zwartepieten tussen bewindslieden uit beide landen. Maleisië verweet Indonesië dat het tekortschiet in wetshandhaving. Jakarta wierp de regering in Kuala Lumpur voor de voeten dat het de doorvoerhandel van illegaal gekapte en uit Indonesië gesmokkelde ramin oogluikend toelaat. Beide verwijten snijden hout. Hoewel het gekapte areaal in Maleisië stabiel blijft, is de Maleisische raminexport in drie jaar met sprongen gestegen. De dieven in Kalimantan hebben vaste afnemers in Serawak, Maleisisch Borneo.

Ramin staat hoog op de agenda op de huidige CITES-conferentie in Bangkok. Indonesië heeft voorgesteld om ramin en raminproducten te verhuizen van Bijlage III – soorten waarvoor een lokaal handelsverbod geldt – naar Bijlage II. Dat betekent internationale regulering van de handel, die alle CITES-ondertekenaars bindt. Dan is het eco-keurmerk overal vereist. Dit voorstel, dat de sluiproute Maleisië moet afsnijden voor smokkelwaar, heeft de steun van het Wereld Natuurfonds (WNF).