Het leven is een B-boek

`Wat Dan Brown kan, kan ik ook.' In hoeveel schrijvershuizen moet die uitroep het afgelopen jaar hebben weerklonken? Sinds The Da Vinci Code in maart 2003 verscheen, om zich vervolgens tientallen weken in evenzovele landen aan de top van de bestsellerslijsten te posteren, is de reli-thriller een internationaal fenomeen. Umberto Eco mag dan met De slinger van Foucault (1988) de weg hebben geëffend voor spannende romans over complottheorieën en religieus sektarisme, Dan Brown bewijst dat je er ook nog eens ongeëvenaard commercieel succes mee kunt behalen. `Everyone loves a conspiracy' zeggen zijn personages geheel terecht.

Stefan Hertmans (Gent, 1951) was ongetwijfeld al aan zijn nieuwe roman begonnen toen The Da Vinci Code uitkwam; en het is de vraag of de docent kunstfilosofie Dan Browns vergelijkbare boek Het Bernini mysterie (Angels and Demons, 2001) heeft gelezen. Dat neemt niet weg dat Harder dan sneeuw inhoudelijk erg aan Browns romans doet denken. Het boek draait om een redacteur op een Brusselse uitgeverij die van de ene dag op de andere verzeild raakt in een wereldomspannend complot, dat is opgezet door de nazaten van de Khazaren, een Kaukasisch volk dat zich aan het eind van het eerste millennium tot het joodse geloof bekeerde. `In mijn leven gebeurt nooit iets,' zegt John De Vuyst aan het begin van zijn in de ikvorm vertelde verhaal. Hij heeft dan al geheimzinnige brieven in een vreemd schrift gehad (`een soort combinatie van cyrillisch en Arabisch'); hij heeft – niet geheel toevallig, lijkt het – via krant en internet kennis gemaakt met de Khazaarse geschiedenis; en hij is op de televisie getuige geweest van een dubbelaanslag (op het Parijse Institut du monde Arabe en op de Sint-Pieter in Rome) die gepleegd schijnt te zijn door Kaukasische terroristen. Het is voor De Vuyst slechts het begin van een keten van ontvoeringen en achtervolgingen in zijn directe omgeving.

`De mondiale samenzwering was kleurrijker, paradoxaler en toegankelijker dan ik had gedacht', constateert De Vuyst wanneer hij via de computer stuit op de dwarsverbanden tussen de Khazaren, het internationale terrorisme en de Israëlische plannen voor een `etnische bom' (die op basis van DNA-structuur Arabieren doodt en joden in leven laat). En dan te bedenken dat hij al heel wat van de Khazaren afwist. Niet alleen dankzij het in 1976 verschenen boek The Thirteenth Tribe, waarin Arthur Koestler stelde dat de Khazaren de (niet-semitische!) voorvaders van de Oost-Europese joden waren; of dankzij de twintig jaar jongere lexiconroman van Milorad Pavic (in het Nederlands vertaald als Het Chazaars woordenboek). Maar ook dankzij een manuscript over de Khazaarse wortels van de alchemist Faust (Duits voor `vuist') dat op zijn bureau belandt. Harder dan sneeuw is dus niet alleen een reli-thriller, maar ook een bibliothriller.

Een misdaadroman is een opmerkelijke career move voor de dichter-schrijver-essayist Stefan Hertmans, die zich in zijn vroege proza liet beïnvloeden door experimentele auteurs als Rilke, Borges en Cortázar. Het is waar dat Hertmans' boeken in de jaren negentig minder hermetisch zijn geworden: Naar Merelbeke was een variatie op het genre van de roman over een jeugd op het Vlaamse platteland, en Steden was een bundel reisverhalen die voor verschillende prijzen werd genomineerd. Maar een thriller is weer een stap verder – al heeft Hertmans de afgelopen jaren vaak gezegd dat hij gefascineerd is door de verbanden tussen het kwaad en de fantasie. Zijn voorlaatste roman-in-verhalen Als op de eerste dag was volgens hemzelf een onderzoek naar de werking van geweld en naar de rol van de verbeelding en de herinnering.

Geweld is alomtegenwoordig in Harder dan sneeuw. Net als in Als op de eerste dag schrikt Hertmans niet terug voor een bloederige moord hier en een marteling daar. Ook de andere standaardingrediënten van de moderne thriller zijn in Hertmans' roman te vinden. De hoofdpersoon krijgt te maken met dubbelgangers en intimidatie; hij gedraagt zich als een macho en heeft eendimensionale seks met bijna iedere vrouw die hem voor de voeten loopt; en hij spreekt in de hardgekookte taal (passages in telegramstijl, zinnen zonder onderwerp) die we kennen uit de romans van Hammett en Chandler. `Ik leef godverdomme inderdaad in een B-film' zegt De Vuyst, die zijn naam ook al niet mee heeft.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Harder dan sneeuw leest als een B-boek, en niet alleen door de vreemde perspectiefwisselingen (van de ikfiguur naar twee van de bijfiguren) en de krakkemikkige dialoogtaal van het type `Ga je Sherlock Holmes spelen, mijn gekneusde straatmus?' De Vuyst is een karikaturaal personage – in meer dan één opzicht een `vormeloze veertiger' – en de rampen die hem overkomen, zijn wel erg onwaarschijnlijk. Voeg daarbij dat Hertmans er niet in slaagt om werkelijke spanning op te bouwen, en je kunt onmogelijk volhouden dat Harder dan sneeuw een literaire thriller is die kan tippen aan Peter Høegs Smilla's gevoel voor sneeuw, waaraan hij in titel en sfeer doet denken.

Maar laten we niet overhaast oordelen. Misschien was het Hertmans er helemaal niet om te doen om een consistente thriller te schrijven. Per slot van rekening was ook zijn autobiografische ontwikkelingsroman Naar Merelbeke bedoeld als een parodie op het genre. Er zijn in Harder dan sneeuw genoeg aanwijzingen die suggereren dat de schrijver een postmodern spel met de misdaadroman speelt. Zo kritiseert De Vuyst tegen het einde van het boek een prozadebutant die `probeert iets te doen met oude mythes en stoere verhalen door elkaar' en die `de dingen niet voldoende op één lijn [krijgt] om het geloofwaardig te maken'. Veelzeggender zijn de vele verwijzingen naar het in elkaar overlopen van fictie en werkelijkheid in de roman. Zowel de hoofdpersoon als zijn (ex-)vrouw heeft last van nachtmerries, die op onverwachte momenten de voortgang van het verhaal verstoren – als om de lezer wakker te schudden. `Ik moet dit alles hebben gedroomd' zegt De Vuyst ten minste één keer; en je kunt je afvragen of de extreme scènes die hij beschrijft zich ook werkelijk voltrekken.

Harder dan sneeuw, we moeten het niet uitsluiten, zou wel eens een pastiche kunnen zijn. Dat maakt het niet automatisch tot een beter boek. Juist in het geval van een pastiche verwacht je dat de schrijver een perfecte vormbeheersing etaleert, en die is in Harder dan sneeuw ver te zoeken. De erudiete theorieën over de laatsten der Khazaren zijn fascinerend genoeg, en de gruwelscènes zijn inderdaad nogal... gruwelijk. Maar als de personages je niet het verhaal in trekken, als de dialogen je herhaaldelijk ergeren, en als de spanning gaandeweg afneemt, verlies je als lezer je geduld. Everyone loves a conspiracy; maar wie houdt er van een halfgeslaagde pastiche?

Stefan Hertmans: Harder dan sneeuw. Meulenhoff, 282 blz. 17,50