Geslagen met asbak, spijt van aangifte

In Amsterdam is de aanpak van huiselijk geweld dit jaar prioriteit van politie en justitie. Een dag in de rechtbank. ,,Ze hebben relatietherapie nodig. Geen rechter.''

Een man die zijn vrouw slaat, heeft geen relatieprobleem. Het is ook geen privé-probleem, dat hij samen met zijn vrouw moet oplossen. `Huiselijk geweld', of in dit geval `partner-relatiegeweld' is een delict, een veiligheidsprobleem dat `de maatschappij' moet oplossen, schreef het kabinet vorig jaar in de nota Privé geweld – Publieke zaak. Vorig jaar hielden alle politiekorpsen een dag lang bij hoeveel meldingen van huiselijk geweld er binnenkwamen. De schatting is dat er per jaar zo'n 900.000 privé-incidenten zijn, en dat maar 12 procent daarvan bij de politie terecht komt.

En dus heeft elke politieregio sinds kort een `aandachtsfunctionaris' huiselijk geweld. In de Amsterdamse driehoek (burgemeester, politie en justitie) is huiselijk geweld dit jaar prioriteit geworden. Vorig jaar was de prioriteit nog straatroof, het jaar daarvoor belediging van politiefunctionarissen. En dan is het net als wanneer je een nieuwe auto hebt gekocht. Als je erop gaat letten, heeft íedereen zo'n auto. Elke week staan er nu op de rechtbankrol wel een paar zaken huiselijk geweld. Dat er méér zaken zijn is zeker, zegt een woordvoerder van het openbaar ministerie, maar hoeveel meer weet hij niet. Hij weet ook niet of het vooral allochtonen zijn die terecht staan, zoals Tweede-Kamerlid Hirsi Ali (VVD) denkt. De koran zou moslims volgens haar nog net niet aanmoedigen hun vrouw te slaan, maar het wordt in elk geval niet veroordeeld.

Op een willekeurige dag, afgelopen dinsdag, staan er drie zaken huiselijk geweld gepland op de Amsterdamse rechtbank. Toeval of niet, de verdachten zijn een Marokkaan, een Nederlander en een Turk. En alledrie hebben ze hun vrouw, het slachtoffer, bij zich. Danny B. (33) uit Zaandijk zit uiterlijk onaangedaan te wachten voor de rechtszaal. Hij heeft zijn vriendin `meermalen in het gezicht geslagen waardoor zij met haar achterhoofd tegen een muur viel', staat in de dagvaarding. Zijn vriendin zit naast hem en is op van de zenuwen. Ze heeft gloeiende spijt dat ze ooit aangifte heeft gedaan. Dat van dat slaan is wel wáár, alleen zij heeft hém ook geslagen. Hoe gaat dat, je drinkt samen wat, je drinkt te veel, je krijgt woorden en dan loopt het uit de hand. Zij belde de politie. Hij werd meegenomen en zat drie dagen in de cel. Daar had ze niet op gerekend. Hij wel. ,,Ze zijn nogal gebeten op huisgeweld.'' Zij zegt: ,,De politie zat me te pushen om aangifte tegen hem te doen.''

Later probeerde ze de aangifte in te trekken. ,,Maar dat doen we niet meer'', zegt de woordvoerder van het OM. Normaal kan een aangifte altijd worden ingetrokken en dan wordt er niet vervolgd. ,,Er zit een hoop angst bij die vrouwen, en dan zeggen ze snel dat het allemaal wel meevalt en en dan willen ze het terugdraaien. Dat is typerend voor dit soort geweld.'' Ook al wil de vrouw het niet, het OM zet de zaak ,,ambtshalve'' toch door.

Danny B. raakte, doordat hij vastzat, zijn baan kwijt. Hij zat ook nog in een proeftijd, voor winkeldiefstal. Zijn vriendin is nu meegekomen als getuige. Van haar hangt het af hoeveel straf hij krijgt. Wat houterig aait ze hem over zijn hoofd. ,,Het gaat nu best goed tussen ons. Het is een goeie jongen.''

Aan de overkant, voor de andere rechtszaal wachten twee stellen. De Turkse Semmy S. (39) plukt aan de kleren van zijn vrouw, opgestoken krullen, rode lippenstift. Ze praten, ze lachen.

De Marokkaanse Mohammed M. (50) wisselt af en toe een blik van verstandhouding met de zijne, lange jurk, hoofddoek. Mohammed moet als eerste de rechtszaal in. Daar wachten drie vrouwen op hem: de politierechter, de officier van justitie en de griffier. Zijn vrouw mag achter een glazen scherm op de publieke tribune zitten. Hij zou zijn echtgenote vorig jaar met een asbak in haar gezicht hebben geslagen. De bovenbuurvrouw heeft de politie gebeld. Hij werd meegenomen en moest een nacht op het politiebureau blijven. Hij heeft niet geslagen, zegt Mohammed tegen rechter W. van den Berg. Ruzie was er wel. ,,Mijn vrouw schreeuwt heel hard, weet je wel. Alsof ik haar vermoord.''

Uit het medisch dossier blijkt dat de vrouw wel wat verwondingen had opgelopen. Een bult op haar hoofd, een blauwe plek op haar been, wat bloed in haar mondhoek. Toen de reclassering een paar maanden na het incident zijn vrouw belde, wilde ze haar aangifte ook intrekken. ,,We zijn inmiddels getrouwd.'' zegt Mohammed. ,,Wanneer?'' ,,Al sla je me dood.'' Mohammed is vriendelijk, beleefd, lijkt geen woesteling. Dat lijkt de officier van justitie ook te vinden. Ze stelt een straf voor die hij niet hoeft te voelen, maar wel een waarschuwing is. Want, zegt de officier, als u thuis geweld gebruikt, moet u eigenlijk de gevangenis is. En: we moeten vrouwen beschermen. Zeker die uit uw cultuur. Ze zijn minder vrij.'' Ze vraagt een maand voorwaardelijke gevangenisstraf, de rechter legt dat ook op. Mohammed kan met die straf leven, zegt hij. Een ding wil hij nog zeggen. ,,U denkt dat onze vrouwen in een hoek zitten. Van mij mag ze een biertje drinken, een sigaretje nemen. Ze hoeft niet thuis te blijven, zo ben ik niet. Ze is niet onderdrukt. Echt niet.''

Het geval van de Turkse Semmy S. ligt wat anders. Hij sloeg zijn vrouw toen hij in een psychose aan het raken was. Het was de eerste keer in dertien jaar dat het gebeurde. Hij is daarna opgenomen en slikt nu medicijnen. Zijn vrouw wordt opgeroepen als getuige en zij bevestigt zijn verhaal. Zij zegt: ,,Anders zou ik toch niet meer bij hem zijn. We leven in een vrij land.'' Semmy S. wordt wel schuldig bevonden, maar krijgt geen straf.

Waarom is de vrouw van Mohammed niet opgeroepen als getuige? Dat was een twijfelgeval, zegt rechter Van den Berg na afloop. ,,Ze kan hier moeilijk gaan zitten beweren dat hij het wel heeft gedaan. Want ze moet met hem naar huis.'' We kunnen het, zegt de officier van justitie, niet laten escaleren.

Intussen is ook de zaak tegen Danny B. afgelopen. Hij krijgt de zwaarste straf van allemaal: 58 uur werkstraf. Volgens zijn advocaat Marius Hupkes valt dat, gezien zijn strafblad, nog mee. Hupkes vraagt zich af of het strafrecht wel de manier is om huiselijk geweld aan te pakken. ,,De beslissing om te vervolgen wordt snel genomen. `Hij slaat haar', is voldoende om een zaak te beginnen. De officier van justitie moet simplificeren. Maar hij weet niet dat de man misschien eerder door háár broers in elkaar is geslagen.'' Hij heeft, als advocaat, vaak wél het overzicht.

,,En vrouwen zijn zelden alleen slachtoffer.'' Hupkes ziet dat sommige vrouwen calculeren. ,,Ze weten dat justitie vrouwvriendelijk is.'' Soms ziet hij een vrouw die haar verblijfsvergunning ontleent aan het verblijfsrecht van haar man, eerst in een zaak om huiselijk geweld. Haar man wordt veroordeeld, zij krijgt dan de kinderen toegewezen. En op grond daarvan krijgt ze een verblijfsvergunning.

Maar ook als het om `gewoon' relatiegeweld gaat, heeft het dan zin dat de rechter zich ermee bemoeit, vraagt Hupkes zich af. ,,In driekwart van de gevallen is de relatie over na zo'n vechtpartij. Een kwart valt elkaar huilend in de armen. Die kiezen voor een heftige relatie. Die hebben relatietherapie nodig, geen rechter.''