Frankrijk boos over aantijgingen

De Franse regering heeft met afkeuring gereageerd op het rapport van de Iraq Survey Group waarin de namen van Franse bedrijven en personen worden genoemd die zich zouden hebben laten omkopen door het Iraakse bewind van Saddam Hussein.

De namen van onder andere Charles Pasqua, senator en oud-minister van Binnenlandse Zaken, maar ook de Russische ultra-nationalist Vladimir Zjirinovski, de voormalige VN-chef van het oil-for-food programma Benon Sevan en de Indonesische president Megawati Soekarnoputri komen voor op een lijst van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA, die samen met het ISG-rapport werd vrijgegeven. Volgens het rapport, dat woensdag werd gepresenteerd door de Amerikaanse wapeninspecteur Charles Duelfer, hebben de genoemde personen olievouchers aangenomen in ruil voor [diplomatieke] diensten aan Irak.

De informatie zou met name zijn gebaseerd op geheime lijsten in handen van de CIA afkomstig van de voormalige Iraakse vice-president en het voormalige minister van Olie. De namen van Amerikaanse en Britse bedrijven en personen, ongeacht hun schuld, werden van de lijst geschrapt, naar verluidt op grond van Amerikaanse privacy-wetten.

De Franse regering reageerde gisteren meteen op die omstreden passage in het rapport. Zo riep het ministerie van Buitenlandse Zaken op tot ,,voorzichtigheid''. ,,Het is van belang heel precies na te gaan of deze informatie klopt, in zoverre dat, naar we hebben begrepen, deze beschuldigingen [...] niet zijn voorgelegd aan de betrokkenen noch aan de autoriteiten van de betrokken landen.'' Het Elysée, het paleis van president Chirac die op reis is in Azië, heeft geen commentaar willen geven.

Van de genoemde Fransen werd Charles Pasqua al eerder in verband gebracht met frauduleuze contacten met het Saddam-regime. Hij ontkende toen al in alle toonaarden. Volgens het rapport zou hij vouchers ter waarde van elf miljoen vaten olie hebben ontvangen. Gisteren ontkende Pasqua opnieuw met de toevoeging dat het ,,beter'' zou zijn naar degenen te kijken die Saddam ,,altijd tot steun zijn geweest en die hem regelmatig bezocht hebben, wat ik nooit heb gedaan''. De ook genoemde Pierre Joxe, eveneens oud-minister van Binnenlandse Zaken en nu lid van de Constitutionele Raad, ontkende eveneens en noemde de aantijgingen ,,absurd''.

Hervé Ladsous, woordvoerder van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken zei ,,met stomheid [te zijn] geslagen'' door de conclusies van Duelfer, met name omdat de aantijgingen ,,hoofdzakelijk en alleen betrekking hebben op niet-Amerikaanse bedrijven en personen, zonder dat er moeite is gedaan dit vooraf na te trekken – niet bij de mensen zelf en niet bij de betrokken autoriteiten''.

Zjirinovksi wees de aantijgingen zelf van de hand, het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken deed dat voor Megawati.

In het Duelfer-rapport worden tientallen namen genoemd, het merendeel van Fransen, Russen en Chinezen. Met de olievouchers die zij zouden hebben ontvangen, zouden zij olie kunnen kopen van Irak om die vervolgens met winst te verkopen. ,,We noemen die personen en bedrijven hier in het belang van openheid, duidelijkheid en grondigheid'', aldus het rapport. Daar werd aan toegevoegd dat het evenwel ,,niet binnen het mandaat van de [wapen]inspecteur valt om de niet-Iraakse personen en bedrijven te beoordelen en te onderzoeken''.