Een stukje zingeving!

Politiek activisme in de beeldende kunst is hip. De trend gaat vergezeld van plakkerig jargon en interessantdoenerij.

Tijdens de elfde Documenta in Kassel was er een video-installatie te zien over een groep bootvluchtelingen. Deze illegale Afrikanen hadden getracht in Italië aan te komen, maar tevergeefs: onderweg waren ze verzopen. Op monitoren praten hoofden: familieden van de verdronkenen, een politieman, een rechter enzovoort. De kijker viel midden in een verhaal of raakte verstrikt in details en kon, zittend op een bank, van de ene naar de andere televisie schuiven. Dat ik kregel raakte, lag niet aan het onderwerp. Ik keek en dacht: waarom moet ik in een museumzaal gaan zitten tv-kijken naar allemaal pratende gezichten? Hier dient de vorm `kunstinstallatie' slechts om de gebrekkige beeldende (en verhalende) kwaliteiten van de kunstenaar te maskeren. Ik wil dat iemand anders voor mij selecteert, dit kost me te veel tijd. En wat is die informatie fantasieloos aangeboden, alsof het `schrijnende onderwerp' in zichzelf al genoeg is.

Op diezelfde Documenta figureerden nogal wat minderheidsgroepen: eskimo's; dansende vrouwen in burka; zwervers en nog meer. Het ene kunstwerk was beter dan het andere; sommige waren niet eens als kunst bedoeld, maar niettemin in het museum terechtgekomen. Hoe dan ook, onomstotelijk werd duidelijk: alles wat ook maar ruikt naar `politiek activisme' is hip en aantrekkelijk, en dat geldt niet alleen voor de Documenta, deze vorm van `engagement' in de kunst glijdt als een plas olie over de aardbol.

Denk bijvoorbeeld aan de laatste Biënnale waar kunstenares Alicia Framis in het Nederlandse paviljoen haar kledingslijn `anti-dog' toonde, gemaakt van kogelvrije stof. Anti-dog onstond toen Framis in Berlijn hoorde van geweld met honden door skinheads tegen donkere vrouwen. Framis zegt in het Duitse internet-kunst-magazine Vela: ,,Anti-dog heeft als doel geweld tegen vrouwen te bestrijden.''

Zwervershotel

Deze zomer viel het ook in Amerika op: politiek activisme is hot, in de kunst. Zo heeft het New Museum of Contemporary Art aan the Bowery, een beroemde lange straat in New York, een expositie ingericht die Counter Culture heet. Met een wandelroute in de hand proberen we de kunstwerken te onderscheiden tussen de winkels in tweedehands horecaapparatuur. Het eerste dat we vinden, is een grote gele buis, een soort enorme periscoop, die aan het Bowery's Sunshine Hotel bevestigd is. Het werk is van Juliane Swartz en het is getiteld Can You Hear Me. Door de buis, die een meter of vijf langs de gevel omhoog loopt, word je in staat gesteld om vanaf de begane grond in het zwervershotel boven te kijken, en met de aanwezige bewoners te praten. Ik kijk maar ik zie alleen een bos bloemen, wel hoor ik duidelijk een verworpene der aarde in plat New Yorks mopperen over het hete weer. Ik roep, maar niemand lijkt me te horen.

Even verderop zit een kunstenares onder een gekleurde parasol voor het Missiehuis, omringd door een aantal daklozen. Marion Wilson, een oud meisje uit de hogere middle-class, drijft een kraampje waarin je spullen kunt kopen, die ze samen met de homeless heeft gemaakt. Een gedicht van een straatpoëet heeft ze op T-shirts gedrukt; een zwerver verkocht zijn rastahaar, dat Wilson verwerkte in een serie sculpturen, plastic zakjes en andere objecten. Het was druk rond de kraam, een ontmoetingsplek `for needy individuals to participate in commercial exchange'.

Ik zie weinig commercie. Dat verbaast me niet want de `sculpturen' in de kraam vind ik lelijk, het gesprek met de kunstenares (,,De winst uit alles wat ik verkoop, deel ik met de daklozen'') gênant. Dit is cultuurimperialisme op kleine schaal, goedbedoeld, ongevaarlijk, voor de hand liggend en mateloos saai. Het doet me denken aan de Nederlandse abortusboot, Women on Waves, waarvan me alleen is bijgebleven dat gezellig gevaren wordt naar verre landen om er pillen uit te delen. Veelzeggend is dat het werk van Women on Waves (foto's, T-shirts met de tekst: `I had an abortion') te zien is op de kunstbiënnale van Thessaloniki, met als doel `politiek bewustzijn te creëren'. Actievoeren is doorgesijpeld in het kunstcircuit en daar verworden tot mode. Alle `gevoelige' onderwerpen tellen mee.

Om bij die `gevoelige onderwerpen' te blijven, vorig jaar bezocht ik in Theater De Balie in Amsterdam een geïmproviseerd laboratorium, waar je kon rondneuzen en met kunstenaars van het Critical Art Ensemble kon praten. Het publiek kon meegebracht voedsel – fruit, groente, granen – laten testen op GMO's, Genitically Modified Organisms. Het optreden van de aanwezige artiesten herinnerde aan de middelbare school, met aanvoerder Steve Kurtz als die leuke linkse scheikundeleraar. Het Amerikaanse collectief bestaat uit vijf kunstenaars met specialisaties als computergraphics, webkunst, film & video, tekst en performance. De afgelopen acht jaar richtten zij zich op de sociale en politieke consequenties van biotechnologie, en daartoe werkten ze samen met wetenschappers en universiteiten. In 1994 verscheen hun boek: The Electronic Disturbance, waarin ze zichzelf profileren als `Tactische Media Kunstenaars'. Hier volgt een onleesbaar citaat – hou je vast:

,,Tactische Media zijn situationeel [plaatsgebonden-IP], efemeer [kortstondig, voorbijgaand-IP] en zijn zelfbeëindigend. Aangemoedigd wordt het gebruik van alle media die zich bezig houden met een zekere socio-politieke context met de bedoeling om moleculaire interventies en semiotische schokken teweeg te brengen die bijdragen aan de negatie van de stijgende intensiteit van een autoritaire cultuur.''

Ik haal deze tekst aan omdat dergelijk plakkerig jargon standaard is in deze kunstkringen. Taal als kraagje, omlijsting waardoor de betekenis je ontgaat.

Interessantdoenerij is niet het enige. In het algemeen is kunst met een boodschap nogal parasitair. Een verhaal als voorbeeld.

Het grootste Amerikaanse museum van contemporaine kunst, MassMoCa, is gevestigd in een industrieel monument in North Adams, iets ten noorden van New York vlakbij Boston, de stad van John Kerry. North Adams is progressief, het is een welvarende streek. Ook in MassMoCa is `activisme' het tentoonstellingsonderwerp, dit keer heet de expositie The Interventionists. Naast kunstwerken zijn er video's te zien van actievoerders, zoals bijvoorbeeld Reverend Billy. Billy, de New Yorkse dominee van The Church of Stop Shopping, protesteert met ludieke acties tegen het grootkapitaal.

Op www.revbilly.com staat een verslag over het straatverbod dat dominee Billy van koffiehuisketen Starbucks heeft gekregen, na daar herhaaldelijk gepreekt te hebben over de politieke consequenties van Starbucks. Wat Billy onderscheidt van andere wereldverbeteraars is humor. De liederen van het Stop Shopping Gospel Koor, ,We will shop, no more, no more!'', te downloaden van de website, zijn grappig.

Preken

Toch vraag je je af wat Billy in het museum doet: een dominee in het grootste Amerikaanse museum van hedendaagse kunst. Blijkbaar is net als politiek activisme preken in de mode: een stukje zingeving! Het museum doet mee en haalt activisten binnen. Mij zal het niet verbazen als het Stedelijk Museum binnenkort het filmpje Submission Part 1 toont van Ayaan Hirsi Ali, als onderdeel van een of ander groepstentoonstelling.

De fraai vormgegeven catalogus die bij de expositie hoort, verduidelijkt dat directeur Joseph Thomas het hard nodig vindt om aandacht te geven aan de `protest movement' die hij op tv heeft gezien, van Zwitserland tot Mexico, schrijft hij in zijn voorwoord. Waarom? ,,We vertrouwen er in alle gevallen op dat iets van de geest van deze `bemiddelaars' blijft hangen.''

Het Critical Art Ensemble, dezelfde groep die in De Balie optrad, heeft ook in in MassMoCa ruimte toebedeeld gekregen, maar die ruimte is leeg, op een aantal opgeprikte kranten- en tijdschriftartikelen na. Vlak voor de opbouw van de expositie deed de FBI namelijk een inval bij kunstenaar Steve Kurtz. Er werden kunstwerken in beslag genomen en materiaal dat getoond zou worden op de The Interventionists.

Begin juni overleed zijn echtgenote Hope Kurtz in haar slaap aan een hartaanval. Steve Kurtz belde het alarmnummer in zijn woonplaats Buffalo. De verpleegkundige die kwam kijken, nam bij Kurtz thuis laboratoriuminstrumenten waar en zag potten met het biohazard-teken dat het Critical Art Ensemble gebruikt voor installaties. Enige uren later viel de FBI binnen. Kurtz verscheen op 15 juni voor de jury in de staat New York op verdenking van bioterrorisme. Kurtz en zijn collega's zijn aangeklaagd op grond van artikel 175 van de antiterreurwet voor biologische wapens, die het bezit van `elke biologische stof, gif of hulpmiddel verbiedt'.

Deze krant bracht dat nieuws op de voorpagina. Inmiddels is het Openbaar ministerie in Buffalo bezig met wat in de kranten een tactical retreat heet. De beschuldigingen betreffen de manier waarop Kurtz aan bacteriën is gekomen voor zijn kunstproject, daar staat maximaal 20 jaar voor. Het proces loopt nog steeds. Het Critical Art Ensemble kreeg wereldwijd support uit het milieu van kunst en actie, en zelfs uit de wetenschappelijke wereld.

Katherine Myers, de persvoorlichtster van MassMoCa zegt dat het museum zich zeker de eerste tijd op de vlakte heeft gehouden. Amerikaanse musea zijn voor een groot deel afhankelijk van particulier geld, die moeten met onderwerpen als de `war on terror' voorzichtig omspringen.

Ik vroeg haar of het niet veelzeggend is dat een expositie over activistische kunst gewoon doorgaat alsof er niets gebeurd is, terwijl een collega-kunstenaar wordt aangeklaagd omdat hij – legaal verkrijgbare – spullen in huis heeft om een kunstwerk te maken. Myers legde uit dat de kunstenaars allemaal op 28 juni vertrokken waren. Omdat men elkaar nauwelijks kent is er bij een dergelijke expositie zelden sprake van een gezamenlijk optreden. Tentenbouwer Dré Wapenaar, de enige Nederlander die deelnam aan de expositie The Interventionists bevestigde dat: ,,We wisten het wel, maar het drong niet tot ons door. Iedereen was te druk met zijn eigen ding.''

Dat zijn dan de activistische kunstenaars die exposeren onder de titel 'The Interventionists' - oftewel 'zij die ingrijpen, zich inmengen en bemiddelen'. Geen enkele in het museum exposerende artiest kwam op het idee om zijn werk terug te trekken. Geen ingrijpen, geen actie, geen solidariteit. Dat is een tragische vaststelling. De boodschap van deze makers is de kern van hun kunstvorm, maar als het er op aankomt is die boodschap volkomen gratuit.

The Interventionists, Art in the Social Sphere, Mass MoCa, May 30, 2004 - Spring 2005

Critical Art Ensemble Defense Fund. http://www.caedefensefund.org/

`Iedereen was te druk

met zijn eigen ding'

`Anti-dog bestrijdt

geweld tegen vrouwen '